Salmos 48
Reina-Valera 1909Translation
Reina-Valera 1909
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Canción: Salmo de los hijos de Coré. GRANDE es Jehová y digno de ser en gran manera alabado, en la ciudad de nuestro Dios, en el monte de su santuario.
1Een lied; een psalm van de zonen van Kore. Groot is Jahweh, hoog geprezen In de stad van onzen God!
2Hermosa provincia, el gozo de toda la tierra es el monte de Sión, á los lados del aquilón, la ciudad del gran Rey.
2Lieflijk verheft zich zijn heilige berg, Voor heel de aarde een vreugde. De Sionsberg is de Spits van het Noorden, De stad van een machtigen Koning;
3Dios en sus palacios es conocido por refugio.
3God woont in haar burchten, En toont zich een veilige schuts.
4Porque he aquí los reyes de la tierra se reunieron; pasaron todos.
4Want zie, de koningen hadden zich met elkander verbonden, En rukten gezamenlijk aan;
5Y viéndola ellos así, maravilláronse, se turbaron, diéronse priesa á huir .
5Maar toen ze haar zagen, stonden ze stom van ontzetting, En stoven verschrokken uiteen.
6Tomólos allí temblor; dolor, como á mujer que pare.
6Vreselijke angst greep hen aan, En wee als een barende vrouw:
7Con viento solano quiebras tú las naves de Tharsis.
7Ineens als een storm uit het oosten, Die de Tarsjisj-schepen vernielt.
8Como lo oímos, así hemos visto en la ciudad de Jehová de los ejércitos, en la ciudad de nuestro Dios: afirmarála Dios para siempre. (Selah.)
8Wat we vroeger hadden gehoord, Hebben we nu ook gezien: Jahweh der heirscharen woont in de stad, Onze God woont in de stad, en laat haar eeuwig bestaan!
9Esperamos tu misericordia, oh Dios, en medio de tu templo.
9Wij gedenken uw goedheid, o God, Binnen uw tempel.
10Conforme á tu nombre, oh Dios, así es tu loor hasta los fines de la tierra: de justicia está llena tu diestra.
10Uw lof, o God, reikt als uw Naam Tot aan de grenzen der aarde. Vol gerechtigheid is uw rechterhand,
11Alegraráse el monte de Sión; se gozarán las hijas de Judá por tus juicios.
11Sions berg is er over verheugd; En Juda’s dochteren juichen van vreugde, O Jahweh, om uw gericht.
12Andad alrededor de Sión, y rodeadla: contad sus torres.
12Trekt rond de Sion, loopt er omheen: Telt zijn torens,
13Poned vuestro corazón á su antemuro, mirad sus palacios; para que lo contéis á la generación venidera.
13Let op zijn wallen Ziet naar zijn burchten; Om aan een volgend geslacht te vertellen,
14Porque este Dios es Dios nuestro eternalmente y para siempre: él nos capitaneará hasta la muerte.
14Dat God hier woont, Dat onze God ons leidt Voor eeuwig en immer!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.