Псальма
Chapter 88
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Псальма 88

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Пісня, псальма, для синів Корея; проводиреві хора, під Махалят Леанот; на науку; від Емана Езрагітського. Господи, Боже мій спасителю! В день і в ночі благаю тебе.
1Een lied; een psalm van de zonen van Kore. Voor muziekbegeleiding; met de fluit. Een klaag- en leerdicht van Heman, den Ezrachiet. Jahweh, mijn God, overdag roep ik om hulp, En schrei des nachts voor uw aanschijn.
2Нехай дійде до тебе молитва моя! Приклони ухо твоє до мого благання!
2Laat mijn gebed voor uw aangezicht dringen; Luister toch naar mijn klagen.
3Бо душа моя сита від муки, і життє моє близько коло пропастї підземної.
3Want mijn ziel is zat van ellende, Mijn leven het rijk der doden nabij;
4Залїчено мене до тих, що йти мають в домовину; я став як чоловік, що сили не має;
4Men telt mij bij hen, die ten grave dalen, Ik ben als een man, aan het eind van zijn kracht.
5Моє місце між мерцями, я наче ті вбиті, що лежать в домовинї, про котрих ти не згадуєш більше, і котрі далеко від руки твоєї.
5Ik ben als de doden verstoten, Als lijken, die in het graf zijn gelegd: Aan wie Gij niet langer meer denkt, En die aan uw hand zijn onttrokken.
6Ти кинув мене в глибоку яму, в тьму, в безодню.
6Gij hebt mij in de diepe grafkuil gestort, In duisternis en in de schaduw des doods;
7Гнїв твій лежить тягарем на менї, всїма филями твоїми ти звалив мене.
7Uw toorn drukt zwaar op mij neer, Al uw golven slaan over mij heen.
8Ти віддалив знакомих моїх від мене, зробив мене огидою для них; я в неволї і не можу вийти з неї.
8Gij hebt mijn vrienden van mij vervreemd, En ze van mij laten walgen; Ik zit in de knel, en kan er niet uit,
9Очі мої знемоглись від горя; до тебе, Господи, кликав я що дня, до тебе простирав руки мої.
9Mijn oog versmacht van ellende. De ganse dag, Jahweh, roep ik U aan, En strek mijn handen naar U uit:
10Хиба на мерцях сотвориш чудо? Хиба померші встануть і прославлять тебе?
10Of doet Gij aan de doden nog wonderen, Staan de schimmen soms op, om U te loven?
11Хиба звіщати муть милість твою в могилї, в місцї зотлїння вірність твою?
11Zal men in het graf van uw goedheid gewagen, Van uw trouw in de afgrond;
12Хиба пізнають в темряві чудеса твої і справедливість твою в землї забуття?
12Zal men in de duisternis uw wondermacht kennen, Uw gerechtigheid in het land van vergeten?
13Я ж, Господи, благаю тебе, і вранцї зустрічає тебе молитва моя.
13Daarom, Jahweh, roep ik U aan, Treedt iedere morgen mijn bede U tegen.
14Чого, Господи, покидаєш душу мою, одвертаєш лице твоє від мене?
14Waarom zoudt Gij mij dan verstoten, o Jahweh, En mij uw aanschijn verbergen?
15Почавши з малку, горюю я й занепадаю; переносючи страшні допусти твої, вже здеревенїв я.
15Van jongsaf ben ik in ellende en zorgen gedompeld, Ik ben radeloos onder de last van uw plagen;
16Поломя гнїву твого пронеслось надо мною, страшні допусти твої знищили мене.
16Uw gramschap slaat over mij heen, Uw verschrikkingen overstelpen mij.
17Обгортали мене, як води, цїлий день, всї вони обступили мене.
17Als water omringen ze mij iedere dag, En sluiten mij helemaal in;
18Віддалив єси від мене друга й товариша; моїх знакомих. — Темрява.
18Gij hebt vrienden en makkers van mij vervreemd, En mijn bekenden door mijn ellende.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.