Якова 4
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Звідкіля войни та свари в вас? Чи не звідсїля: з розкошів ваших, що воюють у членах ваших?
1Vanwaar dan strijd en getwist onder u? Komt het niet voort uit uw lusten, die door uw ledematen aan het vechten slaan?
2Бажаєте, та й не маєте; убиваєте і завидуєте, та й не можете осягти; сваритесь і воюєте, та й не маєте, тим що не просите.
2Gij begeert, toch bezit gij niet; gij moordt en benijdt, toch verkrijgt gij niet. Gij blijft dus vechten en strijden! Gij bezit echter niet, omdat gij niet bidt;
3Просите, та й не приймаєте, тому що погано просите, щоб обернути на розкоші ваші.
3gij bidt en toch verkrijgt gij niet, omdat gij bidt met de boze bedoeling, door uw lusten te verbrassen wat gij verkrijgt.
4Перелюбники і перелюбницї! хиба не знаєте, що любов сьвіта сього — вражда проти Бога? Оце ж, хто хоче бути приятелем сьвіту, той стаєть ся ворогом Бога.
4Overspelers, weet gij dan niet, dat vriendschap der wereld vijandschap is jegens God? Wie dus een vriend van de wereld wil zijn, maakt zich tot vijand van God.
5Або думаєте, що марно писаннє глаголе: „До зависти пре Дух, що вселив ся в нас?‟
5Of meent gij soms, dat de Schrift het voor niets zegt: “Tot afgunst toe begeert de Geest, dien Hij in ons deed wonen?”
6Більшу ж дає благодать; тим же і глаголе: „Господь гордим противить ся, смиренним же дає благодать.‟
6Groter genade geeft Hij zelfs; daarom zegt ze: “God weerstaat de hovaardigen, maar aan de nederigen geeft Hij genade.”
7Коріте ся ж оце Богу, противте ся ж дияволові, то й утїче од вас.
7Onderwerpt u dus nederig aan God, maar verzet u tegen den duivel, en hij zal voor u vluchten!
8Приближуйтесь до Бога, то й приближить ся до вас; очистїть руки, грішники, і направте серця (ваші), двоєдушники.
8Treedt nader tot God, en Hij zal naderen tot u! Zondaars, reinigt uw handen; dubbelhartigen, zuivert uw harten!
9Страдайте, сумуйте та плачте; сьміх ваш у плач нехай обернеть ся, і радість у горе.
9Beseft uw ellende, jammert en weent; uw lachen verkere in rouw, en uw vreugde in droefheid!
10Смирітесь перед Господом, то й підійме вас.
10Vernedert u voor den Heer, en Hij zal u verheffen.
11Не осуджуйте один одного, браттє; хто бо осуджує брата та судить брата свого, осуджує закон і судить закон; коли ж закон судиш, то ти не чинитель закону, а суддя.
11Broeders, spreekt geen kwaad van elkander! Wie kwaad spreekt van zijn broeder, of den broeder beoordeelt, spreekt kwaad van de wet en oordeelt de wet; maar zo ge haar oordeelt, zijt ge geen werker der wet, maar haar rechter.
12Один єсть Законодавець, що може спасти і погубити; ти ж хто єси, що судиш другого?
12Wetgever en Rechter is Eén: Hij die redden kan en verderven. Maar wie zijt gij, dat ge den naaste beoordeelt?
13А нуте ж ви, що говорите: Сьогоднї або завтра пійдемо в той і той город, і пробудемо там рік, та торгувати мем та дбати мем,
13En nu gij daar, die zegt: “Vandaag of morgen zullen we heenreizen naar die of die stad; een jaar zullen we daar blijven, handel drijven en winst maken.”
14(ви, що не знаєте, що буде завтрішнього. Яке бо життє ваше? та же ж воно пара, що на малий час явить ся, а потім щезає.)
14Gij daar, die niet eens de dag van morgen kent! Wat is uw leven? Een damp immers zijt gij, die een stonde opkomt en dan weer verdwijnt.
15Замість щоб говорити вам: Коли Господь зволить та живі будемо, то зробимо се або те.
15Neen, gij moest zeggen: “Zo de Heer het wil, zullen we leven, en dit doen of dat!”
16Нинї ж хвалитесь у гордощах ваших. Усяка така хвала лиха.
16Maar nu bluft gij in uw verwaandheid; al dergelijk gebluf is verkeerd.
17Оце ж хто знає, як чинити добро, та й не чинить, тому гріх.
17Nu dan, hij die weet, dat hij goed heeft te doen en het nalaat, doet zonde.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.