Salmos 41
Reina-Valera 1909Translation
Reina-Valera 1909
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Al Músico principal: Salmo de David. BIENAVENTURADO el que piensa en el pobre: en el día malo lo librará Jehová.
1Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David. Heil, die bezorgd is voor zwakken en armen: Op de dag van rampspoed zal Jahweh hem redden.
2Jehová lo guarde, y le dé vida: sea bienaventurado en la tierra, y no lo entregues á la voluntad de sus enemigos.
2Jahweh behoedt en behoudt hem, maakt hem gelukkig op aarde, En geeft hem niet prijs aan de haat van zijn vijand.
3Jehová lo sustentará sobre el lecho del dolor: mullirás toda su cama en su enfermedad.
3Jahweh zal hem op zijn ziekbed verkwikken, En zijn lijdenssponde verlichten.
4Yo dije: Jehová, ten misericordia de mí; sana mi alma, porque contra ti he pecado.
4Ik bid wel: “Jahweh, wees mij genadig; Genees mijn ziel, want ik heb gezondigd tegen U!”
5Mis enemigos dicen mal de mí preguntando : ¿Cuándo morirá, y perecerá su nombre?
5Maar mijn vijand verwenst mij: “Wanneer gaat hij dood, en verdwijnt ook zijn naam!”
6Y si venía á ver me , hablaba mentira: su corazón se amontonaba iniquidad; y salido fuera, hablába la .
6En komt er een op bezoek, dan huichelt zijn hart, Verzint hij leugens, en gaat ze buiten vertellen.
7Reunidos murmuraban contra mí todos los que me aborrecían: contra mí pensaban mal, diciendo de mí :
7Al die mij haten, smoezelen onder elkander, En denken het ergste van mij:
8Cosa pestilencial de él se ha apoderado; y el que cayó en cama, no volverá á levantarse.
8“Een helse pest kleeft hem aan; Waar hij ligt, blijft hij liggen!”
9Aun el hombre de mi paz, en quien yo confiaba, el que de mi pan comía, alzó contra mí el calcañar.
9Zelfs mijn vriend, op wien ik vertrouwde, En die mijn brood heeft gegeten, heft de hiel tegen mij op.
10Mas tú, Jehová, ten misericordia de mí, y hazme levantar, y daréles el pago.
10Maar wees Gij mij genadig, o Jahweh; Richt mij weer op, om het hun te vergelden.
11En esto habré conocido que te he agradado, que mi enemigo no se holgará de mí.
11Hieraan erken ik, dat Gij mij bemint: Als mijn vijand niet over mij juicht,
12En cuanto á mí, en mi integridad me has sustentado, y me has hecho estar delante de ti para siempre.
12Maar als ik gezond word, en Gij mij behoudt, En mij eeuwig voor uw aangezicht plaatst.
13Bendito sea Jehová, el Dios de Israel, por siglos de siglos. Amén y Amén.
13Geloofd zij Jahweh, lsraëls God Van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen, Amen!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.