Salmos
Chapter 41
Bíblia Portuguesa Mundia…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Bem-aventurado aquele que considera o pobre. O SENHOR o livrará no dia do mal.
1Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David. Heil, die bezorgd is voor zwakken en armen: Op de dag van rampspoed zal Jahweh hem redden.
2O SENHOR o preservará, e o manterá vivo. Ele será abençoado na terra, e não o entregará à vontade dos seus inimigos.
2Jahweh behoedt en behoudt hem, maakt hem gelukkig op aarde, En geeft hem niet prijs aan de haat van zijn vijand.
3O SENHOR o sustentará em seu leito de enfermidade, e o restaurará do seu leito de doença.
3Jahweh zal hem op zijn ziekbed verkwikken, En zijn lijdenssponde verlichten.
4Eu disse: “SENHOR, tem misericórdia de mim! Cura-me, pois pequei contra ti.”
4Ik bid wel: “Jahweh, wees mij genadig; Genees mijn ziel, want ik heb gezondigd tegen U!”
5Meus inimigos falam mal de mim: “Quando ele morrerá, e o seu nome perecerá?”
5Maar mijn vijand verwenst mij: “Wanneer gaat hij dood, en verdwijnt ook zijn naam!”
6Se ele vem me ver, fala falsidade. Seu coração acumula iniquidade para si mesmo. Quando sai, ele espalha isso.
6En komt er een op bezoek, dan huichelt zijn hart, Verzint hij leugens, en gaat ze buiten vertellen.
7Todos os que me odeiam sussurram juntos contra mim. Eles imaginam o pior para mim.
7Al die mij haten, smoezelen onder elkander, En denken het ergste van mij:
8“Uma doença maligna”, eles dizem, “o afligiu. Agora que está deitado, não se levantará mais.”
8“Een helse pest kleeft hem aan; Waar hij ligt, blijft hij liggen!”
9Sim, o meu próprio amigo íntimo, em quem eu confiava, que comia pão comigo, levantou o calcanhar contra mim.
9Zelfs mijn vriend, op wien ik vertrouwde, En die mijn brood heeft gegeten, heft de hiel tegen mij op.
10Mas tu, SENHOR, tem misericórdia de mim, e levanta-me, para que eu lhes retribua.
10Maar wees Gij mij genadig, o Jahweh; Richt mij weer op, om het hun te vergelden.
11Por isso eu sei que te agradas de mim, porque o meu inimigo não triunfa sobre mim.
11Hieraan erken ik, dat Gij mij bemint: Als mijn vijand niet over mij juicht,
12Quanto a mim, tu me sustentas na minha integridade, e me colocas na tua presença para sempre.
12Maar als ik gezond word, en Gij mij behoudt, En mij eeuwig voor uw aangezicht plaatst.
13Bendito seja o SENHOR, o Deus de Israel, de eternidade a eternidade! Amém e amém.
13Geloofd zij Jahweh, lsraëls God Van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen, Amen!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.