Salmi 51
Diodati Bibbia 1885Translation
Diodati Bibbia 1885
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ABBI pietà di me, o Dio, secondo la tua benignità; Secondo la moltitudine delle tue compassioni, cancella i miei misfatti.
1Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David, nadat de profeet Natan bij hem was gekomen, omdat hij gemeenschap met Bat-Sjéba had gehad. Erbarm U mijner naar uw genade, o God; Delg mijn misdaden uit naar uw grote ontferming;
2Lavami molto e molto della mia iniquità, E nettami del mio peccato.
2Was mij vlekkeloos schoon van mijn schuld, En reinig mij van mijn zonde.
3Perciocchè io conosco i miei misfatti, E il mio peccato è del continuo davanti a me.
3Want ik ben mij mijn misdaad bewust, En mijn zonde staat mij steeds voor de geest:
4Io ho peccato contro a te solo, Ed ho fatto quello che ti dispiace; Io lo confesso , acciocchè tu sii riconosciuto giusto nelle tue parole, E puro ne' tuoi guidicii.
4Tegen U, ach, tegen U heb ik gezondigd, En kwaad in uw ogen gedaan. Zo zult Gij rechtvaardig zijn in uw vonnis, En onberispelijk in uw gericht:
5Ecco, io sono stato formato in iniquità; E la madre mia mi ha conceputo in peccato.
5Want in ongerechtigheid ben ik geboren, En mijn moeder ontving mij in zonde.
6Ecco, ti è piaciuto insegnarmi verità nell'interiore, E sapienza nel di dentro.
6Zie, Gij bemint de oprechtheid des harten: Daarom brengt Gij mijn geweten tot inkeer;
7Purgami con isopo, e sarò netto; Lavami, e sarò più bianco che neve.
7Gij besprengt mij met hysop, en weer ben ik rein, Gij wast mij schoon, en ik ben blanker dan sneeuw.
8Fammi udire gioia ed allegrezza; Fa' che le ossa che tu hai tritate, festeggino.
8Laat mij weer vreugde en blijdschap genieten, En mijn beenderen juichen, die Gij hebt verbrijzeld;
9Nascondi la tua faccia da' miei peccati, E cancella tutte le mie iniquità.
9Bedek uw gelaat voor mijn zonden, En delg al mijn misdaden uit.
10O Dio, crea in me un cuor puro, E rinnovella dentro di me uno spirito diritto.
10Schep mij een zuiver hart, o mijn God, En leg in mijn boezem een nieuwe, standvastige geest;
11Non rigettarmi dalla tua faccia; E non togliermi lo Spirito tuo santo.
11Verstoot mij niet van uw aanschijn, En neem uw heilige geest niet van mij weg.
12Rendimi l'allegrezza della tua salute; E fa' che lo Spirito volontario mi sostenga.
12Schenk mij terug de vreugd van uw heil, En versterk in mij de gewillige geest;
13Io insegnerò le tue vie a' trasgressori; E i peccatori si convertiranno a te.
13Dan zal ik de bozen uw wegen doen kennen, En de zondaars zullen zich tot U bekeren.
14Liberami dal sangue, o Dio, Dio della mia salute; La mia lingua canterà con giubilo la tua giustizia.
14Bevrijd mij van bloedschuld, o Jahweh, God van mijn heil, En mijn tong zal uw barmhartigheid loven;
15Signore, aprimi le labbra; E la mia bocca racconterà la tua lode.
15Open mijn lippen, o Heer, En mijn mond verkondigt uw lof.
16Perciocchè tu non prendi piacere in sacrificio; Altrimenti io l'avrei offerto; Tu non gradisci olocausto.
16Neen, slachtoffers behagen U niet, En zo ik U brandoffers bracht, Gij zoudt ze niet willen;
17I sacrificii di Dio sono lo spirito rotto; O Dio, tu non isprezzi il cuor rotto e contrito.
17Maar een vermorzeld gemoed is een offer voor God, Een verbrijzeld en deemoedig hart versmaadt Gij niet, o mijn God!
18Fa' del bene a Sion per la tua benevolenza; Edifica le mura di Gerusalemme.
18Wees Sion naar uw goedheid genadig, En bouw de muren van Jerusalem weer op;
19Allora prenderai piacere in sacrificii di giustizia, In olocausti, e in offerte da ardere interamente; Allora si offeriranno giovenchi sul tuo Altare.
19Dan zullen brand- en zoenoffers U als waarachtige offers behagen, En brengt men weer varren op uw altaar.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.