ゼパニヤ書
Chapter 1

ゼパニヤ書

Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ユダの王アモンの子ヨシヤの時代に、ヒゼキヤの子アマルヤ、その子ゲダルヤ、その子クシの子ゼパニヤに臨んだ主 の言葉。
1Het woord van Jahweh, dat gericht werd tot Sofonias, den zoon van Koesji, zoon van Gedalja, zoon van Amarja, zoon van Ezekias, in de dagen van Josias, den zoon van Amon en koning van Juda.
2「私は地の表から、すべてのものをことごとく一掃する」と主は言われる。
2Ik sleep alles, alles Van de aardbodem weg, Is de godsspraak van Jahweh:
3「人も獣も一掃する。空の鳥、海の魚、悪者たちとともに瓦礫の山も一掃する。地の表から人を断ち滅ぼす」と主は言われる。
3Ik sleep de mensen weg en het vee! De vogels uit de lucht sleep Ik weg, met de vissen der zee; De goddelozen zal Ik doen struikelen, De mensen van de aarde verdelgen: Is de godsspraak van Jahweh!
4「私はユダとエルサレムのすべての住民に向かって手を伸ばす。この場所からバアルの残りを断ち、偶像に仕える祭司と異教の祭司の名を消し去る。
4Ik strek mijn hand tegen Juda uit, En tegen alle bewoners van Jerusalem: Ik zal uit die plaats de rest van Báal verdelgen, De naam van afgodendienaars en priesters.
5また、屋上で天の軍勢を拝む者たち、主を拝み、主に誓いながら、マルカムにも誓う者たち、
5Hen, die op de daken het heir van de hemel vereren, Die Jahweh aanbidden, en bij Milkom zweren;
6主に従うことをやめた者たち、主を求めず、主に伺いを立てない者たちを断ち滅ぼす。」
6Hen, die Jahweh hebben verlaten, Die Jahweh niet zoeken, tot Hem niet naderen.
7主 なる神の前で静まれ。主の日は近い。主はいけにえを備え、招いた者たちを聖別された。
7Stilte: voor Jahweh den Heer; Want Jahweh’s Dag is nabij! Jahweh heeft een offermaaltijd bereid, En zijn gasten gewijd!
8「主のいけにえの日に、私は君主たち、王の息子たち、外国の衣を身に着けるすべての者を罰する。
8Op de dag van het offer van Jahweh Zal Ik Mij wreken op de vorsten, Op het huis van den koning, Op allen, die uitheemse kleding dragen.
9その日、私は敷居を飛び越え、暴虐と欺きで主人の家を満たすすべての者を罰する。」
9Ik zal Mij wreken op die dag Op allen, die over drempels springen, Die het huis van hun meesters vullen Met geweld en bedrog.
10「その日には」と主は言われる。「魚の門から叫び声が、第二地区から嘆き声が、丘々から大きな崩壊の響きが聞こえる。
10Op die dag, is de godsspraak van Jahweh: Stijgt er een jammerklacht op uit de Vispoort, Een gehuil uit de Voorstad, Een luid gekraak uit de Heuvels.
11マクテシュの住民よ、泣き叫べ。カナンの民は皆滅び、銀を積んでいた者たちは皆断ち滅ぼされた。
11Huilt maar, Vijzel-bewoners, Want al het kramersvolk wordt verdelgd; Uitgeroeid worden Al die zilver-wegers.
12その時、私はともしびを持ってエルサレムを捜し、酒のおりの上に澱んだままの者たち、心の中で『主は良いことも悪いこともしない』と言う者たちを罰する。
12Op die dag zoek Ik Jerusalem af met een lamp, Om Mij op de mannen te wreken, Die rustig op hun droesem liggen, en denken: Jahweh doet niets, geen kwaad en geen goed!
13彼らの財産は略奪され、家々は荒れ果てる。家を建てても、そこに住むことはない。ぶどう畑を植えても、そのぶどう酒を飲むことはない。」
13Hun schatten worden geplunderd, Hun huizen verwoest; Ze zullen huizen bouwen, maar niet erin wonen, Gaarden planten, maar geen wijn ervan drinken.
14主の大いなる日は近い。近い。急速に迫っている。聞け、主の日の声を。勇士さえ、そこで苦く叫ぶ。
14Nabij is de grote Dag van Jahweh, Hij is nabij, en haast zich snel! Hoort, de Dag van Jahweh: Ook de held schreeuwt het uit van benauwdheid!
15その日は憤りの日、苦難と苦悩の日、荒廃と破滅の日、闇と暗黒の日、雲と濃い闇の日、
15Die Dag is een dag van gramschap, Een dag van benauwing en nood, Een dag van ruïne en vernieling, Een dag van duister en donker. Een dag van wolken en nevel,
16城壁のある町々と高い胸壁に向かって、角笛と警報が鳴る日である。
16Een dag van bazuin en alarm: Over de versterkte steden, En hoge torens.
17「私は人々を苦しめる。彼らは目の見えない者のように歩く。主に対して罪を犯したからだ。彼らの血はちりのように注ぎ出され、その肉は糞のように捨てられる。
17Ik benauw de mensen, ze tasten als blinden, Want ze hebben tegen Jahweh gezondigd; Hun bloed wordt uitgestort als stof, Hun ingewanden als drek.
18主の憤りの日には、銀も金も彼らを救えない。全地は主のねたみの火に焼き尽くされる。主はこの地に住むすべての者に、まことに恐るべき終わりをもたらされる。」
18Hun goud en zilver kan hen niet redden Op de Dag van de gramschap van Jahweh; Door het vuur van zijn nijd wordt de hele aarde verteerd, Vernielt en verdelgt Hij alle bewoners der aarde!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.