ゼパニヤ書 2
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1恥を知らない民よ、集まれ。ともに集まれ。
1Treedt in uzelf, en komt tot bezinning, Tuchteloos ras:
2定められた時が来る前に。日がもみ殻のように過ぎ去る前に。主の燃える怒りがあなたがたに臨む前に。主の怒りの日があなたがたに臨む前に。
2Voordat ge verstuift op die dag Als opgejaagd kaf. Voordat op u neerkomt Jahweh’s ziedende toorn, Voordat de Dag u bereikt Van de gramschap van Jahweh.
3主の定めを守ってきた、この地のすべてのへりくだった者たちよ、主を求めよ。義を求めよ。へりくだりを求めよ。そうすれば、主の怒りの日に隠されるかもしれない。
3Zoekt Jahweh, gij nederigen der aarde, Gij allen, die zijn wil volbrengt; Zoekt gerechtigheid, zoekt nederigheid: Misschien zijt ge veilig op de Dag van de gramschap van Jahweh.
4ガザは捨てられ、アシュケロンは荒れ果てる。アシュドドの住民は真昼に追い出され、エクロンは根こそぎにされる。
4Want Gaza wordt een verlaten oord, Asjkelon een woestijn; Asjdod wordt opgejaagd op klaarlichte dag, Ekron ontworteld!
5海辺に住む者たち、ケレテ人の民には災いがある。ペリシテ人の地カナンよ、主の言葉がおまえに臨む。「私はおまえを滅ぼし、住民を一人も残さない。
5Wee u, bewoners der zeekust, Volk der Kretenzen: Het woord van Jahweh komt over u! Kanaän, Ik zal u verwoesten, Land der Filistijnen, ge zult zonder inwoners zijn!
6海辺は牧草地となり、羊飼いの小屋と羊の囲いがそこに並ぶ。
6De zeekust van Kreta zal een weideplaats worden, Een schapenkooi:
7その海辺はユダの家の残りの者のものとなる。彼らはそこで羊を養い、夕方にはアシュケロンの家々に身を横たえる。彼らの神、主が彼らを顧み、その繁栄を回復されるからだ。」
7Ze valt het Overschot ten deel Van Juda’s huis. Zij zullen daar weiden, en in Asjkelons huizen ‘s Avonds gaan rusten; Want Jahweh, hun God, zal weer naar hen omzien, Keert hun lot weer ten beste!
8「私はモアブのそしりと、アンモンの子らの侮辱を聞いた。彼らは私の民をそしり、その国境を脅かして高ぶった。
8Ik heb het honen van Moab gehoord, En het schimpen der zonen van Ammon, Die mijn volk hebben gesmaad, Een hoge toon tegen zijn land gevoerd.
9それゆえ、私が生きているかぎり」と万軍の主、イスラエルの神は言われる。「モアブは必ずソドムのようになり、アンモンの子らはゴモラのようになる。いらくさに覆われ、塩の穴となり、永遠に荒れ果てる。私の民の残りの者が彼らを略奪し、私の民の生き残った者が彼らを受け継ぐ。」
9Zo waar Ik leef, spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God: Daarom zal Moab als Sodoma worden, Als Gomorra de zonen van Ammon. Een veld met doornen zal het worden, Een zouthoop, een steppe voor eeuwig; Het Overschot van mijn volk maakt het buit, De Rest van mijn natie ontvangt het tot erfdeel!
10これが彼らの高ぶりに対する報いとなる。彼らが万軍の主の民をそしり、その民に向かって高ぶったからだ。
10Dat zal hun lot zijn, Als loon voor hun trots; Omdat zij hebben gesmaad en gehoond Het volk van Jahweh der heirscharen.
11主は彼らにとって恐るべき方となる。主がこの地のすべての神々を飢え衰えさせられるからだ。人々はそれぞれ自分のいる場所から主を拝む。諸国の海辺に住む者も皆、そうする。
11Dan zal Jahweh door hen worden gevreesd, Omdat Jahweh de goden der aarde vernielt; En iedereen zal op zijn eigen plaats Hem aanbidden, Op alle eilanden der volken!
12「クシュ人よ、あなたがたも私の剣によって殺される。」
12Gij ook, Koesjieten Zult worden vermoord door mijn zwaard!
13主は北に向かって手を伸ばし、アッシリアを滅ぼし、ニネベを荒れ果てた所、荒野のように乾いた所とされる。
13Dan strekt Hij zijn hand tegen het noorden uit, Richt Assjoer te gronde, Maakt van Ninive een woestijn, Verdord als een steppe.
14その町のただ中には、家畜の群れとあらゆる獣が伏す。ペリカンも山あらしも、その柱頭に宿る。その鳴き声が窓から響く。敷居には荒廃があり、杉の梁はむき出しにされる。
14Daar leggen zich de kudden neer, En allerlei wilde beesten; Kraaien en reigers Nestelen op zijn kapitélen. Hoort, het giert door zijn vensters, De verwoesting ligt op zijn drempel: Want het cederwerk Heeft men afgerukt.
15これが、安逸に暮らし、心の中で『私だけがいて、ほかにはだれもいない』と言っていた、あの歓楽の町なのか。なんと荒れ果て、獣の伏す場所となったことか。そこを通り過ぎる者は皆、嘲りの口笛を吹き、こぶしを振る。
15Dat is nu de dartele stad, Zo onbezorgd, Die sprak tot zichzelf: Dat ben ik, en geen ander! Hoe is zij een puinhoop geworden, Een leger voor beesten; Ieder die haar voorbijgaat, Blaast, en zwaait met de hand.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.