Psalmorum
Chapter 79
Clementine Vulgate, 1598
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Psalmorum 79

Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1In finem, pro iis qui commutabuntur. Testimonium Asaph, psalmus.
1Een psalm van Asaf. Ach God, de heidenen zijn in uw erfdeel gedrongen, Hebben uw heilige tempel ontwijd, En Jerusalem tot een puinhoop gemaakt!
2[Qui regis Israël, intende; qui deducis velut ovem Joseph. Qui sedes super cherubim, manifestare
2Ze hebben de lijken van uw dienaren Als spijs toegeworpen aan de vogels in de lucht, En aan de wilde dieren het vlees uwer vromen;
3coram Ephraim, Benjamin, et Manasse. Excita potentiam tuam, et veni, ut salvos facias nos.
3Ze hebben hun bloed als water vergoten Rondom Jerusalem; en niemand heeft ze begraven.
4Deus, converte nos, et ostende faciem tuam, et salvi erimus.
4Wij zijn een smaad voor onze buren geworden, Een spot en een hoon voor onze omgeving!
5Domine Deus virtutum, quousque irasceris super orationem servi tui?
5Hoelang nog, Jahweh, blijft Gij altijd maar toornen, En zal uw ijverzucht branden als vuur?
6cibabis nos pane lacrimarum, et potum dabis nobis in lacrimis in mensura?
6Neen, stort uw gramschap over de heidenen uit, die U niet kennen, Over de koninkrijken, die uw Naam niet vereren;
7Posuisti nos in contradictionem vicinis nostris, et inimici nostri subsannaverunt nos.
7Want ze hebben Jakob verslonden, En zijn woonplaats verwoest!
8Deus virtutum, converte nos, et ostende faciem tuam, et salvi erimus.
8Ach, reken ons de vroegere zonden niet toe; Uw ontferming trede ons snel tegemoet, Want onze ellende is groot!
9Vineam de Ægypto transtulisti: ejecisti gentes, et plantasti eam.
9Help ons, o God van ons heil, En red ons om de eer van uw Naam; Vergeef onze zonden om wille van uw Naam!
10Dux itineris fuisti in conspectu ejus; plantasti radices ejus, et implevit terram.
10Waarom zouden de heidenen zeggen: “Waar is nu hun God?” Neen, laat de heidenen voor onze ogen de wraak ondergaan Voor het vergoten bloed van uw dienaars;
11Operuit montes umbra ejus, et arbusta ejus cedros Dei.
11Laat het gekerm van den gevangene voor uw aangezicht komen: Verlos de ten dode gewijden door de kracht van uw arm.
12Extendit palmites suos usque ad mare, et usque ad flumen propagines ejus.
12Werp in de schoot onzer buren tot zevenmaal toe De smaad, o Heer, waarmee ze U hebben gehoond.
13Ut quid destruxisti maceriam ejus, et vindemiant eam omnes qui prætergrediuntur viam?
13Maar wij blijven uw volk en de kudde uwer weide; Wij prijzen U eeuwig, en verkonden uw lof van geslacht tot geslacht.
14Exterminavit eam aper de silva, et singularis ferus depastus est eam.
no verse 14 in this text
15Deus virtutum, convertere, respice de cælo, et vide, et visita vineam istam:
no verse 15 in this text
16et perfice eam quam plantavit dextera tua, et super filium hominis quem confirmasti tibi.
no verse 16 in this text
17Incensa igni et suffossa, ab increpatione vultus tui peribunt.
no verse 17 in this text
18Fiat manus tua super virum dexteræ tuæ, et super filium hominis quem confirmasti tibi.
no verse 18 in this text
19Et non discedimus a te: vivificabis nos, et nomen tuum invocabimus.
no verse 19 in this text
20Domine Deus virtutum, converte nos, et ostende faciem tuam, et salvi erimus.]
no verse 20 in this text

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.