Psalms
Chapter 88
Berean Standard Bible
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Psalms 88

Berean Standard Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1O LORD, the God of my salvation, day and night I cry out before You.
1Een lied; een psalm van de zonen van Kore. Voor muziekbegeleiding; met de fluit. Een klaag- en leerdicht van Heman, den Ezrachiet. Jahweh, mijn God, overdag roep ik om hulp, En schrei des nachts voor uw aanschijn.
2May my prayer come before You; incline Your ear to my cry.
2Laat mijn gebed voor uw aangezicht dringen; Luister toch naar mijn klagen.
3For my soul is full of troubles, and my life draws near to Sheol.
3Want mijn ziel is zat van ellende, Mijn leven het rijk der doden nabij;
4I am counted among those descending to the Pit. I am like a man without strength.
4Men telt mij bij hen, die ten grave dalen, Ik ben als een man, aan het eind van zijn kracht.
5I am forsaken among the dead, like the slain who lie in the grave, whom You remember no more, who are cut off from Your care.
5Ik ben als de doden verstoten, Als lijken, die in het graf zijn gelegd: Aan wie Gij niet langer meer denkt, En die aan uw hand zijn onttrokken.
6You have laid me in the lowest Pit, in the darkest of the depths.
6Gij hebt mij in de diepe grafkuil gestort, In duisternis en in de schaduw des doods;
7Your wrath weighs heavily upon me; all Your waves have submerged me. Selah
7Uw toorn drukt zwaar op mij neer, Al uw golven slaan over mij heen.
8You have removed my friends from me; You have made me repulsive to them; I am confined and cannot escape.
8Gij hebt mijn vrienden van mij vervreemd, En ze van mij laten walgen; Ik zit in de knel, en kan er niet uit,
9My eyes grow dim with grief. I call to You daily, O LORD; I spread out my hands to You.
9Mijn oog versmacht van ellende. De ganse dag, Jahweh, roep ik U aan, En strek mijn handen naar U uit:
10Do You work wonders for the dead? Do departed spirits rise up to praise You? Selah
10Of doet Gij aan de doden nog wonderen, Staan de schimmen soms op, om U te loven?
11Can Your loving devotion be proclaimed in the grave, Your faithfulness in Abaddon ?
11Zal men in het graf van uw goedheid gewagen, Van uw trouw in de afgrond;
12Will Your wonders be known in the darkness, or Your righteousness in the land of oblivion?
12Zal men in de duisternis uw wondermacht kennen, Uw gerechtigheid in het land van vergeten?
13But to You, O LORD, I cry for help; in the morning my prayer comes before You.
13Daarom, Jahweh, roep ik U aan, Treedt iedere morgen mijn bede U tegen.
14Why, O LORD, do You reject me? Why do You hide Your face from me?
14Waarom zoudt Gij mij dan verstoten, o Jahweh, En mij uw aanschijn verbergen?
15From my youth I was afflicted and near death. I have borne Your terrors; I am in despair.
15Van jongsaf ben ik in ellende en zorgen gedompeld, Ik ben radeloos onder de last van uw plagen;
16Your wrath has swept over me; Your terrors have destroyed me.
16Uw gramschap slaat over mij heen, Uw verschrikkingen overstelpen mij.
17All day long they engulf me like water; they enclose me on every side.
17Als water omringen ze mij iedere dag, En sluiten mij helemaal in;
18You have removed my beloved and my friend; darkness is my closest companion.
18Gij hebt vrienden en makkers van mij vervreemd, En mijn bekenden door mijn ellende.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.