אִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָשֵּׁנִית אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִים

New Testament

מתיוסנט מארקהבְּשׂוֹרָה הַקְּדוֹשָׁה עַל־פִּי לוּקָסג'וןמַעֲשֵׂי הַשְּׁלִיחִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָרוֹמִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָרִאשׁוֹנָה אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָשֵּׁנִית אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַגָּלָטִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָאֶפְסִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַפִּילִפִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַקּוֹלַסִּים1 סלוניס2 סלוניס1 טימותי2 טימותיאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־טִיטוֹסאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־פִּילֵימוֹןאִגֶּרֶת אֶל־הָעִבְרִיםאִגֶּרֶת יַעֲקֹבהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשְּׁלִישִׁית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַאִגֶּרֶת יְהוּדָהחזוֹן יוֹחָנָן
Chapter 1

אִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָשֵּׁנִית אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִים

Modern Hebrew Bible
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

אִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָשֵּׁנִית אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִים 1

Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1פולוס שליח ישוע המשיח ברצון אלהים וטימותיוס אחינו אל קהלת אלהים אשר בקורנתוס עם כל הקדשים אשר באכיא׃
1Paulus, door Gods wil apostel van Christus Jesus, en broeder Timóteus, aan de Kerk Gods in en aan alle heiligen in gans Achaja:
2חסד לכם ושלום מאת האלהים אבינו ואדנינו ישוע המשיח׃
2Genade en vrede zij u van God, onzen Vader, en van den Heer Jesus Christus.
3ברוך האלהים ואבי אדנינו ישוע המשיח אב הרחמים ואלהי כל הנחמה׃
3Geloofd zij de God en Vader van onzen Heer Jesus Christus, de Vader der ontferming en de God van alle vertroosting,
4המנחם אתנו בכל לחצנו עד שנוכל לנחם הנלחצים בכל לחץ בנחמה אשר אנחנו מנחמים בה מאת האלהים׃
4die ons troost bij al onze wederwaardigheden, opdat wij hen, die op een of andere wijze in druk verkeren, zouden kunnen opbeuren met de troost, waarmee wijzelf door God worden verkwikt.
5כי כרב ענויי המשיח בנו כן תרבה נחמתנו על ידי המשיח׃
5Want zoals in volle mate Christus’ lijden ons is toegemeten, zo ook door Christus in volle mate onze vertroosting.
6והנה אם נלחץ הוא לנחמתכם ולישועתכם אשר יראה כחה בסבלכם הענוים אשר נסבל אתן גם אנחנו ואם ננחם גם הוא לנחמתכם ולישועתכם׃
6Welnu, worden wij door lijden gekweld, het geschiedt tot uw troost en uw heil; worden wij vertroost, het geschiedt tot uw vertroosting, daar deze u geschonken wordt door het verdragen van hetzelfde lijden, dat ook wij doorstaan.
7ותקותנו בעדכם נכונה היא באשר ידענו כי כאשר חלק לכם בענוים כן גם חלק לכם בנחמה׃
7Zó koesteren wij goede hoop met betrekking tot u, in de overtuiging, dat gij deel zult hebben aan de vertroosting, zoals gij deel hebt aan het lijden.
8כי לא נכחד מכם אחי את צרתנו אשר מצאתנו באסיא אשר כבדה עלינו עד למאד ויותר מכחנו עד כי נואשנו מן החיים׃
8Want broeders, we willen u niet onkundig laten van de wederwaardigheden, die ons in Azië overkwamen; hoe we het namelijk zwaar te verantwoorden hadden, ver boven onze krachten, zodat we zelfs wanhoopten aan ons leven.
9ואנחנו בלבבנו חרצנו לנו את המות למען לא נהיה בטחים בנפשנו כי אם באלהים המחיה את המתים׃
9Ja, we hadden over onszelf reeds het doodvonnis geveld, om niet op onszelf te vertrouwen, maar op God, die de doden opwekt.
10אשר הצילנו ממות כזה ועודנו מציל ולו אנחנו מקוים כי יוסיף להצילנו׃
10Hij heeft ons van die dood gered. Hij redt ons nog; en we vertrouwen op Hem, dat Hij ons nog verder zal redden,
11בעזרכם אתנו בתפלתכם למען יודו רבים בעדנו על מתנת החסד שהיתה לנו על ידי רבים׃
11wanneer ook gij medewerkt door uw gebed voor ons, opdat ook in onze plaats door velen dank zal worden gebracht voor de gunst, ons door bemiddeling van velen geschonken. Eerste deel. Verdediging van Paulus’ apostolaat. vastheid van karakter bij Paulus’ apostolaat.
12כי זאת היא תהלתנו עדות לבבנו אשר בתם וישר אלהים התהלכנו בעולם וביותר אתכם ולא בחכמת הבשר כי אם בחסד אלהים׃
12Onze roem toch bestaat in de getuigenis van ons geweten, dat we namelijk in heiligheid en oprechtheid Gods, niet in vleselijke wijsheid maar in Gods genade, ons gedrag in de wereld hebben ingericht, en zeer bijzonder met betrekking tot u.
13כי לא נכתב לכם כי אם מה שאתם קראים או גם ידעים׃
13We schrijven u toch niets anders, dan wat gij leest en verstaat. Ik hoop dus, dat gij het ééns geheel en al zult verstaan,
14ואקוה כי כאשר ידעתם אתנו למקצת אף תדעו עד תכלית כי אנחנו תהלתכם כאשר גם אתם תהלתנו ביום אדנינו ישוע׃
14zoals gij ons reeds ten dele hebt begrepen: dat wij namelijk úw glorie zijn op de Dag van onzen Heer Jesus, gelijk gij de onze.
15ובבטחון הזה חפצתי לבוא אליכם מראש למען תקבלו טובה פעמים׃
15In dit vertrouwen wilde ik het eerst naar u heenreizen, en opdat gij een dubbele genade zoudt ontvangen
16ולעבר בתוככם אל מקדוניא ולשוב ממקדוניא אליכם ואתם תשלחוני אל ארץ יהודה׃
16van u naar Macedónië trekken, en van Macedónie naar u terugkeren, om dan verder door u naar Judea te worden gezonden.
17ועתה הכי נמהר הייתי בעצתי אם אשר יעצתי לפי הבשר יעצתי והיה אצלי פעם הן הן ופעם לא לא׃
17Ben ik nu, door dit te willen, wispelturig te werk gegaan; of richt ik de plannen, die ik maak, naar het vlees in, zodat het bij mij nu eens “Ja, ja” is, dan weer “Neen, neen”?
18אכן נאמן האלהים כי דברנו אליכם לא היה הן ולא׃
18Bij Gods trouw: ons woord aan u is niet “Ja” en “Neen” tegelijk.
19כי בן האלהים ישוע המשיח הנקרא בתוככם על ידינו על ידי ועל ידי סלונוס וטימותיוס הוא לא היה הן ולא כי היו היה בו רק הן׃
19Want Gods Zoon, Christus Jesus, die door ons onder u is gepreekt, door mij, Silvanus en Timóteus, Hij is niet “Ja” en “Neen” geweest, maar bij Hem was het slechts “Ja”.
20כי כל הבטחות האלהים כלן בו היו הן ובו היו אמן לכבוד האלהים על ידינו׃
20In Hem toch zijn alle beloften Gods: “Ja”; en daarom is ook door Hem ons “Amen”, God ter ere.
21והמכונן אותנו אתכם במשיח ואשר משחנו הוא האלהים׃
21Welnu, God, die ons en u onwankelbaar aan Christus bindt en ons heeft gezalfd,
22אשר גם חתמנו ואשר נתן בלבנו את ערבון הרוח׃
22Hij heeft ook zijn zegel op ons gedrukt, en de waarborg van den Geest in onze harten gelegd.
23ואני את אלהים אקרא להיות עד לנפשי כי בעבור היותי חס עליכם לא באתי עוד לקורנתוס׃
23Ik roep God tot getuige aan voor mijn ziel, dat ik nog niet naar Korinte ben gekomen, enkel om u te sparen.
24לא שנמשל באמונתכם כי אם עזרים אנחנו לשמחתכם כי באמונה עמדתם׃
24We zijn toch geen dwingelanden over uw geloof, maar medewerkers aan uw blijdschap; in het geloof immers staat gij vast genoeg.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.