Gálatas 5
Reina-Valera 1909Translation
Reina-Valera 1909
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ESTAD, pues, firmes en la libertad con que Cristo nos hizo libres, y no volváis otra vez á ser presos en el yugo de servidumbre.
1Christus heeft ons vrij gemaakt, om in de vrijheid te blijven; staat dus vast, en kromt u niet opnieuw onder het slavenjuk.
2He aquí yo Pablo os digo, que si os circuncidareis, Cristo no os aprovechará nada.
2Zie, ik Paulus zeg het u: Als gij u besnijden laat, zal Christus u niets baten.
3Y otra vez vuelvo á protestar á todo hombre que se circuncidare, que está obligado á hacer toda la ley.
3En nog eens verklaar ik aan iedereen, die zich besnijden laat, dat hij dan verplicht is de hele Wet te onderhouden;
4Vacíos sois de Cristo los que por la ley os justificáis; de la gracia habéis caído.
4en aan ieder van u, die gerechtvaardigd wil worden door de Wet, dat gij u losmaakt van Christus, en vervallen zijt van de genade.
5Porque nosotros por el Espíritu esperamos la esperanza de la justicia por la fe.
5Door den Geest immers verwachten we de gehoopte gerechtigheid uit kracht van het geloof;
6Porque en Cristo Jesús ni la circuncisión vale algo, ni la incircuncisión; sino la fe que obra por la caridad.
6want in Christus Jesus is besnijdenis noch onbesnedenheid van waarde, maar wel het geloof, dat werkt door de liefde.
7Vosotros corríais bien: ¿quién os embarazó para no obedecer á la verdad?
7Gij waart zo goed aan het lopen; wie heeft u gestuit in het volgen der waarheid?
8Esta persuasión no es de aquel que os llama.
8Dat was zeker geen ingeving van Hem, die u roept;
9Un poco de levadura leuda toda la masa.
9een weinig zuurdeeg verzuurt al het deeg!
10Yo confío de vosotros en el Señor, que ninguna otra cosa sentiréis: mas el que os inquieta, llevará el juicio, quienquiera que él sea.
10Ik vertrouw op u in den Heer, dat gij er niet anders over zult denken; maar wie verwarring onder u zaait, zal zijn straf ondergaan; wie het ook is.
11Y yo, hermanos, si aun predico la circuncisión, ¿por qué padezco persecución todavía? pues que quitado es el escándalo de la cruz.
11Broeders, wanneer ikzelf nog steeds de besnijdenis zou preken, waarom blijft men mij dan nog vervolgen; dan was toch de ergernis van het kruis wel verdwenen.
12Ojalá fuesen también cortados los que os inquietan.
12Laten zij, die u opstoken, zich maar verder verminken!
13Porque vosotros, hermanos, á libertad habéis sido llamados; solamente que no uséis la libertad como ocasión á la carne, sino servíos por amor los unos á los otros.
13Zeker broeders, gij zijt tot vrijheid geroepen; maar tot geen vrijheid, die een voorwendsel is voor het vlees. Integendeel, dient elkander uit liefde;
14Porque toda la ley en aquesta sola palabra se cumple: Amarás á tu prójimo como á ti mismo.
14want de ganse Wet wordt vervuld in één enkel gebod: “Ge zult uw naaste liefhebben als uzelf.”
15Y si os mordéis y os coméis los unos á los otros, mirad que también no os consumáis los unos á los otros.
15Maar zo gij elkander bijt en verslindt, ziet dan toe, dat gij niet door elkaar wordt verteerd.
16Digo pues: Andad en el Espíritu, y no satisfagáis la concupiscencia de la carne.
16Ook zeg ik u: leeft naar de geest, dan zult gij niet de begeerten inwilligen van het vlees.
17Porque la carne codicia contra el Espíritu, y el Espíritu contra la carne: y estas cosas se oponen la una á la otra, para que no hagáis lo que quisiereis.
17Want het vlees begeert tegen de geest, en de geest tegen het vlees; ze staan vijandig tegenover elkaar, zodat gij niet doet, wat gij zoudt willen.
18Mas si sois guiados del Espíritu, no estáis bajo la ley.
18Indien gij u door de geest laat leiden, dan valt gij niet onder de Wet.
19Y manifiestas son las obras de la carne, que son: adulterio, fornicación, inmundicia, disolución,
19Welnu, de werken van het vlees zijn bekend: ontucht, onreinheid en losbandigheid;
20Idolatría, hechicerías, enemistades, pleitos, celos, iras, contiendas, disensiones, herejías,
20afgoderij en toverij; vijandschap, twist, afgunst, gramschap, partijzucht, verdeeldheid, scheuring,
21Envidias, homicidios, borracheras, banqueteos, y cosas semejantes á éstas: de las cuales os denuncio, como ya os he anunciado, que los que hacen tales cosas no heredarán el reino de Dios.
21en nijd; dronkenschap, brasserij en dergelijke; en ik waarschuw u, zoals ik het ook vroeger deed: wie zo iets doet, zal het koninkrijk Gods niet beërven.
22Mas el fruto del Espíritu es: caridad, gozo, paz, tolerancia, benignidad, bondad, fe,
22Maar de vrucht van de geest is: liefde, blijdschap en vrede; lankmoedigheid, welwillendheid en goedhartigheid; betrouwbaarheid,
23Mansedumbre, templanza: contra tales cosas no hay ley.
23zachtmoedigheid en gematigdheid. En tegen dit alles is de Wet niet gericht.
24Porque los que son de Cristo, han crucificado la carne con los afectos y concupiscencias.
24Welnu, zij die Christus toebehoren, hebben het vlees gekruisigd met zijn driften en begeerten.
25Si vivimos en el Espíritu, andemos también en el Espíritu.
25Zo we leven door de geest, laat ons dan ook handelen naar de geest;
26No seamos codiciosos de vana gloria, irritando los unos á los otros, envidiándose los unos á los otros.
26niet begerig naar ijdele glorie, elkander niet tartend, elkaar niet benijdend.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.