2 Timóteo
Chapter 1

2 Timóteo

Bíblia Portuguesa Mundia…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Paulo, apóstolo de Jesus Cristo pela vontade de Deus, segundo a promessa da vida que está em Cristo Jesus,
1Paulus, apostel van Christus Jesus, door de wil van God en ter wille der belofte van het leven, dat in Christus Jesus is:
2a Timóteo, meu amado filho: Graça, misericórdia e paz, da parte de Deus Pai e de Cristo Jesus, nosso Senhor.
2aan Timóteus, zijn geliefd kind: Genade, barmhartigheid en vrede van God den Vader en van Christus Jesus onzen Heer.
3Dou graças a Deus, a quem sirvo com a consciência pura, assim como fizeram meus antepassados. Lembro-me constantemente de você em minhas súplicas, noite e dia,
3Ik breng dank aan God, dien ik van geslacht op geslacht met een rein geweten dien, wanneer ik onverpoosd nacht en dag u in mijn gebeden gedenk.
4ansiando por vê-lo, lembrando-me das suas lágrimas, para que eu me encha de alegria;
4En zo vaak ik terugdenk aan uw tranen, komt in mij het verlangen op, u weer te zien, om zelf met blijdschap te worden vervuld.
5trazendo à memória a fé sincera que há em você, a qual habitou primeiro em sua avó Lóide e em sua mãe Eunice e, estou persuadido, também habita em você.
5Want ik draag de herinnering mee aan uw ongeveinsd geloof; vroeger heeft het in uw grootmoeder Loïs en in uw moeder Eunike gewoond; ik ben er dus zeker van, dat het ook in u verblijft.
6Por esta causa, lembro a você que deve reavivar o dom de Deus que está em você pela imposição das minhas mãos.
6En daarom herinner ik u er aan, dat ge Gods genade moet doen opleven, die ge door mijn handoplegging verkregen hebt.
7Pois Deus não nos deu um espírito de covardia, mas de poder, de amor e de domínio próprio.
7Want God schonk ons niet een geest van vreesachtigheid, maar van kracht, van liefde en zelfbeheersing.
8Portanto, não se envergonhe do testemunho de nosso Senhor, nem de mim, seu prisioneiro; mas suporte os sofrimentos pelo Evangelho segundo o poder de Deus,
8Schaam u dus niet voor de belijdenis van onzen Heer, noch over mij, zijn geboeide; maar neem uw aandeel in het lijden voor het Evangelie door de kracht van God,
9que nos salvou e nos chamou com uma santa vocação, não segundo as nossas obras, mas segundo o seu próprio propósito e graça, que nos foi dada em Cristo Jesus antes dos tempos eternos,
9die ons gered heeft en tot een heilige roeping heeft uitverkoren, niet op grond van onze werken, maar door zijn eigen voorbeschikking en genade. Deze toch is ons van alle eeuwigheid in Christus Jesus verleend,
10mas que agora foi revelada pela manifestação de nosso Salvador, Cristo Jesus, o qual aboliu a morte e trouxe à luz a vida e a imortalidade por meio do Evangelho.
10maar thans geopenbaard door de verschijning van onzen Zaligmaker Christus Jesus. Hij heeft de dood ten onder gebracht, doch leven en onsterfelijkheid aan het licht gebracht, door het Evangelie,
11Para isso fui designado pregador, apóstolo e mestre dos gentios.
11waartoe ik ben aangesteld als heraut, apostel en leraar.
12Por esta causa também sofro estas coisas. Contudo, não me envergonho, pois sei em quem tenho crido, e estou persuadido de que ele é poderoso para guardar o que lhe confiei até aquele dia.
12Daarom lijd ik dit alles wel, maar mij er over schamen doe ik niet. Want ik weet op wien ik mijn vertrouwen stel, en ik ben er zeker van, dat Hij machtig is, het mij toevertrouwde pand te bewaren tot die Dag.
13Mantenha como modelo as sãs palavras que você ouviu de mim, na fé e no amor que há em Cristo Jesus.
13In geloof en in liefde tot Christus Jesus: houd vast aan wat ge van mij hebt gehoord, als aan een richtsnoer van gezonde lering;
14Guarde o bom depósito que lhe foi confiado, por meio do Espírito Santo que habita em nós.
14bewaar dat kostelijk pand door den heiligen Geest, die in ons woont.
15Você sabe disto: que todos os que estão na Ásia se afastaram de mim, entre os quais estão Fígelo e Hermógenes.
15Ge weet, dat al de Aziaten mij in de steek hebben gelaten, onder anderen Fúgelus en Hermógenes.
16Que o Senhor conceda misericórdia à casa de Onesíforo, pois muitas vezes ele me reanimou e não se envergonhou das minhas correntes,
16De Heer bewijze barmhartigheid aan het huis van Onesiforus, omdat deze me vaak heeft opgemonterd, en zich mijn ketenen niet heeft geschaamd;
17pelo contrário, quando esteve em Roma, ele me procurou diligentemente e me encontrou
17want toen hij te Rome was aangekomen, heeft hij ijverig naar me gezocht, en me dan ook gevonden.
18(que o Senhor lhe conceda encontrar a misericórdia do Senhor naquele dia); e você sabe muito bem quantos serviços ele prestou em Éfeso.
18Geve de Heer, dat hij zelf barmhartigheid mag vinden bij den Heer op die Dag. En welke diensten hij in Éfese heeft bewezen, weet ge beter dan ik.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.