列王記第二
Chapter 1
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1アハブの死後、モアブはイスラエルに背いた。
1Na de dood van Achab maakte Moab zich van Israël onafhankelijk.
2アハズヤはサマリアにある屋上の部屋の格子から落ち、病に伏した。そこで使者たちを遣わし、「行って、エクロンの神バアル・ゼブブに、この病から回復するかどうかを伺え」と命じた。
2Toen Achazja tengevolge van een val uit het tralievenster van zijn opperzaal te Samaria, ziek lag, zond hij boden uit met de opdracht: Gaat Báal-Zeboeb, den god van Ekron, raadplegen, of ik van deze ziekte zal genezen.
3しかし主 の使いはティシュベ人エリヤに言った。「立って、サマリアの王の使者たちを迎えに行き、こう告げよ。『あなたがたがエクロンの神バアル・ゼブブに伺いを立てに行くのは、イスラエルに神 がいないからなのか。
3Daarom sprak een engel van Jahweh tot Elias uit Tisjbe: Sta op, ga de boden van den koning van Samaria tegemoet, en zeg hun: Is er geen God in Israël meer, dat ge Báal-Zeboeb, den god van Ekron, gaat raadplegen?
4それゆえ、主はこう言われる。「あなたは上ったその寝台から下りることなく、必ず死ぬ。」』」エリヤは立ち去った。
4Daarom spreekt Jahweh: Van het bed, waarop ge ligt, zult ge niet meer opstaan; want ge zult sterven. En Elias ging heen.
5使者たちが彼のもとに帰って来たので、彼は彼らに「なぜ帰って来たのか」と言った。
5Toen de boden bij Achazja terugkwamen, vroeg hij hun: Wat; zijt gij al terug?
6彼らは答えた。「一人の男が迎えに来て、こう言いました。『あなたがたを遣わした王のもとへ帰り、こう告げよ。「主はこう言われる。『あなたがエクロンの神バアル・ゼブブに伺いを立てるため使者を遣わすのは、イスラエルに神がいないからなのか。それゆえ、あなたは上ったその寝台から下りることなく、必ず死ぬ。』」』」
6Zij antwoordden: We zijn een man tegengekomen, die ons zeide: “Keert terug naar den koning, die u gezonden heeft, en zegt hem: Zo spreekt Jahweh! Is er geen God in Israël meer, dat ge boden uitzendt, om Báal-Zeboeb, den god van Ekron, te raadplegen? Daarom zult ge van het bed, waarop ge ligt, niet meer opstaan; want ge zult sterven.”
7彼は彼らに言った。「あなたがたを迎えに上って来て、これらの言葉を語ったのは、どのような男だったのか。」
7Hij vroeg hun: Wat was het voor een man, die u tegemoet kwam, en zo tot u sprak?
8彼らは彼に答えた。「毛深い男で、腰に革の帯を締めていました。」 彼は言った。「それはティシュベ人エリヤだ。」
8Zij antwoordden: Hij had lang haar, en droeg een leren riem om zijn middel. Toen sprak hij: Dat was Elias uit Tisjbe.
9そこで王は、五十人隊の長とその五十人をエリヤのもとに遣わした。隊長が上って行くと、なんとエリヤは丘の頂に座っていた。 隊長は言った。「神の人よ、王が『下りて来い』と命じておられる。」
9Nu zond hij een hoofdman van vijftig met vijftig man op hem af. Deze ging naar Elias toe, terwijl hij op de top van een heuvel zat, en zeide tot hem: Man Gods, de koning beveelt u te komen.
10エリヤは五十人の長に答えた。「もしわたしが神の人であるなら、天から火が下り、あなたとあなたの五十人を食い尽くすように!」すると天から火が下り、彼とその五十人を食い尽くした。
10Maar Elias gaf hem ten antwoord: Als ik een godsman ben, dale er vuur uit de hemel neer, en verslinde u en uw mannen. En opeens sloeg het vuur uit de hemel neer, en verslond hem en zijn mannen.
11王は再び、別の五十人の長と、その五十人の部下をエリヤのもとに遣わした。その長はエリヤに言った。「神の人よ、王はこう言っておられる。『急いで下って来い!』」
11Opnieuw zond de koning een hoofdman van vijftig met vijftig man op hem af. Ook deze ging naar hem toe en zei: Man Gods, de koning beveelt u, terstond te komen.
12エリヤは彼らに答えた。「もしわたしが神の人であるなら、天から火が下り、あなたとあなたの五十人を食い尽くすように!」すると神の火が天から下り、彼とその五十人を食い尽くした。
12Maar Elias antwoordde: Als ik een godsman ben, dan dale er vuur uit de hemel neer, en verslinde u en uw mannen. En weer sloeg er vuur uit de hemel neer, en verslond hem en zijn mannen.
13王はさらに、三人目の五十人隊の長とその五十人を遣わした。三人目の隊長は上って行き、エリヤの前にひざまずいて懇願した。「神の人よ、どうか、わたしの命と、この五十人のしもべたちの命を大切にしてください。
13Toen zond de koning voor de derde maal een hoofdman van vijftig met vijftig man. Maar toen deze boven kwam, viel hij voor Elias op zijn knieën neer en smeekte hem: Man Gods, spaar toch mijn leven en dat der vijftig mannen, uw dienaars!
14ご覧ください。天から火が下り、先の二人の五十人隊の長とその部下たちを焼き尽くしました。どうか今、わたしの命を大切にしてください。」
14Want er is vuur uit de hemel neergeslagen, en het heeft de twee vorige hoofdmannen van vijftig met hun mannen verslonden; spaar dus mijn leven.
15主の使いはエリヤに言った。「彼と一緒に下って行きなさい。彼を恐れてはならない。」そこで彼は立ち上がり、彼と一緒に王のところへ下って行った。
15Nu sprak de engel van Jahweh tot Elias: Ga met hem mee en vrees hem niet. Toen stond hij op, en ging met hem mee naar den koning.
16エリヤは王に言った。「主はこう言われる。『あなたがエクロンの神バアル・ゼブブに伺いを立てるため使者を遣わしたのは、イスラエルには御言葉を伺うべき神がいないからなのか。それゆえ、あなたは上ったその寝台から下りることなく、必ず死ぬ。』」
16En hij zeide tot hem: Zo spreekt Jahweh! Omdat gij boden hebt uitgezonden, om Báal-Zeboeb te raadplegen, den god van Ekron, daarom zult ge van het bed, waarop ge ligt, niet meer opstaan; want ge zult sterven.
17こうして、エリヤが語った主の言葉のとおりに、彼は死んだ。彼には息子がいなかったので、ユダの王ヨシャファテの息子エホラムの第二年に、エホラムが代わって王となった。
17En hij stierf, zoals Jahweh hem door Elias voorspeld had. En omdat hij geen zoon had, volgde zijn broer Joram hem op1.
18アハズヤが行ったその他の事績は、イスラエルの王たちの年代記の書に記されているではないか。
18De verdere geschiedenis van Achazja, met wat hij gedaan heeft, is beschreven in het boek der kronieken van de koningen van Israël.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.