Salmos
Chapter 115
Reina-Valera 1909
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Salmos 115

Reina-Valera 1909
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1NO á nosotros, oh Jehová, no á nosotros, sino á tu nombre da gloria; por tu misericordia, por tu verdad.
1Niet ons, o Jahweh, niet ons, Maar uw Naam geef eer om uw goedheid en trouw!
2Por qué dirán las gentes: ¿Dónde está ahora su Dios?
2Waarom zouden de heidenen zeggen: “Waar is toch hun God?”
3Y nuestro Dios está en los cielos: todo lo que quiso ha hecho.
3De God van òns is in de hemel, En Hij doet wat Hij wil;
4Sus ídolos son plata y oro, obra de manos de hombres.
4Doch hùn goden zijn maar zilver en goud, Door mensenhanden gemaakt.
5Tienen boca, mas no hablarán; tienen ojos, mas no verán;
5Ze hebben een mond, maar kunnen niet spreken; Ogen, maar kunnen niet zien;
6Orejas tienen, mas no oirán; tienen narices, mas no olerán;
6Oren, maar kunnen niet horen; Een neus, maar kunnen niet ruiken.
7Manos tienen, mas no palparán; tienen pies, mas no andarán; no hablarán con su garganta.
7Hun handen kunnen niet tasten, Hun voeten niet gaan; Ze geven geen geluid met hun keel, En hebben geen adem in hun mond.
8Como ellos son los que los hacen; cualquiera que en ellos confía.
8Aan hen worden gelijk, die ze maken, En allen, die er op hopen!
9Oh Israel, confía en Jehová: él es su ayuda y su escudo.
9Maar Israël blijft op Jahweh vertrouwen: Hij is hun hulp en hun schild;
10Casa de Aarón, confiad en Jehová: él es su ayuda y su escudo.
10Het huis van Aäron blijft op Jahweh vertrouwen: Hij is hun hulp en hun schild;
11Los que teméis á Jehová, confiad en Jehová: él es su ayuda y su escudo.
11Die Jahweh vrezen, blijven op Jahweh vertrouwen: Hij is hun hulp en hun schild!
12Jehová se acordó de nosotros: nos bendecirá: bendecirá á la casa de Israel; bendecirá á la casa de Aarón.
12En Jahweh zal ons gedenken, Ons zijn zegen verlenen: Het huis van Israël zegenen, Het huis van Aäron zegenen,
13Bendecirá á los que temen á Jehová; á chicos y á grandes.
13Die Jahweh vrezen zegenen, Kleinen en groten;
14Acrecentará Jehová bendición sobre vosotros; sobre vosotros y sobre vuestros hijos.
14En Jahweh zal u blijven zegenen, U en uw kinderen!
15Benditos vosotros de Jehová, que hizo los cielos y la tierra.
15Weest dan gezegend door Jahweh, Die hemel en aarde heeft gemaakt:
16Los cielos son los cielos de Jehová: y ha dado la tierra á los hijos de los hombres.
16De hemel blijft de hemel van Jahweh, Maar de aarde gaf Hij aan de kinderen der mensen.
17No alabarán los muertos á JAH, ni cuantos descienden al silencio;
17De doden zullen Jahweh niet prijzen, Niemand, die in het oord van Stilte is gedaald:
18Mas nosotros bendeciremos á JAH, desde ahora para siempre. Aleluya.
18Maar wij, wij zullen Jahweh loven, Van nu af tot in eeuwigheid!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.