Psalms
Chapter 9
Berean Standard Bible
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Psalms 9

Berean Standard Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1I will give thanks to the LORD with all my heart; I will recount all Your wonders.
1Voor muziekbegeleiding. Wijze: De dood van den zoon. Een psalm van David. Met heel mijn hart wil ik U loven, o Jahweh En al uw wonderen vermelden;
2I will be glad and rejoice in You; I will sing praise to Your name, O Most High.
2In U mij verheugen en juichen, Uw Naam, Allerhoogste, bezingen!
3When my enemies retreat, they stumble and perish before You.
3Want mijn vijanden hebben de vlucht moeten nemen, Ze zijn gestruikeld en kwamen om voor uw blik;
4For You have upheld my just cause; You sit on Your throne judging righteously.
4Want Gij hebt mijn pleit en belangen behartigd, Als rechtvaardig Rechter uw troon bestegen.
5You have rebuked the nations; You have destroyed the wicked; You have erased their name forever and ever.
5De heidenen hebt Gij bestraft, De goddelozen vernietigd, Zelfs hun naam uitgewist Voor altijd en immer.
6The enemy has come to eternal ruin, and You have uprooted their cities; the very memory of them has vanished.
6De vijanden werden tot zwijgen gebracht, Voor goed hun zwaarden gebroken; Hun steden hebt Gij verwoest, Zelfs de herinnering er aan ging verloren.
7But the LORD abides forever; He has established His throne for judgment.
7Ziet, Jahweh troont in eeuwigheid, Houdt zijn rechterstoel voor het oordeel gereed;
8He judges the world with justice; He governs the people with equity.
8Rechtvaardig richt Hij de wereld, Vonnist de volken, zoals ze verdienen.
9The LORD is a refuge for the oppressed, a stronghold in times of trouble.
9Zo bleef Jahweh een toevlucht voor de verdrukten, Een wijkplaats in tijden van nood;
10Those who know Your name trust in You, for You, O LORD, have not forsaken those who seek You.
10Die uw Naam kennen, mochten steeds op U hopen, Want nooit verliet Gij, die U zochten, o Jahweh!
11Sing praises to the LORD, who dwells in Zion; proclaim His deeds among the nations.
11Zingt nu voor Jahweh, die de Sion bewoont, Roept tot de volken zijn daden;
12For the Avenger of bloodshed remembers; He does not ignore the cry of the afflicted.
12Want de Bloedwreker blijft de verdrukten gedenken, Vergeet hun noodkreten niet.
13Be merciful to me, O LORD; see how my enemies afflict me! Lift me up from the gates of death,
13Jahweh, wees mij genadig; zie mijn ellende, door mijn haters berokkend, Trek mij omhoog uit de poorten des doods,
14that I may declare all Your praises— that within the gates of Daughter Zion I may rejoice in Your salvation.
14Opdat ik overal uw lof mag verkonden, Om uw redding juichen in de poorten der dochter van Sion.
15The nations have fallen into a pit of their making; their feet are caught in the net they have hidden.
15De heidenen zinken weg in de kuil, die ze groeven, Hun voet is gevangen in het net, dat ze spanden;
16The LORD is known by the justice He brings; the wicked are ensnared by the work of their hands. Higgaion Selah
16Jahweh heeft Zich doen kennen, en vonnis gewezen: De goddeloze ligt in zijn eigen daden verstrikt.
17The wicked will return to Sheol— all the nations who forget God.
17Zó mogen ook de zondaars naar het dodenrijk varen, Alle heidenen, die God niet gedenken;
18For the needy will not always be forgotten; nor the hope of the oppressed forever dashed.
18Maar de arme worde niet eeuwig vergeten, De hoop der verdrukten niet altijd beschaamd.
19Rise up, O LORD, do not let man prevail; let the nations be judged in Your presence.
19Sta op dan, Jahweh! Laat zich de mens niet vermeten, Maar laat de heidenen worden gericht voor uw aanschijn.
20Lay terror upon them, O LORD; let the nations know they are but men. Selah
20Jahweh, geef hun een les, Waaruit de heidenen leren, dat ze maar mens zijn.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.