Salmos 45
Reina-Valera 1909Translation
Reina-Valera 1909
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Al Músico principal: sobre Sosannim: para los hijos de Coré: Masquil: Canción de amores. REBOSA mi corazón palabra buena: refiero yo al Rey mis obras: mi lengua es pluma de escribiente muy ligero.
1Voor muziekbegeleiding; op de wijze van: “Leliën” Van de zonen van Kore; een minnelied. Een heerlijk lied ontwelt aan mijn hart, Ik wil den Koning mijn zang doen horen; Mijn tong is als een vlotte pen:
2Haste hermoseado más que los hijos de los hombres; la gracia se derramó en tus labios: por tanto Dios te ha bendecido para siempre.
2Gij zijt de schoonste onder de kinderen der mensen, Aanminnigheid ligt op uw lippen, Zo heeft God U voor eeuwig gezegend.
3Cíñete tu espada sobre el muslo, oh valiente, con tu gloria y con tu majestad.
3Gord uw zwaard om de heupen, o held, Omkleed U met glorie en luister;
4Y en tu gloria sé prosperado: cabalga sobre palabra de verdad, y de humildad, y de justicia; y tu diestra te enseñará cosas terribles.
4Vol moed op uw ros voor waarheid, onschuld en recht! Uw rechterhand lere U machtige daden;
5Tus saetas agudas con que caerán pueblos debajo de ti, penetrarán en el corazón de los enemigos del Rey.
5Scherp zijn uw pijlen: volkeren liggen onder uw voet, ‘s Konings vijanden ontzinkt de moed!
6Tu trono, oh Dios, eterno y para siempre: vara de justicia la vara de tu reino.
6Uw troon staat vast in de eeuwen der eeuwen, Uw koningsschepter is een schepter van recht;
7Amaste la justicia y aborreciste la maldad: por tanto te ungió Dios, el Dios tuyo, con óleo de gozo sobre tus compañeros.
7Gij hebt de gerechtigheid lief, maar haat de boosheid. Daarom heeft Jahweh, uw God, U gezalfd Met vreugde-olie als geen uwer broeders;
8Mirra, áloe, y casia exhalan todos tus vestidos: en estancias de marfil te han recreado.
8Al uw kleren geuren van mirre, aloë en laurier. Uit ivoren paleizen juichen de harpen U toe,
9Hijas de reyes entre tus ilustres: está la reina á tu diestra con oro de Ophir.
9Koningsdochters staan onder uw schonen; Daar treedt de Koningin aan uw rechter in ofir-brocaat!
10Oye, hija, y mira, é inclina tu oído; y olvida tu pueblo, y la casa de tu padre;
10Hoor, Dochter! Zie, en neig uw oor, Vergeet uw volk en het huis van uw vader:
11Y deseará el rey tu hermosura: é inclínate á él, porque él es tu Señor.
11Laat de Koning uw schoonheid begeren; Breng Hem uw hulde, want Hij is uw Heer!
12Y las hijas de Tiro vendrán con presente; implorarán tu favor los ricos del pueblo.
12Dan komt de dochter van Tyrus tot U met geschenken, En zoeken de rijkste volken uw gunst.
13Toda ilustre es de dentro la hija del rey: de brocado de oro es su vestido.
13Enkel lieftalligheid ligt op het gelaat der koninklijke Dochter, Met goud doorweven is haar ornaat;
14Con vestidos bordados será llevada al rey; vírgenes en pos de ella: sus compañeras serán traídas á ti.
14Over bonte tapijten wordt zij voor den Koning geleid, Als bruidsmeisjes volgen haar de vriendinnen;
15Serán traídas con alegría y gozo: entrarán en el palacio del rey.
15En onder gejuich en gejubel Trekken zij in het paleis van den Koning!
16En lugar de tus padres serán tus hijos, á quienes harás príncipes en toda la tierra.
16Dan worden in plaats van uw vaderen U zonen geboren, En Gij stelt ze over heel de aarde tot koningen aan.
17Haré perpetua la memoria de tu nombre en todas las generaciones: por lo cual te alabarán los pueblos eternamente y para siempre.
17Zij zullen uw Naam doen gedenken Van geslacht tot geslacht; En volken zullen U prijzen Voor eeuwig en immer!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.