Salmos 127
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Se o SENHOR não edificar a casa, em vão trabalham os que a edificam. Se o SENHOR não guardar a cidade, em vão vigia a sentinela.
1Een bedevaartslied; van Salomon. Wanneer Jahweh het huis niet bouwt, Is het zwoegen der bouwlieden ijdel; Wanneer Jahweh de stad niet behoedt, Waken de wachters vergeefs.
2É inútil que vocês se levantem de madrugada, que fiquem acordados até tarde, comendo o pão do trabalho árduo, pois ele dá sono aos seus amados.
2Dan heeft het geen zin, vroeg op te staan, Of laat u te ruste te leggen; Gij eet dan het brood in uw zweet: Maar dien Hij liefheeft, geeft Hij het ook in de slaap.
3Eis que os filhos são herança do SENHOR. O fruto do ventre é a sua recompensa.
3Waarachtig; zonen zijn geschenken van Jahweh, De vrucht van de schoot een beloning!
4Como flechas na mão de um guerreiro, assim são os filhos da juventude.
4Als pijlen in de hand van den strijder, Zijn de zonen, verwekt in de jeugd;
5Feliz é o homem que tem a sua aljava cheia deles. Eles não serão envergonhados quando falarem com os seus inimigos na porta.
5Gelukkig de man, Die er zijn koker van vol heeft: Hij hoeft niet verlegen te staan, Als hij onder de poort met zijn vijanden twist.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.