Salmos
Chapter 118
Reina-Valera 1909
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Salmos 118

Reina-Valera 1909
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ALABAD á Jehová, porque es bueno; porque para siempre es su misericordia.
1Halleluja! Brengt Jahweh dank, want Hij is goed: Zijn genade duurt eeuwig!
2Diga ahora Israel: Que para siempre es su misericordia.
2Laat Israël herhalen: Zijn genade duurt eeuwig!
3Diga ahora la casa de Aarón: Que para siempre es su misericordia.
3Laat het huis van Aäron herhalen: Zijn genade duurt eeuwig!
4Digan ahora los que temen á Jehová: Que para siempre es su misericordia.
4Die Jahweh vrezen, herhalen: Zijn genade duurt eeuwig!
5Desde la angustia invoqué á JAH; y respondióme JAH, poniéndome en anchura.
5In mijn benauwdheid riep ik tot Jahweh; En Jahweh heeft mij verhoord en verkwikt.
6Jehová está por mí: no temeré lo que me pueda hacer el hombre.
6Voor mij neemt Jahweh het op: Niets heb ik te vrezen; Wat zouden de mensen mij doen!
7Jehová está por mí entre los que me ayudan: por tanto yo veré mi deseo en los que me aborrecen.
7Voor mij neemt Jahweh het op: Hij komt mij te hulp; Zo zie ik op mijn vijanden neer!
8Mejor es esperar en Jehová que esperar en hombre.
8Beter tot Jahweh te vluchten, dan op mensen te bouwen;
9Mejor es esperar en Jehová que esperar en príncipes.
9Beter tot Jahweh te vluchten, dan te bouwen op vorsten!
10Todas las gentes me cercaron: en nombre de Jehová, que yo los romperé.
10Al houden mij alle volken omsingeld: In de Naam van Jahweh sla ik ze neer!
11Cercáronme y asediáronme: en nombre de Jehová, que yo los romperé.
11Al hebben ze mij van alle kanten omringd: In de Naam van Jahweh sla ik ze neer!
12Cercáronme como abejas; fueron apagados como fuegos de espinos: en nombre de Jehová, que yo los romperé.
12Al zwermen ze als wespen om mij heen: In de Naam van Jahweh sla ik ze neer! Al laaien ze op als vuur in de doornen: In de Naam van Jahweh sla ik ze neer!
13Empujásteme con violencia para que cayese: empero ayudóme Jehová.
13Ik ben gestompt en geslagen, om te vallen, Maar Jahweh heeft mij gestut;
14Mi fortaleza y mi canción es JAH; y él me ha sido por salud.
14Jahweh is mijn kracht en mijn schuts, Hij heeft mij de zege verleend!
15Voz de júbilo y de salvación hay en las tiendas de los justos: la diestra de Jehová hace proezas.
15Een jubel van blijdschap en zege Juicht onder de tenten der vromen: Jahweh’s rechterhand brengt de victorie;
16La diestra de Jehová sublime: la diestra de Jehová hace valentías.
16Jahweh’s rechter overwint!
17No moriré, sino que viviré, y contaré las obras de JAH.
17Neen, ik zal niet sterven, maar leven, Om Jahweh’s daden te melden!
18Castigóme gravemente JAH: mas no me entregó á la muerte.
18Wel heeft Jahweh mij streng gekastijd, Maar Hij gaf mij niet prijs aan de dood.
19Abridme las puertas de la justicia: entraré por ellas, alabaré á JAH.
19Doet dan de poorten der gerechtigheid open: Ik wil er doorheen, om Jahweh te danken!
20Esta puerta de Jehová, por ella entrarán los justos.
20-
21Te alabaré, porque me has oído, y me fuiste por salud.
21Ik wil U danken, want Gij hebt mij verhoord, Gij hebt mij de zege verleend!
22La piedra que desecharon los edificadores, ha venido á ser cabeza del ángulo.
22De steen, die de bouwlieden hadden verworpen, Is hoeksteen geworden;
23De parte de Jehová es esto: es maravilla en nuestros ojos.
23Jahweh heeft het gedaan: Een wonder was het in onze ogen!
24Este es el día que hizo Jehová: nos gozaremos y alegraremos en él.
24Dit is de dag, die Jahweh gemaakt heeft: Laat ons thans jubelen en juichen!
25Oh Jehová, salva ahora, te ruego: oh Jehová, ruégote hagas prosperar ahora.
25Ach Jahweh, blijf ons toch helpen; Ach Jahweh, maak ons gelukkig!
26Bendito el que viene en nombre de Jehová: desde la casa de Jehová os bendecimos.
26Gezegend, die komt in de Naam van Jahweh:7 Uit Jahweh’s woning bidden wij zegen u toe!
27Dios es Jehová que nos ha resplandecido: atad víctimas con cuerdas á los cuernos del altar.
27Jahweh is God: Hij doet ons stralen van vreugde; Bindt dan de feestslingers tot de hoornen van het altaar!
28Mi Dios eres tú, y á ti alabaré: Dios mío, á ti ensalzaré.
28Gij zijt mijn God: U wil ik loven; Gij zijt mijn God: U wil ik roemen!
29Alabad á Jehová porque es bueno; porque para siempre es su misericordia.
29Brengt Jahweh dank, want Hij is goed: Zijn genade duurt eeuwig!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.