Salmos 145
Reina-Valera 1909Translation
Reina-Valera 1909
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Salmo de alabanza: de David. ENSALZARTE he, mi Dios, mi Rey; y bendeciré tu nombre por siglo y para siempre.
1Een loflied van David. Ik wil U verheffen, mijn God en mijn Koning Uw Naam in eeuwigheid loven;
2Cada día te bendeciré, y alabaré tu nombre por siglo y para siempre.
2Ik wil U zegenen iedere dag, Uw Naam verheerlijken voor altijd en eeuwig.
3Grande es Jehová y digno de suprema alabanza: y su grandeza es inescrutable.
3Groot is Jahweh, en hooggeprezen, Zijn majesteit is niet te doorgronden!
4Generación á generación narrará tus obras, y anunciarán tus valentías.
4Van geslacht tot geslacht zal men uw werken verheffen, En uw machtige daden vermelden;
5La hermosura de la gloria de tu magnificencia, y tus hechos maravillosos, hablaré.
5Van de heerlijke luister van uw Majesteit spreken, En uw wonderen bezingen;
6Y la terribilidad de tus valentías dirán los hombres; y yo recontaré tu grandeza.
6Van de macht uwer ontzaglijke daden gewagen, En uw grootheid verkonden!
7Reproducirán la memoria de la muchedumbre de tu bondad, y cantarán tu justicia.
7Men zal de roem van uw onmetelijke goedheid verbreiden, En over uw goedertierenheid jubelen:
8Clemente y misericordioso es Jehová, lento para la ira, y grande en misericordia.
8“Genadig en barmhartig is Jahweh, Lankmoedig, vol goedheid;
9Bueno es Jehová para con todos; y sus misericordias sobre todas sus obras.
9Goedertieren is Jahweh voor allen, Zijn barmhartigheid strekt zich over al zijn schepselen uit!”
10Alábente, oh Jehová, todas tus obras; y tus santos te bendigan.
10Al uw werken zullen U loven, o Jahweh, En uw vromen zullen U prijzen;
11La gloria de tu reino digan, y hablen de tu fortaleza;
11Ze zullen de glorie van uw Koningschap roemen, En uw almacht verkonden:
12Para notificar á los hijos de los hombres sus valentías, y la gloria de la magnificencia de su reino.
12Om de kinderen der mensen uw kracht te doen kennen, En de heerlijke glans van uw Rijk.
13Tu reino es reino de todos los siglos, y tu señorío en toda generación y generación.
13Uw Koningschap is een koningschap voor alle eeuwen, Uw heerschappij blijft van geslacht tot geslacht! Trouw is Jahweh in al zijn beloften, En in al zijn werken vol goedheid.
14Sostiene Jehová á todos los que caen, y levanta á todos los oprimidos.
14Jahweh stut die dreigen te vallen, En die gebukt gaan, richt Hij weer op.
15Los ojos de todos esperan en ti, y tú les das su comida en su tiempo.
15Aller ogen zien naar U uit, Gij geeft voedsel aan allen, elk op zijn tijd;
16Abres tu mano, y colmas de bendición á todo viviente.
16Gij opent uw handen, En verzadigt naar hartelust al wat leeft!
17Justo es Jehová en todos sus caminos, y misericordioso en todas sus obras.
17Goedertieren is Jahweh in al zijn wegen, En in al zijn werken vol liefde.
18Cercano está Jehová á todos los que le invocan, á todos los que le invocan de veras.
18Jahweh is allen, die Hem roepen, nabij: Allen, die oprecht tot Hem bidden.
19Cumplirá el deseo de los que le temen; oirá asimismo el clamor de ellos, y los salvará.
19Hij vervult de wensen van hen, die Hem vrezen; Hij hoort hun smeken, en komt ze te hulp.
20Jehová guarda á todos los que le aman; empero destruirá á todos los impíos.
20Jahweh behoedt wie Hem liefheeft, Maar vernielt alle bozen!
21La alabanza de Jehová hablará mi boca; y bendiga toda carne su santo nombre por siglo y para siempre.
21Mijn mond zal de lof van Jahweh verkonden; Alle vlees zijn heilige Naam zegenen voor eeuwig!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.