Salmi 83
Diodati Bibbia 1885Translation
Diodati Bibbia 1885
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1O DIO, non istartene cheto; Non tacere, e non riposarti, o Dio.
1Een lied; een psalm van Asaf. O God, houd U niet stil, Niet rustig en werkeloos, o God!
2Perciocchè ecco, i tuoi nemici romoreggiano; E quelli che ti odiano alzano il capo.
2Want zie, uw vijanden razen, En uw haters steken hun hoofden omhoog.
3Hanno preso un cauto consiglio contro al tuo popolo, E si son consigliati contro a quelli che son nascosti appo te.
3Ze smeden listige plannen tegen uw volk, En spannen tegen uw beschermelingen samen:
4Hanno detto: Venite, e distruggiamoli, Sì che non sieno più nazione, E che il nome d'Israele non sia più ricordato.
4“Komt, laat ons ze uitroeien uit de rij van de volken, Zodat men zelfs Israëls naam niet meer noemt!”
5Perciocchè si son di pari consentimento consigliati insieme, Ed han fatta lega contro a te.
5Ja, eensgezind hebben ze samengezworen, En een verbond gesloten tegen U:
6Le tende di Edom, e gl'Ismaeliti; I Moabiti, e gli Hagareni;
6De tenten van Edom en van de Jisjmaëlieten, Van Moab en de zonen van Hagar.
7I Ghebaliti, gli Ammoniti, e gli Amalechiti; I Filistei, insieme con gli abitanti di Tiro;
7En Gebal, Ammon en Amalek, Filistea met de bewoners van Tyrus,
8Gli Assiri eziandio si son congiunti con loro; Sono stati il braccio de' figliuoli di Lot. (Sela.)
8Zelfs Assjoer sluit zich bij hen aan, En leent zijn arm aan de zonen van Lot.
9Fa' loro come tu facesti a Madian; Come a Sisera, come a Iabin, al torrente di Chison;
9Doe met hen als met Midjan, Als met Sisera en Jabin bij de beek Kisjon,
10I quali furono sconfitti in Endor, E furono per letame alla terra.
10Die bij En-Dor werden vernietigd, En tot mest voor het veld zijn gemaakt.
11Fa' che i lor principi sieno come Oreb e Zeeb; E tutti i lor signori come Zeba, e Salmunna;
11Zet het hun vorsten betaald als Oreb en Zeëb, Als Zébach en Salmoenna,
12Perciocchè hanno detto: Conquistiamoci gli abitacoli di Dio.
12Met al hun groten, die zeggen: Laat ons het land van God gaan bezetten!
13Dio mio, falli essere come una palla; Come della stoppia al vento.
13Maak ze aan dwarrelende blaren gelijk, o mijn God, En aan kaf voor de wind!
14Come il fuoco brucia un bosco, E come la fiamma divampa i monti.
14En zoals het vuur de bossen verteert, De vlammen de bergen verzengen:
15Così perseguitali colla tua tempesta, E conturbali col tuo turbo.
15Zo moogt Gij hen met uw stormwind vervolgen, In verwarring brengen door uw orkaan!
16Empi le lor facce di vituperio; E fa' che cerchino il tuo Nome, o Signore.
16Bedek met smaad hun gelaat, Opdat ze uw Naam mogen eren, o Jahweh;
17Sieno svergognati, e conturbati in perpetuo; E sieno confusi, e periscano;
17Laat ze beschaamd staan en verbijsterd voor eeuwig, En in schande vergaan!
18E conoscano che tu, il cui Nome è il Signore, Sei il solo Altissimo sopra tutta la terra.
18Dan zullen zij weten, dat “Jahweh” uw Naam is; Dat Gij de Allerhoogste zijt op heel de aarde, Gij alleen!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.