2 Janův 1
Kralice Bible (1613)Translation
Kralice Bible (1613)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Starší v Kristu vyvolené paní i synům jejím, kteréž já miluji v pravdě, a ne sám já, ale i všickni, kteříž poznali pravdu,
1De présbuter aan de uitverkoren Vrouwe en haar kinderen, die ikzelf niet alleen, maar ook allen, die de waarheid hebben erkend, waarachtig liefhebben
2Pro pravdu, kteráž zůstává v nás a s námiť bude na věky:
2om de waarheid, die in ons woont en die in eeuwigheid bij ons zal blijven:
3Budiž s vámi milost, milosrdenství a pokoj od Boha Otce, i od Pána Jezukrista, Syna Otcova, v pravdě a v lásce.
3de genade, barmhartigheid en vrede van God den Vader en van Jesus Christus, den Zoon des Vaders, zullen ons deel zijn door de waarheid en de liefde.
4Zradoval jsem se velmi, že jsem nalezl některé z synů tvých, an chodí v pravdě, jakož jsme přikázání vzali od Otce.
4Het heeft mij uitermate verheugd, dat ik onder uw kinderen er aangetroffen heb, die in de waarheid wandelen naar het bevel, dat we van den Vader hebben ontvangen.
5A nyní prosím tebe, paní, ne jako nové přikázání předkládaje tobě, ale to, kteréž jsme měli od počátku, abychom milovali jedni druhé.
5En nu bid ik u, Vrouwe, dat we elkander mogen beminnen; ik schrijf u dit niet als een nieuw gebod, maar als een, dat we bezitten van de aanvang af.
6A totoť jest ta láska, abychom chodili podle přikázání jeho. Přikázání pak toto jest, jakž jste slýchali od počátku, abyste v něm chodili.
6En dit is de liefde: laat ons dus wandelen naar zijn geboden; dit is ook het gebod, dat gij van de aanvang af hebt vernomen: leeft er dus naar.
7Nebo mnozí bludaři vyšli na svět, kteříž nevyznávají Jezukrista přišlého v těle. Takový každý jest bludař a antikrist.
7Want er zijn veel dwaalleraars uitgegaan over de wereld, die niet belijden, dat Jesus Christus in het Vlees is gekomen. Zo iemand is dwaalleraar en Antichrist.
8Hleďtež sebe, abychom neztratili toho, o čemž jsme pracovali, ale odplatu plnou abychom vzali.
8Let op uzelf, opdat gij niet verliest, wat wij tot stand hebben gebracht, maar het volle loon moogt ontvangen.
9Každý, kdož přestupuje a nezůstává v učení Kristovu, nemá Boha; kdož zůstává v učení Kristovu, tenť i Otce i Syna má.
9Wie nieuwigheden aanbrengt, en niet in de leer van Christus blijft, hij heeft God niet; maar wie standvastig blijft in de leer, hij heeft zowel den Vader als den Zoon.
10Přichází-li kdo k vám, a tohoto učení nepřináší, nepřijímejte ho do domu, aniž ho pozdravujte.
10Wanneer iemand bij u komt en deze leer niet verkondigt, dan moet gij hem niet in uw huis ontvangen, noch een groet tot hem richten;
11Nebo kdož takového pozdravuje, přiúčastňuje se skutkům jeho zlým.
11want wie een groet tot hem richt, neemt deel aan zijn boze werken.
12Mnoho vám psáti měv, nechtěl jsem svěřiti toho černidlu a papíru, ale mámť naději, že k vám přijdu, a ústy k ústům mluviti budu, aby radost naše plná byla.
12Ik heb u nog veel te schrijven, maar ik wil het niet doen met papier en met inkt; ik hoop echter bij u te komen, en dan te spreken van mond tot mond, opdat onze vreugde volkomen mag zijn.
13Pozdravují tě synové sestry tvé v Pánu vyvolené. Amen.
13De kinderen van uw uitverkoren Zuster groeten u!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.