列王記第一 1
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ダビデ王は年を重ね、非常に老いていた。人々は彼に衣を掛けたが、王は温まらなかった。
1Toen koning David heel oud geworden was, kon hij maar niet warm worden, hoe men hem ook met dekens toedekte.
2そこで家臣たちは王に言った。「わが君、王のために若い処女を探させましょう。彼女を王のおそばに仕えさせ、王の世話をさせます。そして、わが君、王が温まるように、王のふところに寝かせましょう。」
2Daarom zeiden zijn hovelingen tot hem: Laat men voor mijn heer en koning een jonge maagd zoeken, die hem voortdurend ten dienste staat, hem verzorgt en bij hem slaapt; dan zal mijn heer en koning wel warm worden.
3そこで彼らはイスラエルの全土で美しい若い女を探し、シュネム人アビシャグを見つけて、彼女を王のもとに連れて来た。
3In het hele gebied van Israël zocht men nu naar een mooi meisje, en vond Abisjag van Sjoenem, die men bij den koning bracht.
4その若い女は非常に美しかった。彼女は王の世話をし、彼に仕えた。しかし、王は彼女と床を共にすることはなかった。
4Het was een bijzonder mooi meisje; ze verzorgde den koning en diende hem, maar de koning hield geen gemeenschap met haar.
5そのころ、ハギテの息子アドニヤは、「わたしが王になる」と言って自らを高く上げた。彼は戦車と騎兵、それに自分の前を走る五十人の男を用意した。
5Intussen dacht Adoni-ja, de zoon van Chaggit, in zijn overmoed: Ik zal koning worden. Daarom schafte hij zich een wagen en ruiters aan, en vijftig man, die voor hem uitliepen;
6父はこれまで一度も、「なぜこのようなことをしたのか」と言って彼をたしなめたことがなかった。アドニヤは非常に容姿の良い男で、アブサロムの次に生まれた者であった。
6ondanks dit alles viel zijn vader hem nooit lastig met de vraag:Waarom doet ge dat? Bovendien was Adoni-ja zeer knap van uiterlijk, en volgde in leeftijd op Absalom.
7彼はツェルヤの息子ヨアブ、および祭司アビアタルと協議した。彼らはアドニヤに従い、彼を支持した。
7Hij onderhandelde dus met Joab, den zoon van Seroeja, en den priester Ebjatar, en dezen kozen de partij van Adoni-ja.
8しかし祭司ツァドク、エホヤダの息子ベナヤ、預言者ナタン、シメイ、レイ、そしてダビデに属する勇士たちは、アドニヤに味方しなかった。
8Maar de priester Sadok, Benajáhoe, de zoon van Jehojada, de profeet Natan en Sjimi met zijn krijgsmakkers, Davids helden, hielden het niet met Adoni-ja.
9アドニヤはエン・ロゲルのそばにあるツォヘレテの石の傍らで、羊、牛、肥えた家畜をいけにえとしてささげ、王の息子たちであるすべての兄弟たちと、王のしもべであるユダのすべての男たちを招いた。
9Toen Adoni-ja dan ook schapen runderen en mestvee bij de Slangensteen naast de bron Rogel offerde, en daarbij al zijn broers en al de koninklijke beambten uit de stam van Juda uitnodigde,
10しかし彼は、預言者ナタン、ベナヤ、勇士たち、そして兄弟のソロモンは招かなかった。
10vroeg hij den profeet Natan, Benajáhoe, de helden en zijn broer Salomon niet.
11そこでナタンはソロモンの母バテ・シェバに言った。「ハギテの息子アドニヤが王となり、われわれの主君ダビデがそれをご存じないことを、あなたは聞いていないのですか。
11Toen sprak Natan tot Bat-Sjéba, de moeder van Salomon: Hebt ge niet gehoord, dat Adoni-ja, de zoon van Chaggit, buiten medeweten van onzen heer David koning is geworden?
12さあ、助言をお聞きください。あなた自身のいのちと、息子ソロモンのいのちを救うためです。
12Laat mij u nu een raad geven, hoe gij uw eigen leven en dat van uw zoon Salomon kunt redden.
13ダビデ王のところに入って行き、彼に言いなさい。『わが君、王よ。あなたはしもべに誓って、「確かにあなたの息子ソロモンがわたしの後に王となり、わたしの王座に座る」と言われたではありませんか。それなら、なぜアドニヤが王となっているのですか。』
13Ga binnen bij koning David en zeg hem: Hebt gij, mijn heer en koning, uw dienstmaagd niet onder ede beloofd “Uw zoon Salomon zal na mij koning worden en op mijn troon zitten?” Waarom is Adoni-ja dan koning geworden?
14見よ、 あなたがそこで王と話している間に、わたしもあなたの後から入って行き、あなたの言葉を確かなものとします。」
14Terwijl gij dan nog met den koning spreekt, zal ik na u binnenkomen en uw woorden kracht bijzetten.
15バテ・シェバは部屋にいる王のところに入って行った。王は非常に年老いており、シュネム人アビシャグが王に仕えていた。
15Bat-Sjéba ging dus het vertrek van den koning binnen; de koning was zeer oud en Abisjag van Sjoenem diende hem.
16バテ・シェバは身をかがめ、王に敬意を表した。 王は、「何が望みか」と言った。
16Bat-Sjéba boog voor den koning, en wierp zich voor hem neer. Hij zeide tot haar: Wat verlangt ge?
17彼女は彼に言った。「わが君。あなたはあなたの神、主 にかけて、あなたのしもべに『確かにあなたの息子ソロモンがわたしの後に王となり、彼はわたしの王座に座る』と誓われました。
17Zij antwoordde: Mijn heer, gij hebt uw dienares bij Jahweh, uw God, gezworen: “Uw zoon Salomon zal na mij koning worden en op mijn troon zitten”.
18今、アドニヤが王となっています。そして、わが君、王はそれを知っておられません。
18En zie, nu is Adoni-ja koning geworden, zonder dat gij, mijn heer en koning, het weet.
19彼は牛、肥えた家畜、羊を豊かにいけにえとしてささげ、王のすべての息子たち、祭司アビアタル、軍の長ヨアブを招きました。しかし、あなたのしもべソロモンは招いていません。
19Hij heeft een grote menigte runderen, mestvee en schapen geofferd, en al de zonen des konings genodigd, met den priester Eb-jatar en den legeroverste Joab, maar uw dienaar Salomon niet.
20わが君、王よ。全イスラエルの目はあなたに注がれています。わが君、王の後にだれが王座に座るのかを、あなたが告げてくださるのを待っているのです。
20Thans zijn de ogen van heel Israël op u gericht, mijn heer en koning, opdat gij het te kennen geeft, wie na u op de troon van mijn heer en koning moet zitten.
21そうでなければ、わが君、王が父祖たちとともに眠りにつかれるとき、わたしと息子ソロモンは罪人として扱われることになります。」
21Anders zullen ik en mijn zoon Salomon als misdadigers behandeld worden, wanneer mijn heer en koning bij zijn vaderen zal te ruste gaan.
22彼女がまだ王と話している間に、預言者ナタンが入って来た。
22Terwijl zij nog met den koning sprak, kwam de profeet Natan;
23人々は王に、「預言者ナタンがお見えです」と告げた。 彼が王の前に入って来たとき、彼は地に顔を伏せて王の前に身をかがめた。
23en men meldde den koning: Daar is de profeet Natan. Deze kwam bij den koning binnen, wierp zich voor hem op zijn aangezicht ter aarde,
24ナタンは言った。「わが君、王よ。あなたは『アドニヤがわたしの後に王となり、わたしの王座に座る』と言われたのですか。
24en sprak: Mijn heer en koning, gij hebt dus gezegd, dat Adoni-ja na u koning zal worden en op uw troon zal zitten?
25彼は今日下って行き、牛、肥えた家畜、羊を豊かにいけにえとしてささげ、王のすべての息子たち、軍の長たち、祭司アビアタルを招きました。彼らは今、彼の前で食べたり飲んだりし、『アドニヤ王、万歳!』と言っています。
25Want hij is vandaag een grote menigte runderen, mestvee en schapen gaan offeren, en heeft daarbij al de zonen des konings met de legeroversten en den priester Ebjatar uitgenodigd; nu eten en drinken ze bij hem en roepen: Leve koning Adoni-ja!
26しかし彼は、あなたのしもべであるわたし、祭司ツァドク、エホヤダの息子ベナヤ、そしてあなたのしもべソロモンを招きませんでした。
26Maar mij, uw dienaar, en den priester Sadok, heeft hij niet uitgenodigd; evenmin Benajáhoe, den zoon van Jehojada, en uw dienaar Salomon.
27これはわが君、王によってなされたことですか。そしてあなたは、わが君、王の後にだれがその王座に座るかを、あなたのしもべたちに示されなかったのですか。」
27Is dit alles werkelijk op last van mijn heer en koning gebeurd, zonder dat gij uw dienaar hebt laten weten, wie na u op de troon van mijn heer en koning zal zitten?
28そこでダビデ王は答えて、「バテ・シェバをわたしのところに呼べ」と言った。彼女は王の御前に来て、王の前に立った。
28Nu sprak koning David: Roept Bat-Sjéba hier. Toen zij binnen gekomen was en voor den koning stond,
29王は誓って言った。「あらゆる苦難からわたしのいのちを救い出してくださった主は生きておられる。
29zwoer hij: Zo waar Jahweh leeft, die mij uit alle nood heeft gered;
30『確かにあなたの息子ソロモンがわたしの後に王となり、彼はわたしに代わってわたしの王座に座る』と言って、わたしがイスラエルの神、主にかけてあなたに誓ったとおりに、わたしは今日そのように行う。」
30wat ik u bij Jahweh, Israëls God, gezworen heb, dat uw zoon Salomon na mij koning zal worden en in mijn plaats op mijn troon zal zitten, dat breng ik vandaag nog ten uitvoer.
31そこでバテ・シェバは地に顔を伏せて身をかがめ、王に敬意を表して、「わが君、ダビデ王がとこしえに生きられますように」と言った。
31Toen boog Bat-Sjéba het aangezicht ter aarde, wierp zich voor den koning neer en zeide: Leve mijn heer, koning David. in eeuwigheid!
32ダビデ王は、「祭司ツァドク、預言者ナタン、エホヤダの息子ベナヤをわたしのところに呼べ」と言った。彼らは王の前に来た。
32Nu sprak koning David: Roept den priester Sadok, den profeet Natan en Benajáhoe, den zoon van Jehojada. Toen dezen voor den koning waren verschenen,
33王は彼らに言った。「あなたがたの主君のしもべたちを連れて行き、わたしの息子ソロモンをわたし自身の騾馬に乗せ、彼をギホンへ連れて下りなさい。
33zeide hij hun: Neemt de dienaren van uw heer mee, zet mijn zoon Salomon op mijn eigen muildier, en leidt hem naar de Gichon
34そこで祭司ツァドクと預言者ナタンは、彼に油を注いでイスラエルの王としなさい。角笛を吹き鳴らし、『ソロモン王、万歳!』と言いなさい。
34Daar moeten de priester Sadok en de profeet Natan hem tot koning over Israël zalven. Steekt dan de bazuin en roept: Leve koning Salomon!
35それから彼の後について上って来なさい。彼は来て、わたしの王座に座る。彼がわたしに代わって王となるからだ。わたしは彼をイスラエルとユダの君主に任命した。」
35Trekt daarop in zijn gevolg de stad binnen, en laat hem dan op mijn troon gaan zitten. Zo zal hij koning zijn in mijn plaats; want hem stel ik aan tot vorst over Israël en Juda.
36エホヤダの息子ベナヤは王に答えた。「アーメン。わが君、王の神である主が、そのように言われますように。
36Toen sprak Benajáhoe, de zoon van Jehojada, tot den koning: Zo zij het! Moge Jahweh de woorden van mijn heer en koning bekrachtigen.
37主がわが君、王とともにおられたように、ソロモンとともにおられ、彼の王座を、わが君ダビデ王の王座よりも大いなるものとされますように。」
37Zoals Jahweh met mijn heer en koning geweest is, zo moge Hij ook met Salomon zijn, en zijn troon nog verhevener maken dan die van mijn heer en koning David.
38そこで祭司ツァドク、預言者ナタン、エホヤダの息子ベナヤ、およびケレテ人とペレテ人は下って行き、ソロモンをダビデ王の騾馬に乗せ、彼をギホンへ連れて行った。
38Toen gingen de priester Sadok, de profeet Natan en Benajáhoe, de zoon van Jehojada, met de Kretenzen en de Peletiërs heen, zetten Salomon op het muildier van koning David, en leidden hem naar de Gichon.
39祭司ツァドクは天幕から油の角を取り出し、ソロモンに油を注いだ。彼らは角笛を吹き鳴らし、すべての民は「ソロモン王、万歳!」と言った。
39Daar nam de priester Sadok de hoorn met olie, die hij uit de verbondstent had meegenomen, en zalfde Salomon. Nu stak men de bazuin, en heel het volk riep: Leve koning Salomon!
40すべての民は彼の後について上り、笛を吹き、大いに喜んだ。その歓声で地が裂けるほどであった。
40Daarop trok al het volk achter hem aan de stad in, en men speelde op de fluit en jubelde van vreugde, zodat de grond er van dreunde.
41アドニヤと彼とともにいたすべての客は、食事を終えたときにこれを聞いた。ヨアブは角笛の音を聞くと、「なぜ町はあのように騒がしいのか」と言った。
41Adoni-ja en al de gasten, die bij hem waren, hoorden dit, juist toen de maaltijd ten einde was. Ook Joab hoorde de klank der bazuinen en vroeg: Vanwaar dat luid gejoel in de stad?
42彼がまだ話している間に、祭司アビアタルの息子ヨナタンがやって来た。アドニヤは、「入れ。あなたは立派な人だから、良い知らせを持って来たのだ」と言った。
42Terwijl hij nog sprak, kwam Jonatan, de zoon van den priester Ebjatar aangelopen, en Adoni-ja riep: Kom hier; ge zijt een flink man, en zult wel een goede tijding brengen.
43ヨナタンはアドニヤに答えた。「いいえ。われわれの主君ダビデ王は、ソロモンを王とされました。
43Maar Jonatan antwoordde: Integendeel; onze heer, koning David, heeft Salomon koning gemaakt.
44王は祭司ツァドク、預言者ナタン、エホヤダの息子ベナヤ、それにケレテ人とペレテ人を彼とともに遣わされました。彼らは彼を王の騾馬に乗せました。
44Hij heeft hem den priester Sadok, den profeet Natan, en Benajáhoe, den zoon van Jehojada met de Kretenzen en de Peletiërs meegegeven. Dezen hebben hem op het muildier van den koning gezet,
45祭司ツァドクと預言者ナタンは、ギホンで彼に油を注いで王としました。彼らはそこから喜びながら上って来たので、町は響き渡りました。あなたがたが聞いたのはその音です。
45en de priester Sadok en de profeet Natan hebben hem bij de Gichon tot koning gezalfd. Vandaar zijn ze jubelend de stad ingegaan, die in rep en roer geraakte. Dit is het rumoer, dat ge gehoord hebt.
46さらに、ソロモンは王座に着いています。
46Salomon heeft zich op de koninklijke troon neergezet,
47その上、王のしもべたちはわれわれの主君ダビデ王を祝福しに来て、『あなたの神が、ソロモンの名をあなたの名よりも良くし、彼の王座をあなたの王座よりも大いなるものとされますように』と言いました。すると王は寝台の上で身をかがめられました。
47en de dienaren van den koning zijn binnengekomen, om onzen heer, koning David, geluk te wensen. Ze zeiden: Moge uw God de naam van Salomon nog roemrijker maken dan de uwe, en zijn troon nog verhevener dan uw troon. En de koning boog zich op zijn rustbed neer
48さらに王はこう言われました。『イスラエルの神、主はほめたたえられるように。主は今日、わたしの王座に座る者を与えられ、わたしの目もそれを見ている。』」
48en sprak: Gezegend zij Jahweh, Israëls God, die heden een van mijn zonen op mijn troon heeft geplaatst, en het mij met eigen ogen heeft laten zien.
49アドニヤの客たちは皆恐れ、立ち上がって、それぞれ自分の道へ行った。
49Toen stonden de gasten van Adoni-ja ontsteld op, en zochten allen een goed heenkomen.
50アドニヤはソロモンを恐れ、立ち上がって行き、祭壇の角をつかんだ。
50Ook Adoni-ja liep uit vrees voor Salomon weg, en greep de hoornen van het altaar
51ソロモンに告げる者がいた。「アドニヤはソロモン王を恐れています。彼は祭壇の角をつかんで、『ソロモン王がそのしもべを剣で殺さないと、まずわたしに誓ってくださるように』と言っています。」
51En men berichtte aan Salomon, dat Adoni-ja uit vrees voor koning Salomon de hoornen van het altaar had vastgegrepen en gezegd: Eerst moet koning Salomon mij zweren, dat hij zijn dienaar niet met het zwaard zal doden.
52ソロモンは言った。「彼が忠実な者であることを示すなら、その髪の毛一本も地に落ちることはない。しかし、彼のうちに悪が見つかれば、彼は死ぬ。」
52Maar Salomon zei: Wanneer het blijkt, dat hij een eerlijk man is, zal geen haar van hem ter aarde vallen; maar wordt hij op iets slechts betrapt, dan zal hij sterven.
53こうしてソロモン王は人を遣わし、彼らは彼を祭壇から連れて下った。彼は来てソロモン王に身をかがめた。ソロモンは彼に、「あなたの家へ帰りなさい」と言った。
53Daarop liet koning Salomon hem van het altaar halen; hij kwam en wierp zich voor koning Salomon neer. En Salomon sprak tot hem: Ga naar huis.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.