Salmos 2
Reina-Valera 1909Translation
Reina-Valera 1909
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1¿POR qué se amotinan las gentes, y los pueblos piensan vanidad?
1Waarom razen de volken, Bluffen de naties,
2Estarán los reyes de la tierra, y príncipes consultarán unidos contra Jehová, y contra su ungido, diciendo :
2Komen de koningen der aarde bijeen, Spannen de vorsten samen tegen Jahweh en zijn Gezalfde:
3Rompamos sus coyundas, y echemos de nosotros sus cuerdas.
3“Laat ons hun ketens verbreken, Ons van hun boeien ontslaan!”
4El que mora en los cielos se reirá; el Señor se burlará de ellos.
4Die in de hemelen woont, lacht hen uit, Jahweh bespot ze;
5Entonces hablará á ellos en su furor, y turbarálos con su ira.
5Dan dreigt Hij ze toornig, Doet ze rillen voor zijn gramschap:
6Yo empero he puesto mi rey sobre Sión, monte de mi santidad.
6“Ik zelf stel Mij een koning aan, Op Sion, mijn heilige berg!”
7Yo publicaré el decreto: Jehová me ha dicho: Mi hijo eres tú; yo te engendré hoy.
7Nu wil Ik Jahweh’s beslissing verkonden; Hij heeft Mij gezegd: Gij zijt mijn Zoon; Ik heb U heden verwekt.
8Pídeme, y te daré por heredad las gentes, y por posesión tuya los términos de la tierra.
8Vraag Mij: dan geef Ik U de volkeren tot erfdeel, En de grenzen der aarde tot uw bezit;
9Quebrantarlos has con vara de hierro: como vaso de alfarero los desmenuzarás.
9Gij moogt ze vermorzelen met ijzeren knots, En stuk slaan als een aarden pot.
10Y ahora, reyes, entended: admitid corrección, jueces de la tierra.
10Koningen, bedenkt het dus wel; Weest gewaarschuwd, wereldregeerders!
11Servid á Jehová con temor, y alegraos con temblor.
11Dient Jahweh in vreze; Beeft, en kust Hem de voeten!
12Besad al Hijo, porque no se enoje, y perezcáis en el camino, cuando se encendiere un poco su furor. Bienaventurados todos los que en él confían.
12Anders ontsteekt Hij in toorn, en loopt gij uw verderf tegemoet, Want licht kan zijn gramschap ontvlammen. Gelukkig, wie tot Hem zijn toevlucht neemt!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.