1 Janův
Chapter 1

1 Janův

Kralice Bible (1613)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

1 Janův 1

Kralice Bible (1613)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Což bylo od počátku, což jsme slýchali, co jsme očima svýma viděli, a co jsme pilně spatřili, a čeho se ruce naše dotýkaly, o slovu života,
1Wat van de aanvang af bestond, wat wij hebben gehoord, wat wij met onze ogen hebben gezien, wat we mochten aanschouwen en onze handen mochten betasten met betrekking tot het Woord des Levens:
2(Nebo ten život zjeven jest, a my jsme viděli jej, a svědčíme, i zvěstujeme vám ten život věčný, kterýž byl u Otce, a zjeven jest nám,)
2ja waarlijk, het Leven is verschenen en wij hebben het gezien; en wij leggen getuigenis af en brengen u de boodschap van het eeuwig Leven, dat bij den Vader was en aan ons is verschenen;
3Což jsme viděli a slyšeli, to vám zvěstujeme, abyste i vy s námi obecenství měli, a obecenství naše aby bylo s Otcem i s Synem jeho Jezukristem.
3wat wij dan hebben gezien en gehoord, dat verkondigen wij ook aan u, opdat gij gemeenschap moogt hebben met ons: en ònze gemeenschap is met den Vader, en met Jesus Christus, zijn Zoon.
4A totoť píšeme vám, aby radost vaše byla plná.
4En we schrijven hierover, opdat onze vreugde volkomen mag worden.
5Toť jest tedy zvěstování to, kteréž jsme slýchali od něho, a zvěstujeme vám: Že Bůh jest světlo, a tmy v něm nižádné není.
5En dit is de boodschap, die we van Hem hebben gehoord, en die we u verkondigen gaan: God is Licht; en in Hem is geen spoor van duisternis!
6Díme-li, že s ním obecenství máme, a ve tmě chodíme, lžeme a nečiníme pravdy.
6Wanneer we nu zeggen, dat we gemeenschap hebben met Hem, ofschoon we in duisternis wandelen, dan liegen we en betrachten we de waarheid niet.
7Pakliť chodíme v světle, jako on jest v světle, obecenství máme vespolek, a krev Ježíše Krista Syna jeho očišťuje nás od všelikého hříchu.
7Maar wanneer we wandelen in het licht, zoals Hij in het Licht verkeert, dan is er gemeenschap tussen ons beiden, en reinigt het Bloed van Jesus, zijn Zoon, ons van alle zonde.
8Pakliť díme, že hříchu nemáme, sami se svodíme, a pravdy v nás není.
8Als we beweren, geen zonde te hebben, dan misleiden we onszelf, en is de waarheid niet in ons.
9Jestliže pak budeme vyznávati hříchy své, věrnýť jest Bůh a spravedlivý, aby nám odpustil hříchy, a očistil nás od všeliké nepravosti.
9Maar wanneer we onze zonden bekennen, dan is Hij getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.
10Díme-li, že jsme nehřešili, činíme jej lhářem, a neníť v nás slova jeho.
10Als we beweren, dat we niet hebben gezondigd, dan maken we Hem tot een leugenaar, en is zijn woord niet in ons.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.