Salmos 129
Reina-Valera 1909Translation
Reina-Valera 1909
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Cántico gradual. MUCHO me han angustiado desde mi juventud, puede decir ahora Israel;
1Een bedevaartslied. Van jongs af heeft men wreed mij mishandeld, Mag Israël wel zeggen;
2Mucho me han angustiado desde mi juventud; mas no prevalecieron contra mí.
2Mij hardvochtig gekweld sinds mijn jeugd, Maar nooit mij gebroken.
3Sobre mis espaldas araron los aradores: hicieron largos surcos.
3Ploegers hebben mijn rug beploegd, En lange voren getrokken;
4Jehová es justo; cortó las coyundas de los impíos.
4Maar Jahweh bleef trouw: De riemen der bozen sneed Hij stuk.
5Serán avergonzados y vueltos atrás todos los que aborrecen á Sión.
5Beschaamd moeten vluchten Alle haters van Sion.
6Serán como la hierba de los tejados, que se seca antes que crezca:
6Ze zullen worden als gras op de daken, Dat vóór het opschiet, verdort;
7De la cual no hinchió segador su mano, ni sus brazos el que hace gavillas.
7Waarmee geen maaier zijn hand kan vullen, Geen hooier zijn arm.
8Ni dijeron los que pasaban: Bendición de Jehová sea sobre vosotros; os bendecimos en el nombre de Jehová.
8En niemand zal in het voorbijgaan zeggen: “De zegen van Jahweh over u; Wij zegenen u in Jahweh’s Naam!”
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.