Галат 5
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1У волї ж оце, котрою Христос визволив нас, стійте, і під ярмо неволї знов не піддавайтесь.
1Christus heeft ons vrij gemaakt, om in de vrijheid te blijven; staat dus vast, en kromt u niet opnieuw onder het slavenjuk.
2Ось я Павел глаголю вам, що коли ви обрізуєтесь, Христос вам нїчого не поможе.
2Zie, ik Paulus zeg het u: Als gij u besnijden laat, zal Christus u niets baten.
3Сьвідкую ж знов кожному чоловіку обрізаному, що винен увесь закон чинити.
3En nog eens verklaar ik aan iedereen, die zich besnijden laat, dat hij dan verplicht is de hele Wet te onderhouden;
4Обернулись ви в нїщо (одійшовши) від Христа; (ви,) що оправдуєтесь законом, од благодати відпали.
4en aan ieder van u, die gerechtvaardigd wil worden door de Wet, dat gij u losmaakt van Christus, en vervallen zijt van de genade.
5Ми бо духом од віри надїї праведности ждемо.
5Door den Geest immers verwachten we de gehoopte gerechtigheid uit kracht van het geloof;
6Бо в Христї Ісусї нї обрізаннє нїчого не може, нї необрізаннє, а віра, любовю сильна.
6want in Christus Jesus is besnijdenis noch onbesnedenheid van waarde, maar wel het geloof, dat werkt door de liefde.
7Ви бігли добре. Хто заборонив вам коритись правдї?
7Gij waart zo goed aan het lopen; wie heeft u gestuit in het volgen der waarheid?
8Сей перекір не від того (приходить), хто покликав вас.
8Dat was zeker geen ingeving van Hem, die u roept;
9Трошки квасу все місиво квасить.
9een weinig zuurdeeg verzuurt al het deeg!
10Покладаюсь на вас у Господї, що не думати мете нїчого иншого, а хто колотить вами, понесе свій осуд, хто б він нї був.
10Ik vertrouw op u in den Heer, dat gij er niet anders over zult denken; maar wie verwarring onder u zaait, zal zijn straf ondergaan; wie het ook is.
11Я ж, браттє, коли ще проповідую обрізаннє, то чого ще гонять мене? Тодї обернеть ся в нїщо поблазнь хреста.
11Broeders, wanneer ikzelf nog steeds de besnijdenis zou preken, waarom blijft men mij dan nog vervolgen; dan was toch de ergernis van het kruis wel verdwenen.
12Ой коли б відсїчено тих, що колотять вами!
12Laten zij, die u opstoken, zich maar verder verminken!
13Ви бо, браттє, покликані на волю; тільки щоб воля ваша не була причиною (до гріха) тїлу; а любовю служіть один одному.
13Zeker broeders, gij zijt tot vrijheid geroepen; maar tot geen vrijheid, die een voorwendsel is voor het vlees. Integendeel, dient elkander uit liefde;
14Увесь бо закон в одному слові сповняєть ся: Люби ближнього твого, як себе самого.
14want de ganse Wet wordt vervuld in één enkel gebod: “Ge zult uw naaste liefhebben als uzelf.”
15Коли ж ви гризете й заїдаєте один одного, то гледїть, щоб не були пожерті один від одного.
15Maar zo gij elkander bijt en verslindt, ziet dan toe, dat gij niet door elkaar wordt verteerd.
16Глаголю ж: Духом ходїть, і хотїння тїлесного не звершуйте.
16Ook zeg ik u: leeft naar de geest, dan zult gij niet de begeerten inwilligen van het vlees.
17Бо тїло бажає (того що) проти духа, а дух, (що) проти тїла; се ж одно другому противить ся, щоб не, що хочете, те робили.
17Want het vlees begeert tegen de geest, en de geest tegen het vlees; ze staan vijandig tegenover elkaar, zodat gij niet doet, wat gij zoudt willen.
18Коли ж водитесь духом, то ви не під законом.
18Indien gij u door de geest laat leiden, dan valt gij niet onder de Wet.
19Явні ж дїла тїлесні; оце вони: перелюб, блуд, нечистота, розпуст,
19Welnu, de werken van het vlees zijn bekend: ontucht, onreinheid en losbandigheid;
20ідолослуженнє, чаруваннє, ворогуваннє, свари, ненависть, гнїв, суперечки, незгода, єресї,
20afgoderij en toverij; vijandschap, twist, afgunst, gramschap, partijzucht, verdeeldheid, scheuring,
21зависть, убийство, пянство, бенкети й таке инше. Се наперед глаголю вам, яко ж і наперед глаголав, що хто таке робить, ті царства Божого не наслїдять.
21en nijd; dronkenschap, brasserij en dergelijke; en ik waarschuw u, zoals ik het ook vroeger deed: wie zo iets doet, zal het koninkrijk Gods niet beërven.
22А овощ духа: любов, радощі, мир, довготерпіннє, добрість, милосердє, віра,
22Maar de vrucht van de geest is: liefde, blijdschap en vrede; lankmoedigheid, welwillendheid en goedhartigheid; betrouwbaarheid,
23тихість, вдержливість. На таких нема закону.
23zachtmoedigheid en gematigdheid. En tegen dit alles is de Wet niet gericht.
24А которі Христові, ті розпяли тїло з страстьми і хотїннєм.
24Welnu, zij die Christus toebehoren, hebben het vlees gekruisigd met zijn driften en begeerten.
25Коли духом живемо, духом і ходїмо.
25Zo we leven door de geest, laat ons dan ook handelen naar de geest;
26Не буваймо марнославні, один одного роздражнюючи і один одному завидуючи.
26niet begerig naar ijdele glorie, elkander niet tartend, elkaar niet benijdend.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.