1 Йоана 4
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Любі, не всякому духові віруйте, а досьвідчайте духів, чи від Бога вони; бо многі лжепророки вийшли у сьвіт.
1Geliefden, gelooft niet iedere geest, maar onderzoekt, of de geesten uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan over de wereld.
2По сьому пізнавайте духа Божого: всякий дух, котрий визнає Ісуса Христа, що прийшов у тїлї, є від Бога.
2Hieraan erkent ge de geest van God: Iedere geest die belijdt, dat Jesus Christus in het Vlees is gekomen, hij is uit God.
3І всякий дух, котрий не визнає Ісуса Христа, що прийшов у тїлї, не є від Бога; се дух антихристів, про котрого чували, що прийде, і тепер вже єсть у сьвітї.
3Maar iedere geest, die Jesus niet belijdt, is niet uit God; dat is er een van den Antichrist, die komt, zoals gij gehoord hebt, en die nu reeds in de wereld is.
4Ви од Бога, дїточки, і подужали їх; більший бо Той, хто в вас, нїж той, хто в сьвітї.
4Gij, kinderkens, gij zijt uit God, en hebt ze overwonnen; want Hij die in u woont, is machtiger dan hij die in de wereld is.
5Вони від сьвіта, тим то від сьвіта говорять, і сьвіт слухає їх.
5Zij zijn uit de wereld; daarom spreken ze naar de wereld, en de wereld luistert naar hen.
6Ми від Бога; хто знає Бога, слухає нас; хто не від Бога, не слухає нас; із сього пізнаємо духа правди, і духа мани.
6Wij zijn uit God: wie God kent, luistert naar ons; wie niet uit God is, luistert niet naar ons. -Hieraan erkennen we de geest der waarheid en de geest der dwaling.
7Любі, любім один одного; бо любов від Бога, і кожен, хто любить, від Бога родив ся, і знає Бога;
7Geliefden, laat ons elkander beminnen. Want de liefde is uit God, en wie liefheeft, is uit God geboren en kent God;
8хто не любить, не пізнав Бога, бо Бог любов.
8wie niet liefheeft, kent God niet. Want God is liefde!
9У сьому явилась любов Божа в нас, що Бог Сина свого єдинородного у сьвіт післав, щоб ми жили через Него.
9Hierdoor heeft Gods liefde zich aan ons geopenbaard, dat God zijn eniggeboren Zoon in de wereld heeft gezonden, opdat wij door Hem zouden leven.
10У сьому любов, не що ми любили Бога, а що Він любив нас, і післав Сина свого на вблаганнє за гріхи наші.
10Hierin bestaat de liefde: niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat Hij ons heeft bemind en zijn Zoon heeft gezonden tot verzoening voor onze zonden.
11Любі, коли так Бог полюбив нас, то й ми повинні один одного любити.
11Geliefden, als God ons zó heeft liefgehad, dan moeten ook wij elkander beminnen.
12Бога нїколи нїхто не бачив; коли ж любимо один одного, то Бог у нас пробуває, і любов Його звершена в нас.
12Nooit heeft iemand God aanschouwd; maar wanneer wij elkander beminnen, dan blijft God in ons, en is in ons de volmaakte liefde tot Hem.
13По сьому пізнаємо, що в Ньому пробуваєм, а Він у нас, що від Духа свого дав нам.
13Hieraan erkennen wij, dat wij in Hem blijven, en Hij in ons: dat Hij ons van zijn Geest heeft meegedeeld.
14А ми видїли й сьвідкуємо, що Отець післав Сина, Спасителя сьвіта.
14En we hebben aanschouwd en getuigen, dat de Vader den Zoon heeft gezonden als Verlosser der wereld;
15Коли хто визнає, що Ісус Син Божий, то в ньому пробуває Бог, а він у Бозї.
15wie dus belijdt, dat Jesus de Zoon is van God, in hem blijft God, en hij blijft in God;
16Ми пізнали також, та й увірували в любов, котру має Бог до нас. Бог є любов, і хто пробуває в любові, в Бозї пробуває, а Бог в ньому.
16dan hebben we ook de liefde erkend en geloofd, die God voor ons heeft. God is liefde; en wie in de liefde blijft, blijft in God en God in hem.
17У сьому звершена любов у нас, щоб мати одвагу на день суду, бо який Він, такі й ми у сьвітї сьому.
17Hiertoe juist is bij ons de liefde tot volmaaktheid gebracht, dat we vertrouwen mogen hebben op de dag van het Oordeel; want dan zijn we op de wereld, gelijk Hijzelf is.
18Страху нема в любові, а звершена любов геть виганяє страха, бо страх має муку, і хто лякаєть ся, той не звершений в любові.
18In de liefde bestaat er geen vrees, maar de volmaakte liefde bant de vrees; want de vrees onderstelt straf. Wie vreest, heeft dus de volmaakte liefde niet.
19Ми любимо Його, бо Він перший любив нас.
19Wij hebben lief, omdat Hij ons het eerst heeft liefgehad.
20Коли хто каже: Що люблю Бога, а брата свого ненавидить, той ложник; бо хто не любить брата, котрого бачить, Бога, котрого не бачить, як може любити?
20Zo iemand zegt: “Ik heb God lief,” maar toch zijn broeder haat, hij is een leugenaar; wie immers zijn broeder, dien hij gezien heeft, niet bemint, kan God niet beminnen, dien hij niet heeft gezien.
21І заповідь сю маємо від Него, щоб, хто любить Бога, любив і брата свого.
21Want dit gebod hebben we van Hem ontvangen: wie God bemint, moet ook zijn broeder beminnen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.