תְהִלִּים 51
Modern Hebrew BibleTranslation
Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1למנצח מזמור לדוד בבוא אליו נתן הנביא כאשר בא אל בת שבע חנני אלהים כחסדך כרב רחמיך מחה פשעי׃
1Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David, nadat de profeet Natan bij hem was gekomen, omdat hij gemeenschap met Bat-Sjéba had gehad. Erbarm U mijner naar uw genade, o God; Delg mijn misdaden uit naar uw grote ontferming;
2הרבה כבסני מעוני ומחטאתי טהרני׃
2Was mij vlekkeloos schoon van mijn schuld, En reinig mij van mijn zonde.
3כי פשעי אני אדע וחטאתי נגדי תמיד׃
3Want ik ben mij mijn misdaad bewust, En mijn zonde staat mij steeds voor de geest:
4לך לבדך חטאתי והרע בעיניך עשיתי למען תצדק בדברך תזכה בשפטך׃
4Tegen U, ach, tegen U heb ik gezondigd, En kwaad in uw ogen gedaan. Zo zult Gij rechtvaardig zijn in uw vonnis, En onberispelijk in uw gericht:
5הן בעוון חוללתי ובחטא יחמתני אמי׃
5Want in ongerechtigheid ben ik geboren, En mijn moeder ontving mij in zonde.
6הן אמת חפצת בטחות ובסתם חכמה תודיעני׃
6Zie, Gij bemint de oprechtheid des harten: Daarom brengt Gij mijn geweten tot inkeer;
7תחטאני באזוב ואטהר תכבסני ומשלג אלבין׃
7Gij besprengt mij met hysop, en weer ben ik rein, Gij wast mij schoon, en ik ben blanker dan sneeuw.
8תשמיעני ששון ושמחה תגלנה עצמות דכית׃
8Laat mij weer vreugde en blijdschap genieten, En mijn beenderen juichen, die Gij hebt verbrijzeld;
9הסתר פניך מחטאי וכל עונתי מחה׃
9Bedek uw gelaat voor mijn zonden, En delg al mijn misdaden uit.
10לב טהור ברא לי אלהים ורוח נכון חדש בקרבי׃
10Schep mij een zuiver hart, o mijn God, En leg in mijn boezem een nieuwe, standvastige geest;
11אל תשליכני מלפניך ורוח קדשך אל תקח ממני׃
11Verstoot mij niet van uw aanschijn, En neem uw heilige geest niet van mij weg.
12השיבה לי ששון ישעך ורוח נדיבה תסמכני׃
12Schenk mij terug de vreugd van uw heil, En versterk in mij de gewillige geest;
13אלמדה פשעים דרכיך וחטאים אליך ישובו׃
13Dan zal ik de bozen uw wegen doen kennen, En de zondaars zullen zich tot U bekeren.
14הצילני מדמים אלהים אלהי תשועתי תרנן לשוני צדקתך׃
14Bevrijd mij van bloedschuld, o Jahweh, God van mijn heil, En mijn tong zal uw barmhartigheid loven;
15אדני שפתי תפתח ופי יגיד תהלתך׃
15Open mijn lippen, o Heer, En mijn mond verkondigt uw lof.
16כי לא תחפץ זבח ואתנה עולה לא תרצה׃
16Neen, slachtoffers behagen U niet, En zo ik U brandoffers bracht, Gij zoudt ze niet willen;
17זבחי אלהים רוח נשברה לב נשבר ונדכה אלהים לא תבזה׃
17Maar een vermorzeld gemoed is een offer voor God, Een verbrijzeld en deemoedig hart versmaadt Gij niet, o mijn God!
18היטיבה ברצונך את ציון תבנה חומות ירושלם׃
18Wees Sion naar uw goedheid genadig, En bouw de muren van Jerusalem weer op;
19אז תחפץ זבחי צדק עולה וכליל אז יעלו על מזבחך פרים׃
19Dan zullen brand- en zoenoffers U als waarachtige offers behagen, En brengt men weer varren op uw altaar.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.