אִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָשֵּׁנִית אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִים 3
Modern Hebrew BibleTranslation
Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1הנחל עוד לשבח עצמנו האם נצטרך כמקצת אנשים לאגרות אליכם או מכם המזכירות אתנו לשבח׃
1Gaan we nu opnieuw onszelf aanprijzen? Of behoeven we misschien, als sommige anderen, aanbevelingsbrieven aan u of van u?
2אתם אגרתנו הכתובה בלבבנו ונודעה ונקראה לכל אדם׃
2Gijzelf zijt onze brief, wel geschreven in ons hart, maar niettemin gekend en gelezen door alle mensen.
3כי בידוע שאתם אגרת המשיח ערוכה על ידי שרותנו כתובה לא בדיו כי אם ברוח אלהים חיים ולא על לוחות אבן כי אם על לוחות בשר הלב׃
3Want het is bekend, dat gij een brief van Christus zijt, die door ons is geschreven, niet met inkt, maar met den Geest van den levenden God; niet op stenen tafelen, maar op de vleselijke tafelen van het hart.
4וכזה בטחוננו באלהים על ידי המשיח׃
4Door Christus hebben we dit zelfvertrouwen bij God.
5יען אשר לא נוכל אנחנו לדין דין מעצמנו כי יכלתנו מאת האלהים היא׃
5Want niet door onszelf, en als door eigen kracht zijn we in staat, iets te bedenken; maar onze geschiktheid is uit God,
6אשר הכשיר אתנו למשרתי ברית חדשה לא של האותיות אלא של הרוח כי האות ימית והרוח יחיה׃
6die ons bekwaam heeft gemaakt, om bedienaars te worden van een nieuw Verbond, niet van de letter, maar van den Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.
7ואם שרות המות החרות באותיות על האבן נראה בכבוד עד שלא יכלו בני ישראל להביט אל פני משה מפני כבוד פניו העמד להבטל׃
7Welnu, wanneer de bediening des doods, met letters op steen gegrift, in heerlijkheid is geweest, zodat de zonen Israëls het gelaat van Moses niet konden aanstaren om de voorbijgaande glans van zijn aanschijn,
8כמה יגדל כבוד שרות הרוח׃
8hoe veel te meer moet dan de bediening des Geestes in heerlijkheid zijn!
9כי אם השרות אשר לחיב כבוד הוא כמה יעדף בכבוד השרות אשר לזכות׃
9En wanneer de bediening der verdoeming heerlijk was, hoeveel te meer moet de bediening der rechtvaardiging overvloeien van heerlijkheid!
10כי אף הנכבד איננו נחשב לכבוד לעמת הכבוד הנעלה הזה׃
10Ja, wat eens verheerlijkt was, is in vergelijking met deze allesovertreffende heerlijkheid toch eigenlijk nooit zó verheerlijkt geweest.
11כי אם הדבר העמד להבטל יש לו כבוד הדבר הקים על אחת כמה וכמה׃
11Want indien het vergankelijke van heerlijkheid is omgeven, hoeveel te meer is dan het onvergankelijke in heerlijkheid!
12על כן בהיות לנו תקוה כזאת פתחון פינו רב הוא׃
12In het bezit van zulk een hoop, tonen we ook grote openhartigheid;
13ולא כמשה אשר נתן מסוה על פניו פן יביטו בני ישראל אל סוף העמד להבטל׃
13en wij doen niet als Moses, die een sluier voor zijn gelaat trok, opdat de zonen Israëls het einde niet zouden zien van de voorbijgaande glans.
14אבל נטמטמו דעותיהם כי עד היום הזה בקראם הברית הישנה נשאר ולא גלה המסוה ההוא אשר לא יוסר כי אם במשיח׃
14Waarlijk, hun begrip is er door afgestompt. Want tot op de dag van heden is diezelfde sluier blijven hangen bij de voorlezing van het oude Verbond; want er werd niet ontsluierd, dat het een einde kreeg door Christus.
15אבל עד היום הזה בקראם את משה מונח מסוה על לבם׃
15Ja, tot heden toe ligt er een sluier over hun hart, telkens als Moses wordt voorgelezen.
16וכשיפנו אל האדון יוסר המסוה׃
16Maar de sluier wordt weggenomen, als men zich wendt tot den Heer;
17והאדון הוא הרוח ובאשר רוח האדון שם החרות׃
17want de Heer is de Geest, en waar de Geest des Heren is, daar is vrijheid.
18ואנחנו כלנו בפנים מגלים ראים את כבוד האדון במראה ונחלף אל עצם דמות ההיא מכבוד אל כבוד כהחלף מאת אדון הרוח׃
18En wij allen spiegelen met ongesluierd gelaat de heerlijkheid des Heren terug, en worden zelfs steeds heerlijker in zijn beeld herschapen, zoals dit door ‘s Heren Geest geschiedt.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.