Йова 18
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Відказав Билдад Савхеаський й промовив:
1Nu nam Bildad van Sjóeach het woord, en sprak:
2Докіль словами ще вам перекидатися марно? Нумо лиш, братись за за ум, і тодї поговоримо.
2Wanneer maakt gij eindelijk eens een eind aan uw praten, Wordt gij verstandig, en laat ons aan het woord;
3Чому вважатись нам за скот і бути пониженими в власних очах наших?
3Waarom worden wij als vee beschouwd, En zijn wij zo dom in uw ogen?
4О, ти, що в досадї своїй душу свою роздираєш! Чи то ж задля тебе опустїє земля та пересунуться скелї з місць своїх?
4Gij, die in uw woede uzelf verscheurt: Zou om uwentwil de aarde worden ontvolkt, Een rots van haar plaats verwijderd, Een berg van zijn grondslag gerukt?
5Та ж у безбожного мусить потахнути сьвітло, а з огня його не остане й искри.
5Waarachtig, het licht van den boze dooft uit, De vlam van zijn vuur blijft niet schijnen;
6Стемнїє сьвітло в домівцї його, й сьвічка його загасне над ним.
6Het licht wordt donker in zijn tent, De lamp gaat boven hem uit.
7Змалїють кроки могучостї його, й повалить його власний намір його;
7Zijn krachtige tred wordt verlamd, Zijn eigen beleid doet hem struikelen;
8Бо він попаде в сїть ногами своїми й в плетїнках буде плутатись.
8Want door zijn eigen voeten wordt hij in het net gedreven, En wandelt hij over de mazen.
9Спіймають пута ноги його, й грабіжник уловить його.
9Een klem grijpt zijn hiel, een net houdt hem vast.
10Невидимо розложені по землї силця на його, й западнї по дорозї.
10Zijn strik ligt in de grond verborgen, een val op zijn pad;
11Кругом страхи лякати муть його, й зневолять його кидатись то сюди то туди.
11Verschrikkingen beangstigen hem van alle kant, En vervolgen hem, stap voor stap.
12Вичерпаєсь із голоду сила в йому, й погибель готова під боком його.
12Het onheil hongert naar hem, De rampspoed staat aan zijn zijde gereed;
13Зʼїсть тїло його, зʼїсть всї члени його перворідна (небувала) недуга смертї.
13Zijn huid wordt door ziekte verteerd, De eersteling van de dood slokt zijn leden op.
14Прогнана буде з домівки в його надїя його, а се доведе його до царя страхів.
14Hij wordt uit zijn tent gerukt, waar hij zich veilig waande, En zij sleept hem naar den vorst der verschrikking
15Осядуть в наметї його (чужі), бо стане він уже не його; домівку його посиплють сїркою.
15Zij woont in zijn tent, die hem niet langer behoort, En over zijn woning wordt zwavel gestrooid.
16Знизу усхне коріннє його, а вгорі зовяне верховіттє його.
16Van onderen verdorren zijn wortels, Van boven verwelken zijn twijgen;
17Щезне про його память із землї й імени його не згадувати муть на базарі.
17Zijn gedachtenis verdwijnt uit het land, Zelfs in de steppe heeft hij geen naam.
18Проженуть його з сьвітла в тьму, й зітруть його з кругогляду земного.
18Men stoot hem uit het licht de duisternis in, Men jaagt hem uit de wereld weg;
19Нї сина нї внука не буде в народї його, не зістанеться нїхто в домівцї його.
19Hij heeft onder zijn volk geen kroost, geen geslacht, In zijn woonplaats geen, die hem rest.
20День (погибелї) його злякає потомків, а сучасників обгорне жахом.
20Over zijn lot staat het Westen ontsteld, En het Oosten siddert er van:
21Такі пробутки беззаконного, оттаке місце того, хто не знає Бога!
21Waarachtig, zo gaat het met het verblijf van den boze, Met de woonplaats van hem, die God miskent!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.