Salmos 120
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Em minha angústia, clamei ao SENHOR. Ele me respondeu.
1Een bedevaartslied. Tot Jahweh riep ik in mijn nood, En Hij heeft mij verhoord.
2Livra a minha alma, SENHOR, dos lábios mentirosos, de uma língua enganadora.
2Verlos mij, Jahweh, van leugenlippen En lastertongen!
3O que lhe será dado, e o que mais lhe será feito, ó língua enganadora?
3Wat kan een lastertong u al brengen, En wat er nog bij doen:
4Flechas afiadas do valente, com brasas de zimbro.
4Scherpgepunte oorlogspijlen, Met gloeiende houtskool!
5Ai de mim, que vivo em Meseque, que habito entre as tendas de Quedar!
5Wee mij, dat ik moet toeven In de tenten van Mésjek, En dat ik moet wonen In de tenten van Kedar!
6Minha alma já habitou tempo demais com aquele que odeia a paz.
6Reeds te lang leef ik samen Met vredeverstoorders;
7Eu sou pela paz, mas quando eu falo, eles são pela guerra.
7Als ìk over vrede wil spreken, Zoeken zij strijd!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.