Salmi 79
Diodati Bibbia 1885Translation
Diodati Bibbia 1885
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1O DIO, le nazioni sono entrate nella tua eredità, Hanno contaminato il Tempio della tua santità, Hanno ridotta Gerusalemme in monti di ruine.
1Een psalm van Asaf. Ach God, de heidenen zijn in uw erfdeel gedrongen, Hebben uw heilige tempel ontwijd, En Jerusalem tot een puinhoop gemaakt!
2Hanno dati i corpi morti de' tuoi servitori Agli uccelli del cielo per cibo; E la carne de' tuoi santi alle fiere della terra.
2Ze hebben de lijken van uw dienaren Als spijs toegeworpen aan de vogels in de lucht, En aan de wilde dieren het vlees uwer vromen;
3Hanno sparso il sangue loro come acqua Intorno a Gerusalemme; E non vi è stato alcuno che li seppellisse.
3Ze hebben hun bloed als water vergoten Rondom Jerusalem; en niemand heeft ze begraven.
4Noi siamo stati in vituperio a' nostri vicini; In ischerno, e in derisione a quelli che stanno d'intorno a noi.
4Wij zijn een smaad voor onze buren geworden, Een spot en een hoon voor onze omgeving!
5Infino a quando, Signore, sarai adirato? La tua gelosia arderà ella come un fuoco in perpetuo?
5Hoelang nog, Jahweh, blijft Gij altijd maar toornen, En zal uw ijverzucht branden als vuur?
6Spandi l'ira tua sopra le genti che non ti conoscono, E sopra i regni che non invocano il tuo Nome.
6Neen, stort uw gramschap over de heidenen uit, die U niet kennen, Over de koninkrijken, die uw Naam niet vereren;
7Perciocchè essi hanno divorato Giacobbe, Ed hanno desolata la sua stanza.
7Want ze hebben Jakob verslonden, En zijn woonplaats verwoest!
8Non ridurti a memoria contro a noi l'iniquità de' passati; Affrettati, venganci incontro le tue compassioni; Perciocchè noi siam grandemente miseri.
8Ach, reken ons de vroegere zonden niet toe; Uw ontferming trede ons snel tegemoet, Want onze ellende is groot!
9Soccorrici, o Dio della nostra salute, per amor della gloria del tuo Nome, E liberaci; e fa' il purgamento de' nostri peccati, per amor del tuo Nome
9Help ons, o God van ons heil, En red ons om de eer van uw Naam; Vergeef onze zonden om wille van uw Naam!
10Perchè direbbero le genti: Ove è l'Iddio loro? Fa' che sia conosciuta fra le genti, nel nostro cospetto, La vendetta del sangue sparso de' tuoi servitori.
10Waarom zouden de heidenen zeggen: “Waar is nu hun God?” Neen, laat de heidenen voor onze ogen de wraak ondergaan Voor het vergoten bloed van uw dienaars;
11Vengano davanti a te i gemiti de' prigioni; Secondo la grandezza del tuo braccio, Scampa quelli che son condannati a morte.
11Laat het gekerm van den gevangene voor uw aangezicht komen: Verlos de ten dode gewijden door de kracht van uw arm.
12E rendi a' nostri vicini in seno, a sette doppi, Il vituperio che ti hanno fatto, o Signore.
12Werp in de schoot onzer buren tot zevenmaal toe De smaad, o Heer, waarmee ze U hebben gehoond.
13E noi, tuo popolo, e greggia del tuo pasco, Ti celebreremo in perpetuo; E racconteremo la tua lode per ogni età.
13Maar wij blijven uw volk en de kudde uwer weide; Wij prijzen U eeuwig, en verkonden uw lof van geslacht tot geslacht.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.