ネヘミヤ記 1
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ハカリヤの子ネヘミヤの言葉。 第二十年のキスレブの月に、私がスサの宮殿にいたときのことである。
1Kronieken van Nehemias, den zoon van Cha-kalja. Toen ik in de maand Kislew van het twintigste jaar mij in de vesting Sjoesjan bevond,
2私の兄弟の一人ハナニが、数人の者とともにユダからやって来た。私は、捕囚を免れて生き残ったユダヤ人たちの様子と、エルサレムのことを彼らに尋ねた。
2kwam Chanáni, een van mijn broeders, met enige mannen uit Juda daar aan. Ik polste hem dus over de rest van de Joden, die aan de ballingschap waren ontkomen, en over Jerusalem zelf.
3彼らは私に言った。「捕囚を生き残り、あの州に残っている者たちは、大きな苦難と恥辱の中にあります。エルサレムの城壁は崩れ、その門は火で焼かれたままです。」
3Ze vertelden mij: Die aan de ballingschap zijn ontkomen, leven daar in de provincie in grote ellende en schande; en de muren van Jerusalem liggen verwoest, zijn poorten verbrand.
4この言葉を聞くと、私は座り込んで泣き、幾日も悲しみ、天の神 の前で断食して祈った。
4Toen ik dat hoorde, zette ik mij neer en barstte in tranen uit; dagen lang bleef ik rouwen en vasten, en smeekte ik tot den God des hemels.
5私は言った。「ああ、主 よ。天の神、偉大で恐るべき神よ。あなたを愛し、その戒めを守る者に、契約と慈しみを守られる神よ。
5Ik sprak: Ach Jahweh, God des hemels, grote en ontzaglijke God, die het verbond en de genade gestand doet aan hen, die Hem liefhebben en zijn geboden onderhouden!
6どうか耳を傾け、目を開いて、私が今、昼も夜もあなたの前で、あなたのしもべイスラエルの子らのためにささげている祈りを聞いてください。私は、私たちイスラエルの子らがあなたに対して犯した罪を告白する。まことに、私も父の家も罪を犯した。
6Laat uw oor toch luisteren en uw ogen zich openen, om acht te slaan op het gebed van uw dienaar, dat ik thans tot u opstier, dag en nacht, voor Israëls kinderen, uw dienaars. Ik belijd de zonden van Israëls kinderen, die wij tegen U hebben bedreven: ja, ikzelf en het huis van mijn vader, wij hebben gezondigd!
7私たちはあなたに対して甚だしく腐敗した行いをし、あなたがしもべモーセに命じられた戒めも、掟も、定めも守らなかった。
7Wij hebben schandelijk misdaan tegen U, en de geboden, instellingen en voorschriften overtreden, die Gij hebt gegeven aan Moses, uw dienaar.
8「どうか、あなたがしもべモーセに命じられた言葉を思い出してください。『あなたがたが背くなら、わたしはあなたがたを諸国の民の間に散らす。
8Ach, gedenk toch het woord, dat Gij Moses, uw dienaar, gelast hebt te spreken Zo gij ontrouw zijt, zal Ik u onder de volken verstrooien.
9しかし、わたしに立ち返り、わたしの戒めを守って行うなら、たとえ追放された者が天の果てにいても、わたしはそこから彼らを集め、わたしの名を住まわせるために選んだ場所へ連れて来る。』
9Maar zo gij u tot Mij bekeert en mijn geboden nauwgezet onderhoudt, dan breng Ik uw verstrooiden bijeen, al waren ze ook aan de rand van de hemel, en leid Ik ze terug naar de plaats, die Ik heb uitverkoren, om mijn Naam daar te doen wonen.
10「彼らこそ、あなたが大いなる力と力強い御手によって贖われた、あなたのしもべ、あなたの民。
10Ze zijn toch uw dienaars: uw volk, dat Gij door uw geweldige kracht en machtige arm hebt verlost!
11主 よ、どうか、あなたのしもべの祈りと、あなたの名を恐れることを喜ぶしもべたちの祈りに耳を傾けてください。今日、あなたのしもべを成功させ、この人の前であわれみを受けさせてください。」 さて、私は王の献酌官であった。
11(a) Ach Heer, laat uw oor toch luisteren naar het gebed van uw knecht, naar het gebed van uw dienaars, die uw Naam willen vrezen. Laat het toch aan uw dienaars gelukken, genade te vinden in het oog van dien man! (b) Daar ik de schenker des konings was,
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.