Salmi
Chapter 45
Diodati Bibbia 1885
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Salmi 45

Diodati Bibbia 1885
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1IL mio cuore sgorga un buon ragionamento; Io recito al Re le mie opere; La mia lingua sarà come la penna di un veloce scrittore.
1Voor muziekbegeleiding; op de wijze van: “Leliën” Van de zonen van Kore; een minnelied. Een heerlijk lied ontwelt aan mijn hart, Ik wil den Koning mijn zang doen horen; Mijn tong is als een vlotte pen:
2Tu sei più bello che alcuno de ' figliuoli degli uomini; Grazia è sparsa sulle tue labbra; Perciò Iddio ti ha benedetto in eterno.
2Gij zijt de schoonste onder de kinderen der mensen, Aanminnigheid ligt op uw lippen, Zo heeft God U voor eeuwig gezegend.
3O prode, cingiti la tua spada al fianco, Che è la tua gloria, e la tua magnificenza;
3Gord uw zwaard om de heupen, o held, Omkleed U met glorie en luister;
4E prospera nel la tua gloria, Cavalca in su la parola di verità, e di mansuetudine, e di giustizia; E la tua destra ti farà vedere opere tremende.
4Vol moed op uw ros voor waarheid, onschuld en recht! Uw rechterhand lere U machtige daden;
5Le tue saette sono acute; I popoli caderanno sotto a te; Esse entreranno nel cuor de' nemici del Re.
5Scherp zijn uw pijlen: volkeren liggen onder uw voet, ‘s Konings vijanden ontzinkt de moed!
6O Dio, il tuo trono è in sempiterno; Lo scettro del tuo regno è uno scettro di dirittura.
6Uw troon staat vast in de eeuwen der eeuwen, Uw koningsschepter is een schepter van recht;
7Tu hai amata la giustizia, ed hai odiata l'empietà; Perciò Iddio, l'Iddio tuo, ti ha unto. D'olio di letizia sopra i tuoi consorti.
7Gij hebt de gerechtigheid lief, maar haat de boosheid. Daarom heeft Jahweh, uw God, U gezalfd Met vreugde-olie als geen uwer broeders;
8Tutti i tuoi vestimenti son mirra, aloe, e cassia, Che spandono il loro odore da' palazzi d'avorio, Dal luogo ove ti è dato diletto.
8Al uw kleren geuren van mirre, aloë en laurier. Uit ivoren paleizen juichen de harpen U toe,
9Figliuole di re sono fra i tuoi onori; La Sposa è alla tua man destra, adorna d'oro di Ofir.
9Koningsdochters staan onder uw schonen; Daar treedt de Koningin aan uw rechter in ofir-brocaat!
10Ascolta, fanciulla, e riguarda, e porgi l'orecchio; E dimentica il tuo popolo, e la casa di tuo padre;
10Hoor, Dochter! Zie, en neig uw oor, Vergeet uw volk en het huis van uw vader:
11E il Re porrà amore alla tua bellezza; Adoralo adunque, perciocchè egli è il tuo Signore.
11Laat de Koning uw schoonheid begeren; Breng Hem uw hulde, want Hij is uw Heer!
12E la figliuola di Tiro, E i ricchi fra i popoli ti supplicheranno con presenti.
12Dan komt de dochter van Tyrus tot U met geschenken, En zoeken de rijkste volken uw gunst.
13La figliuola del Re è tutta gloriosa dentro; La sua vesta è tutta trapunta d'oro.
13Enkel lieftalligheid ligt op het gelaat der koninklijke Dochter, Met goud doorweven is haar ornaat;
14Ella sarà condotta al Re in vesti ricamate, Avendo dietro a sè le vergini sue compagne, Che ti saranno eziandio addotte, o Re .
14Over bonte tapijten wordt zij voor den Koning geleid, Als bruidsmeisjes volgen haar de vriendinnen;
15Ti saranno condotte con letizia, e con gioia; Ed entreranno nel palazzo del Re.
15En onder gejuich en gejubel Trekken zij in het paleis van den Koning!
16I tuoi figliuoli saranno in luogo de' tuoi padri; Tu li costituirai principi per tutta la terra.
16Dan worden in plaats van uw vaderen U zonen geboren, En Gij stelt ze over heel de aarde tot koningen aan.
17Io pubblicherò la memoria del tuo Nome, per ogni età; Perciò, ti celebreranno i popoli in sempiterno.
17Zij zullen uw Naam doen gedenken Van geslacht tot geslacht; En volken zullen U prijzen Voor eeuwig en immer!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.