エズラ記 1
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ペルシア王クロスの第一年、エレミヤの口を通して語られた主のことばが成就するため、主はペルシア王クロスの霊を奮い立たせられた。そこでクロスは王国全土に布告を出し、文書にも記して、こう告げた。
1In het eerste jaar van Cyrus, koning van Perzië, bewoog Jahweh de geest van Cyrus, den koning van Perzië, om het woord in vervulling te doen gaan, dat Jahweh door de mond van Jeremias gesproken had. Daarom liet deze door heel zijn rijk mondeling en schriftelijk afkondigen:
2「ペルシア王クロスはこう言う。『天の神である主は、地上のすべての王国を私に与え、ユダにあるエルサレムに、ご自分のための家を建てるよう私に命じられた。
2Zo spreekt Cyrus, de koning van Perzië! Jahweh, de God des hemels, heeft mij alle koninkrijken der aarde gegeven, en heeft mij bevolen, Hem een tempel te bouwen in Jerusalem van Juda.
3あなたがたのうち、主の民に属する者はだれでも、その神がともにおられるように。その者はユダにあるエルサレムへ上り、エルサレムにおられるイスラエルの神、主の家を建てよ。主こそ神である。
3Laat dus ieder van u, die tot zijn volk behoort, onder de schutse van zijn God naar Jerusalem in Juda trekken en het huis van Jahweh bouwen, Israëls God; want Hij is de God, die in Jerusalem woont.
4残された者がどこに住んでいようとも、その土地の人々は銀、金、品物、家畜をもってその者を助け、さらにエルサレムにある神の家のために自発のささげ物をささげよ。』」
4En al wie achterblijft, moet, waar hij ook toeft, de mensen, die uit zijn plaats vertrekken, een ondersteuning meegeven in zilver en goud, have en vee, behalve nog de offergaven voor het huis van God in Jerusalem.
5そこで、ユダとベニヤミンの父祖の家の長たち、祭司たち、レビ人たち、すなわち、エルサレムにある主の家を建てるために上るよう神がその霊を奮い立たせられたすべての者が立ち上がった。
5Daarom maakten de familiehoofden van Juda en Benjamin, met de priesters, de levieten en allen, wier geest Jahweh daartoe had opgewekt, zich gereed, om op te trekken en het huis van Jahweh in Jerusalem te bouwen.
6周囲の人々は皆、自発のささげ物のほかにも、銀の器、金、品物、家畜、高価な品々を与えて彼らを支援した。
6En allen, die in hun omgeving woonden, steunden hen zo goed mogelijk met zilver en goud, met have en vee, en gaven daarenboven nog allerlei kostbaarheden als offergift mee.
7また、クロス王は、ネブカドネザルがエルサレムから持ち出し、自分の神々の家に置いていた主の家の器を取り出した。
7Bovendien liet koning Cyrus het vaatwerk van de tempel van Jahweh teruggeven, dat Nabukodonosor uit Jerusalem had weggevoerd en in de tempel van zijn god had geplaatst.
8ペルシア王クロスは、宝物倉の管理者ミトレダテを通してそれらを取り出し、数を確かめてユダの君シェシュバツァルに渡した。
8Cyrus, de koning van Perzië, stelde het den schatmeester Mitredat ter hand, en deze droeg het aan Sjesjbassar, den vorst van Juda, over.
9それらの数は次のとおりである。金の平皿が三十、銀の平皿が一千、小刀が二十九、
9Ziehier het getal: dertig gouden en duizend zilveren kommen; negen en twintig offerpannen;
10金の鉢が三十、第二種の銀の鉢が四百十、その他の器が一千。
10dertig gouden en tweeduizend vierhonderd en tien zilveren bekers; en duizend andere vaten.
11金銀の器は全部で五千四百点であった。捕囚の民がバビロンからエルサレムへ上ったとき、シェシュバツァルはこれらすべてを携えて行った。
11Het hele getal gouden en zilveren vaten bedroeg vier en vijftighonderd. Dit alles nam Sjesjbassar mee, toen de ballingen wegtrokken van Babel naar Jerusalem.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.