ヨブ記 18
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1そこでシュア人ビルダデが答えた。
1Nu nam Bildad van Sjóeach het woord, en sprak:
2あなたはいつまで言葉を探し求めるのか。 よく考えよ。その後で私たちは語ろう。
2Wanneer maakt gij eindelijk eens een eind aan uw praten, Wordt gij verstandig, en laat ons aan het woord;
3なぜ私たちは動物とみなされ、 あなたの目には汚れたものとなっているのか。
3Waarom worden wij als vee beschouwd, En zijn wij zo dom in uw ogen?
4怒りのあまり自分自身を引き裂く者よ。 あなたのために地が見捨てられるだろうか。 あるいは、岩がその場所から移されるだろうか。
4Gij, die in uw woede uzelf verscheurt: Zou om uwentwil de aarde worden ontvolkt, Een rots van haar plaats verwijderd, Een berg van zijn grondslag gerukt?
5そうだ、悪者の光は消され、 その火の火花は輝かない。
5Waarachtig, het licht van den boze dooft uit, De vlam van zijn vuur blijft niet schijnen;
6その天幕の中の光は暗くなり、 彼の上にあるともしびは消される。
6Het licht wordt donker in zijn tent, De lamp gaat boven hem uit.
7彼の力強い歩みは狭められ、 彼自身の企てが彼を倒す。
7Zijn krachtige tred wordt verlamd, Zijn eigen beleid doet hem struikelen;
8彼は自分の足で網に入り、 その網目の上を歩くからだ。
8Want door zijn eigen voeten wordt hij in het net gedreven, En wandelt hij over de mazen.
9罠が彼のかかとを捕らえ、 落とし穴が彼を捕らえる。
9Een klem grijpt zijn hiel, een net houdt hem vast.
10彼のための輪縄が土の中に隠され、 彼のための罠が道にある。
10Zijn strik ligt in de grond verborgen, een val op zijn pad;
11四方から恐怖が彼を怯えさせ、 彼の足元を追い立てる。
11Verschrikkingen beangstigen hem van alle kant, En vervolgen hem, stap voor stap.
12その力は飢え衰え、 災難が彼のそばで待ち構えている。
12Het onheil hongert naar hem, De rampspoed staat aan zijn zijde gereed;
13その皮膚は食い破られ、 死の初子がその手足を食い尽くす。
13Zijn huid wordt door ziekte verteerd, De eersteling van de dood slokt zijn leden op.
14彼は安全な天幕から引き抜かれ、 恐怖の王のもとへ連れて行かれる。
14Hij wordt uit zijn tent gerukt, waar hij zich veilig waande, En zij sleept hem naar den vorst der verschrikking
15彼と無縁のものが、その天幕に住む。 硫黄が彼の住まいにまき散らされる。
15Zij woont in zijn tent, die hem niet langer behoort, En over zijn woning wordt zwavel gestrooid.
16下では彼の根が干からび、 上では彼の枝が切り落とされる。
16Van onderen verdorren zijn wortels, Van boven verwelken zijn twijgen;
17彼の記憶は地から滅び去り、 通りに彼の名はなくなる。
17Zijn gedachtenis verdwijnt uit het land, Zelfs in de steppe heeft hij geen naam.
18彼は光から暗闇へと追い立てられ、 世界から追い出される。
18Men stoot hem uit het licht de duisternis in, Men jaagt hem uit de wereld weg;
19彼には、自分の民の間に息子も孫もなく、 彼が住んでいた所に残る者は誰もいない。
19Hij heeft onder zijn volk geen kroost, geen geslacht, In zijn woonplaats geen, die hem rest.
20後に来る者たちは、その運命に驚き、 先の者たちは恐れおののく。
20Over zijn lot staat het Westen ontsteld, En het Oosten siddert er van:
21まことに、不義な者の住まいはこのようである。 これが神を知らない者の場所である。
21Waarachtig, zo gaat het met het verblijf van den boze, Met de woonplaats van hem, die God miskent!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.