Галат 3
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Ой ви безумні Галати! хто вас очарував, щоб ви не корились правдї, (ви) котрим перед очима наперед був прописаний Христос, розпятий між вами?
1O dwaze Galaten! Wie heeft u toch door toverij verblind: u, voor wier ogen Jesus Christus afgeschilderd is als gekruisigd?
2Про одно се хочу довідатись од вас: Чи дїлами закону прийняли ви Духа, чи, слухаючи, проповіддю віри?
2Dit alleen wil ik van u weten: Hebt gij den Geest ontvangen door de werken der Wet, of door gehoor te geven aan het geloof?
3Чи такі ви незмислі, що почавши духом, звершуєте тепер тїлом?
3Zijt gij dan zó dwaas, dat gij thans gaat eindigen met het vlees, na met den Geest te zijn begonnen?
4Марно стільки ви терпіли? Коли б тільки марно!
4Hebt gij dan dit alles beleefd zonder vrucht? En was het nog maar alleen zonder vrucht!
5Хто подає вам Духа і робить чудеса між вами, чи дїлами закону, чи проповіддю віри?
5Nu dan, Hij die u den Geest verleent en wonderen onder u wrocht, doet Hij dit om de werken der Wet of om de gehoorzaamheid aan het geloof?
6Яко ж Авраам вірував у Бога, і полїчено йому за праведність.
6Zo ook “geloofde Abraham aan God, en dit werd hem als gerechtigheid toegerekend.”
7Знайте ж, що хто од віри, ті сини Авраамові.
7Beseft het dus wel: Wie uit het geloof zijn geboren, zijn kinderen van Abraham!
8І писаннє знаючи наперед, що Бог вірою оправдує поган, благовістило Авраамові: що в тобі благословлять ся всї народи.
8En daar de Schrift heeft voorzien, dat God de heidenen rechtvaardigen zou door het geloof, daarom heeft ze aan Abraham de blijde Boodschap voorspeld: “In u zullen alle volkeren worden gezegend.”
9Тим же хто од віри, ті благословенні із вірним Авраамом.
9Wie dus uit het geloof zijn geboren, worden met den gelovigen Abraham gezegend.
10Которі ж од дїл закону, ті під клятьбою; писано бо: Проклят, хто не встоїть у всьому написаному в книзї закону, щоб робити те.
10Allen immers die steunen op de werken der Wet, liggen onder de vloek; want er staat geschreven: “Vervloekt zij een ieder, die niet alles onderhouden blijft, wat in het boek van de Wet staat geschreven.”
11А що нїхто законом не оправдуєть ся перед Богом, се явно, бо праведний вірою жив буде.
11Ook is het duidelijk, dat niemand bij God gerechtvaardigd wordt door de Wet. Want: “Wie rechtvaardig is door het geloof, hij zal leven.”
12Закон же не од віри, та которий чоловік робити ме те, жити ме в тому.
12Welnu, de Wet is niet uit het geloof; maar “wie deze voorschriften onderhoudt, zal daardoor leven.”
13Христос викупив нас од клятьби закону, ставшись за нас клятьбою, (писано бо: Проклят всяк, хто висить на дереві,)
13Christus heeft ons verlost van de vloek van de Wet, door voor ons tot vloek te worden; —want er staat geschreven: “Vervloekt wie hangt aan het hout;”
14щоб на поган благословеннє Авраамове прийшло в Христї Ісусї, щоб обітуваннє Духа прийняли ми через віру.
14opdat door Jesus Christus de zegen van Abraham over de heidenen zou komen, en wij door het geloof de beloften van den Geest zouden ontvangen.
15Браттє, по чоловічи глаголю; одначе чоловічого закону ствердженого нїхто не відкидає, анї додає до него.
15Broeders, ik redeneer uit een menselijk voorbeeld. Het is er mee gesteld als met een menselijke wilsbeschikking, die door niemand vernietigd wordt of gewijzigd, wanneer ze eenmaal rechtsgeldigheid heeft verkregen.
16Авраамові ж виречені обітування і насїнню його. Не сказано: І насїнням, яко про многі, а яко про одно: І насїнню твоєму, що єсть Христос.
16Welnu, de Beloften zijn gedaan aan Abraham en aan zijn Zaad; er wordt niet gezegd: “aan zijn zaden,” alsof er spraak was van meerderen, maar “aan uw Zaad,” als van één, en dit is Christus.
17Оце ж глаголю, що завіту перше ствердженого від Бога про Христа, закон, що постав чотириста й трийцять лїт потім, не нехтує, так щоб обернути в нїщо обітуваннє.
17Ik besluit dus: een vroegere geldige wilsbeschikking Gods wordt niet ongeldig gemaakt door een Wet, die vierhonderd dertig jaar later komt, zodat de Belofte zou komen te vervallen.
18Бо коли від закону наслїддє, то вже не від обітування; Аврааму ж обітуваннєм дарував Бог.
18Welnu, wanneer dit Erfdeel werd geschonken uit kracht van de Wet, dan zou het niet zijn geschonken uit kracht der Belofte; en toch heeft God het door een Belofte aan Abraham goedgunstig verleend.
19Що ж тодї закон? Задля переступів додано його, доки прийде насїннє, котрому обітувано; (і був він) уряджений через ангелів рукою посередника.
19Wat heeft de Wet dan voor zin? Om wille der overtredingen is ze er aan toegevoegd, totdat het Zaad zou zijn gekomen, tot wien de Belofte gericht was. —Ze werd door engelen uitgevaardigd door tussenkomst van een middelaar;
20Посередник же не єсть (посередник) одного, а Бог один.
20welnu een middelaar van één persoon bestaat er niet; en God is één.
21То хиба закон проти обітувань Божих? Нехай не буде! Бо коли б дано закон, що міг би оживляти, то справдї від закону була б праведність.
21Is dan soms de Wet met Gods Belofte in strijd? Onmogelijk! Zeker, wanneer er een Wet was gegeven, die het Leven kon schenken, dan zou de gerechtigheid inderdaad afhankelijk zijn van de Wet;
22Нї, зачинило писаннє усе під гріхом, щоб обітуваннє од віри Ісус-Христової дане було віруючим.
22maar de Schrift heeft alles opgesloten onder de zonde, opdat de Belofte aan de gelovigen zou worden vervuld door het geloof in Jesus Christus.
23Перше ж приходу віри, під законом стережено нас зачинених на віру, що мала відкритись.
23Maar vóórdat het geloof is gekomen, waren we opgesloten onder de bewaking der Wet, totdat het geloof zou worden geopenbaard.
24Тим же закон був нам учителем, (щоб привести нас) до Христа, щоб вірою нам оправдитись.
24De Wet is dus onze tuchtmeester geweest tot Christus’ 3:opdat we gerechtvaardigd zouden worden door het geloof.
25Як же прийшла віра, то вже ми не під учителем.
25Maar nu het geloof is gekomen, nu staan we niet langer onder den tuchtmeester.
26Усї бо ви сини Божі вірою в Ісуса Христа.
26Want kinderen van God zijt gij allen door het geloof in Christus Jesus;
27Скільки бо вас у Христа хрестилось, у Христа одягли ся.
27allen hebt gij u met Christus bekleed, omdat gij allen gedoopt zijt tot de gemeenschap met Christus.
28Нема Жидовина, нї Грека; нема невільника, нї вільного; нема мужеського полу, нї женського: усї бо ви одно, в Христї Ісусї.
28Thans is er geen jood meer of heiden, geen slaaf en geen vrije, geen man en geen vrouw. Want allen zijt gij één in Christus Jesus;
29Коли ж ви Христові, то ви насїннє Авраамове, і по обітованню наслїдники.
29en wanneer gij Christus toebehoort, dan zijt gij ook het kroost van Abraham en erfgenamen volgens Belofte.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.