Psalmorum 109
Clementine Vulgate, 1598Translation
Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Psalmus David. [Dixit Dominus Domino meo: Sede a dextris meis, donec ponam inimicos tuos scabellum pedum tuorum.
1Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David. Mijn God, tot wien mijn loflied klinkt, Zwijg toch niet stil!
2Virgam virtutis tuæ emittet Dominus ex Sion: dominare in medio inimicorum tuorum.
2Want men zet een mond vol boosheid en bedrog tegen mij op, En belastert mij met leugentongen;
3Tecum principium in die virtutis tuæ in splendoribus sanctorum: ex utero, ante luciferum, genui te.
3Men bestookt mij met woorden van haat, En bestrijdt mij zonder enige grond;
4Juravit Dominus, et non pœnitebit eum: Tu es sacerdos in æternum secundum ordinem Melchisedech.
4Men belaagt mij tot loon voor mijn liefde, En tot loon voor mijn bidden;
5Dominus a dextris tuis; confregit in die iræ suæ reges.
5Men vergeldt mij kwaad voor goed, En haat voor mijn liefde.
6Judicabit in nationibus, implebit ruinas; conquassabit capita in terra multorum.
6Stel een gewetenloos rechter over hem aan, En aan zijn rechterhand trede een valse aanklager op;
7De torrente in via bibet; propterea exaltabit caput.]
7Voor het gerecht worde hij schuldig bevonden, En smeke hij tevergeefs om genade.
no verse 8 in this text
8Mogen zijn dagen maar kort zijn, En zijn ambt aan een ander vervallen.
no verse 9 in this text
9Zijn kinderen mogen wezen, Zijn vrouw een weduwe worden;
no verse 10 in this text
10Mogen zijn zonen als bedelaars zwerven, Zelfs uit hun krotten worden verjaagd.
no verse 11 in this text
11De woekeraar legge beslag op heel zijn bezit, En vreemden mogen met zijn verdiensten gaan strijken.
no verse 12 in this text
12Laat niemand zich zijner ontfermen, Niemand zich over zijn wezen erbarmen;
no verse 13 in this text
13Laat zijn kroost ten ondergang worden gedoemd, Zijn naam al verdwijnen in het eerste geslacht.
no verse 14 in this text
14Moge Jahweh de misdaad zijner vaderen gedenken, En de schuld van zijn moeder nooit worden gedelgd;
no verse 15 in this text
15Jahweh houde ze altijd voor ogen, Zodat zelfs hun aandenken van de aarde verdwijnt.
no verse 16 in this text
16Want hij dacht er niet aan, barmhartig te zijn, Maar vervolgde den ellendige, arme en bedroefde ten dode.
no verse 17 in this text
17Hij hield van vervloeking: die treffe hem dan; Geen zegen wilde hij spreken: die blijve hem verre!
no verse 18 in this text
18De vloek trok hij aan als een kleed: Die dringe hem als water in het lijf, als olie in zijn gebeente;
no verse 19 in this text
19Die worde de mantel, waarin hij zich hult, De gordel, die hij altijd moet dragen.
no verse 20 in this text
20Zó moge Jahweh mijn haters vergelden, En die laag van mij lasteren!
no verse 21 in this text
21Maar treed Gìj voor mij op, o Jahweh, mijn Heer, En red mij omwille van uw Naam naar de rijkdom uwer genade!
no verse 22 in this text
22Want ik ben arm en ellendig, En mijn hart krimpt ineen in mijn borst;
no verse 23 in this text
23Ik zink weg als een verdwijnende schaduw, Word voortgejaagd als een sprinkhanenzwerm;
no verse 24 in this text
24Van het vasten knikken mijn knieën, En mijn vermagerd lichaam schrompelt ineen.
no verse 25 in this text
25Zó ben ik hun een bespotting geworden; Die mij zien, schudden meewarig het hoofd.
no verse 26 in this text
26Help mij, Jahweh, mijn God, En red mij naar uw genade;
no verse 27 in this text
27Opdat men erkenne, dat het uw hand is, Jahweh: dat Gij het volbracht!
no verse 28 in this text
28Laat hèn dan maar vloeken, als Gìj mij wilt zegenen; Mijn vijand zich schamen, maar uw knecht zich verheugen;
no verse 29 in this text
29Mogen mijn tegenstanders met smaad worden bekleed, En zich in hun schande hullen als in een mantel!
no verse 30 in this text
30Dan zal ik Jahweh juichend danken, En voor een talloze schare Hem prijzen;
no verse 31 in this text
31Omdat Hij aan de rechterhand van den ongelukkige staat, Om hem te redden, van die hem verdoemen!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.