Psalms
Chapter 83
Berean Standard Bible
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Psalms 83

Berean Standard Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1O God, be not silent; be not speechless; be not still, O God.
1Een lied; een psalm van Asaf. O God, houd U niet stil, Niet rustig en werkeloos, o God!
2See how Your enemies rage, how Your foes have reared their heads.
2Want zie, uw vijanden razen, En uw haters steken hun hoofden omhoog.
3With cunning they scheme against Your people and conspire against those You cherish,
3Ze smeden listige plannen tegen uw volk, En spannen tegen uw beschermelingen samen:
4saying, “Come, let us erase them as a nation; may the name of Israel be remembered no more.”
4“Komt, laat ons ze uitroeien uit de rij van de volken, Zodat men zelfs Israëls naam niet meer noemt!”
5For with one mind they plot together, they form an alliance against You—
5Ja, eensgezind hebben ze samengezworen, En een verbond gesloten tegen U:
6the tents of Edom and the Ishmaelites, of Moab and the Hagrites,
6De tenten van Edom en van de Jisjmaëlieten, Van Moab en de zonen van Hagar.
7of Gebal, Ammon, and Amalek, of Philistia with the people of Tyre.
7En Gebal, Ammon en Amalek, Filistea met de bewoners van Tyrus,
8Even Assyria has joined them, lending strength to the sons of Lot. Selah
8Zelfs Assjoer sluit zich bij hen aan, En leent zijn arm aan de zonen van Lot.
9Do to them as You did to Midian, as to Sisera and Jabin at the River Kishon,
9Doe met hen als met Midjan, Als met Sisera en Jabin bij de beek Kisjon,
10who perished at Endor and became like dung on the ground.
10Die bij En-Dor werden vernietigd, En tot mest voor het veld zijn gemaakt.
11Make their nobles like Oreb and Zeeb, and all their princes like Zebah and Zalmunna,
11Zet het hun vorsten betaald als Oreb en Zeëb, Als Zébach en Salmoenna,
12who said, “Let us possess for ourselves the pastures of God.”
12Met al hun groten, die zeggen: Laat ons het land van God gaan bezetten!
13Make them like tumbleweed, O my God, like chaff before the wind.
13Maak ze aan dwarrelende blaren gelijk, o mijn God, En aan kaf voor de wind!
14As fire consumes a forest, as a flame sets the mountains ablaze,
14En zoals het vuur de bossen verteert, De vlammen de bergen verzengen:
15so pursue them with Your tempest, and terrify them with Your storm.
15Zo moogt Gij hen met uw stormwind vervolgen, In verwarring brengen door uw orkaan!
16Cover their faces with shame, that they may seek Your name, O LORD.
16Bedek met smaad hun gelaat, Opdat ze uw Naam mogen eren, o Jahweh;
17May they be ever ashamed and terrified; may they perish in disgrace.
17Laat ze beschaamd staan en verbijsterd voor eeuwig, En in schande vergaan!
18May they know that You alone, whose name is the LORD, are Most High over all the earth.
18Dan zullen zij weten, dat “Jahweh” uw Naam is; Dat Gij de Allerhoogste zijt op heel de aarde, Gij alleen!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.