ネヘミヤ記
Chapter 4

ネヘミヤ記

Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1サンバラテは、私たちが城壁を建てていると聞くと怒り、激しく憤って、ユダヤ人を嘲笑した。
1Toen Sanbállat hoorde, dat wij bezig waren, de muur te herbouwen, ontstak hij in gramschap en woede. Hij begon, de spot met de Joden te drijven,
2彼は仲間とサマリアの軍隊の前で言った。「あの弱々しいユダヤ人たちは何をしているのか。自分たちで防備を整えるつもりか。いけにえをささげるつもりか。一日で仕上げるつもりか。焼けた瓦礫の山から石を生き返らせるつもりか。」
2en sprak voor zijn ambtgenoten en de bezetting van Samaria: Wat voeren die stakkers van Joden toch uit? Willen ze het God laten doen, en maar offers brengen, het vandaag nog voltooien? Willen zij de stenen, die door het vuur zijn verkoold, uit de hopen stof doen verrijzen?
3アモン人トビヤが彼のそばにいて言った。「彼らが建てているものは、狐が上っても、その石垣を崩してしまうだろう。」
3En Tobi-ja, de Ammoniet, die bij hem stond, vervolgde: Wat ze ook bouwen, als er een jakhals tegen springt, slaat hij een bres in hun stenen muur!
4「私たちの神よ、耳を傾けてください。私たちは侮られています。彼らのそしりを彼ら自身の頭に返し、捕囚の地で略奪に渡してください。
4Hoor, onze God, hoe wij worden gehoond! Werp hun smaad op hun eigen hoofd terug, en maak ze tot een prooi in hun ballingsoord.
5彼らの咎を覆わず、その罪を御前からぬぐい去らないでください。彼らは建てる者たちを侮辱したのです。」
5Neen, bedek hun misdaad niet, en wis hun zonde niet weg voor uw aanschijn; want ze hebben de bouwers gekrenkt!
6こうして私たちは城壁を建てた。城壁全体は高さの半分までつながった。民には働く意欲があったからである。
6Intussen bouwden wij voort aan de muur, en weldra was hij over de hele afstand tot halver hoogte hersteld; want het volk had hart voor het werk.
7しかし、サンバラテ、トビヤ、アラビア人、アモン人、アシュドド人たちは、エルサレムの城壁の修復が進み、破れ口がふさがれ始めたと聞いて、非常に怒った。
7Toen Sanbállat en Tobi-ja met de Arabieren, Ammonieten en de bewoners van Asjdod dan ook vernamen, dat de bouw van Jerusalems muren vorderde, en dat de bressen zich begonnen te sluiten, werden ze woedend.
8そして彼らは皆、エルサレムに来て戦い、私たちの間に混乱を引き起こそうと共謀した。
8Allen staken de hoofden bijeen, om Jerusalem te gaan bestrijden, en er verwarring te stichten.
9しかし私たちは神に祈り、彼らに備えて昼も夜も見張りを立てた。
9Doch wij baden tot onzen God, en lieten, daar we ze vreesden, dag en nacht tegen hen een wacht betrekken.
10ユダの人々は言った。「荷を担う者の力は衰え、瓦礫は多い。これでは城壁を建て続けられない。」
10Maar ook Juda zeide: De kracht der dragers schiet te kort, en puinen zijn er genoeg; we zijn niet in staat, de muur te herbouwen.
11敵は言った。「彼らが気づきも見もしないうちに、その中へ入り込み、彼らを殺して工事をやめさせよう。」
11Onze vijanden dachten: Ze moeten niets weten en merken, voordat we in hun midden verschijnen, ze doden en het werk stopzetten.
12敵の近くに住むユダヤ人たちが来て、あらゆる方角から十回も、「どこへ向かっても、彼らは私たちを襲って来ます」と告げた。
12Maar de Joden, die in hun nabijheid woonden, kwamen ons wel tien keer zeggen: Ze rukken uit alle plaatsen, waar ze wonen, tegen ons op!
13そこで私は、城壁の後ろの低い場所、開けた所に、民を家族ごとに配置し、剣、槍、弓を持たせた。
13Daarop wierp ik op de lager gelegen plaatsen achter de muren verschansingen op, en plaatste daar het volk in familiegroepen met hun zwaarden, lansen en bogen.
14私は見渡し、立ち上がって、貴族、役人、その他の民に言った。「彼らを恐れてはならない。偉大で恐るべき主を覚え、兄弟、息子、娘、妻、家のために戦え。」
14En toen ik zag, hoe bang ze waren, sprong ik op, en sprak tot de edelen, de voormannen en de rest van het volk: Vreest ze niet, maar denkt aan den groten en ontzaglijken Heer, en strijdt voor uw broeders, uw zonen en dochters, voor uw vrouwen en voor uw gezinnen!
15私たちの敵は、それが私たちに知られたこと、そして神が彼らの企てを無に帰されたことを聞いた。こうして私たちは皆、城壁に戻り、それぞれ自分の仕事についた。
15Toen onze vijanden hoorden, dat we op de hoogte waren gebracht, en dat God hun plan had verijdeld, konden wij allen naar de muren terugkeren, en ieder weer aan zijn werk gaan.
16そのとき以来、私のしもべの半数は工事をし、半数は槍、盾、弓、鎧を手にした。指揮官たちはユダの民全体の背後に控えた。
16Toch bleef van die dag af slechts de éne helft van mijn gevolg aan het werk, terwijl de andere helft met lansen, schilden, bogen en pantsers waren gewapend, en de leiders achter de bevolking van Juda bleven staan,
17城壁を建てる者も、荷を担って運ぶ者も、片手で仕事をし、もう一方の手に武器を持った。
17dat aan de muur voortbouwde. De dragers, die de lasten sleepten, verrichtten het werk met de éne hand, terwijl de andere de werpspies hield;
18建てる者たちは皆、腰に剣を帯びて建てた。角笛を吹き鳴らす者は私のそばにいた。
18de metselaars hadden onder het bouwen allen het zwaard aan de lenden gegord. Den bazuinblazer hield ik bij mij.
19私は貴族、役人、その他の民に言った。「工事は大きく、広い範囲に及び、私たちは城壁の上で互いに遠く離れている。
19En ik sprak tot de edelen, de hoofdmannen en tot de rest van het volk: Het werk is omvangrijk en uitgestrekt, zodat wij over de muren zijn verspreid en ver van elkaar staan.
20どこであれ角笛の音を聞いたなら、そこへ、私たちのもとへ集まれ。私たちの神が私たちのために戦ってくださる。」
20Waar ge dus het signaal hoort van de bazuin, daar moet ge u met ons verenigen, en onze God zal voor ons strijden.
21こうして私たちは工事を続け、民の半数は夜明けから星が現れるまで槍を手にした。
21Zo werkten we voort, de helft van hen met lansen gewapend, van het gloren van de dageraad af, totdat de sterren verschenen.
22そのころ私は民に言った。「それぞれ、しもべとともにエルサレムの中に泊まれ。夜は私たちの見張りとなり、昼は働くためである。」
22Ook dan nog sprak ik tot het volk: Iedereen moet met zijn knechten binnen Jerusalem overnachten. Zo waren zij ons des nachts tot een wacht, overdag tot een werkploeg.
23私も、兄弟たちも、しもべたちも、私に従う見張りの者たちも、衣服を脱がなかった。水を汲みに行くときも、皆が武器を携えた。
23Ikzelf en mijn broers, mijn gevolg en mijn lijfwacht waren nooit uit de kleren, en hielden allen de werpspies in de rechterhand.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.