Galatians 1
Berean Standard BibleTranslation
Berean Standard Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Paul, an apostle—sent not from men nor by man, but by Jesus Christ and God the Father, who raised Him from the dead—
1Paulus, apostel, —niet op gezag van mensen noch door bemiddeling van een mens, maar door Jesus Christus en door God den Vader, die Hem uit de doden heeft opgewekt,
2and all the brothers with me, To the churches of Galatia:
2met al de broeders die bij me zijn: aan de kerken van Galátië.
3Grace and peace to you from God our Father and the Lord Jesus Christ,
3Genade en vrede zij u van God onzen Vader, en van den Heer Jesus Christus,
4who gave Himself for our sins to rescue us from the present evil age, according to the will of our God and Father,
4die Zich voor onze zonden, —om ons te ontrukken aan deze boze wereld, —heeft overgeleverd volgens de wil van onzen God en Vader;
5to whom be glory forever and ever. Amen.
5aan wien de glorie in de eeuwen der eeuwen. Amen!
6I am amazed how quickly you are deserting the One who called you by the grace of Christ and are turning to a different gospel—
6Ik sta er verbaasd over, dat gij zo spoedig af. valt van Hem, die u geroepen heeft door de genade van Christus, en naar een ander evangelie overgaat.
7which is not even a gospel. Evidently some people are troubling you and trying to distort the gospel of Christ.
7Eigenlijk is het geen ander; maar alleen zijn er enkelen opgestaan, die onrust onder u stoken, en het Evangelie van Christus willen vervalsen.
8But even if we or an angel from heaven should preach a gospel contrary to the one we preached to you, let him be under a curse!
8Waarachtig, wanneer wijzelf, of zelfs een engel uit de hemel, u een ander evangelie zouden verkondigen, dat wat wij u verkondigd hebben, hij zij vervloekt!
9As we have said before, so now I say again: If anyone is preaching to you a gospel contrary to the one you received, let him be under a curse!
9Zoals we het vroeger hebben gezegd, zo herhaal ik het ook thans: Wanneer iemand u een ander evangelie verkondigt dan gij ontvangen hebt, hij zij vervloekt!
10Am I now seeking the approval of men, or of God? Or am I striving to please men? If I were still trying to please men, I would not be a servant of Christ.
10Heet dit nu soms mensen gunstig stemmen, of God; zoek ik soms nu nog aan mensen te behagen? Zo ik nu nog aan mensen tracht te behagen, dan zou ik geen dienaar van Christus zijn.
11For I certify to you, brothers, that the gospel I preached was not devised by man.
11Ik verzeker u toch, broeders, dat het Evangelie, door mij verkondigd, niet van menselijke oorsprong is;
12I did not receive it from any man, nor was I taught it; rather, I received it by revelation from Jesus Christ.
12want ik heb het niet van een mens ontvangen of aangeleerd, maar door een openbaring van Jesus Christus.
13For you have heard of my former way of life in Judaism, how severely I persecuted the church of God and tried to destroy it.
13Gij hebt immers gehoord van mijn vroeger leven in het Jodendom: hoe ik Gods Kerk heftig vervolgde en haar trachtte te verdelgen;
14I was advancing in Judaism beyond many of my contemporaries and was extremely zealous for the traditions of my fathers.
14hoe ik ook boven velen van mijn volk en van mijn leeftijd uitblonk in het Jodendom, en hen in ijver voor de overlevering mijner vaders verre overtrof.
15But when God, who set me apart from my mother’s womb and called me by His grace, was pleased
15En toen het Hem had behaagd, die mij van de moederschoot af door zijn genade had uitverkoren en geroepen, toen het Hem had behaagd, zijn Zoon aan mij te openbaren,
16to reveal His Son in me so that I might preach Him among the Gentiles, I did not rush to consult with flesh and blood,
16opdat ik Hem onder de heidenen zou verkondigen, —toen ben ik van de aanvang af niet bij vlees en bloed te rade gegaan,
17nor did I go up to Jerusalem to the apostles who came before me, but I went into Arabia and later returned to Damascus.
17of naar Jerusalem vertrokken naar hen, die vóór mij apostelen waren; maar toen ben ik naar Arabië gegaan en naar Damascus teruggekeerd.
18Only after three years did I go up to Jerusalem to confer with Cephas, and I stayed with him fifteen days.
18Eerst drie jaar later ben ik naar Jerusalem vertrokken, om Kefas te bezoeken, en ben ik veertien dagen bij hem gebleven;
19But I saw none of the other apostles except James, the Lord’s brother.
19maar van de andere apostelen heb ik niemand gezien dan Jakobus, den broeder des Heren.
20I assure you before God that what I am writing to you is no lie.
20Voor het aanschijn Gods: zie ik lieg niet bij wat ik u schrijf.
21Later I went to the regions of Syria and Cilicia.
21Daarna ben ik naar de gewesten van Syrië en Cilicië vertrokken.
22I was personally unknown, however, to the churches of Judea that are in Christ.
22Ik was dus persoonlijk onbekend aan de kerken van Judea, die in Christus zijn.
23They only heard the account: “The man who formerly persecuted us is now preaching the faith he once tried to destroy.”
23Ze hadden alleen horen zeggen: Hij die ons eertijds vervolgde, hij preekt thans het geloof, dat hij vroeger verwoestte;
24And they glorified God because of me.
24en ze verheerlijkten God om mij.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.