Psalmorum
Chapter 71
Clementine Vulgate, 1598
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Psalmorum 71

Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Psalmus, in Salomonem.
1Tot U neem ik mijn toevlucht, o Jahweh; Laat mij toch nooit beschaamd komen staan.
2[Deus, judicium tuum regi da, et justitiam tuam filio regis; judicare populum tuum in justitia, et pauperes tuos in judicio.
2Bevrijd en verlos mij door uw genade, Hoor mij aan, en kom mij te hulp.
3Suscipiant montes pacem populo, et colles justitiam.
3Wees mij een veilige, altijd toegankelijke rots; Gewaardig U, mij te helpen, want Gij zijt mijn toevlucht en schuts!
4Judicabit pauperes populi, et salvos faciet filios pauperum, et humiliabit calumniatorem.
4Mijn God, red mij uit de hand van den boze, Uit de vuist van tyran en verdrukker.
5Et permanebit cum sole, et ante lunam, in generatione et generationem.
5Want Gij, o Heer, zijt mijn hoop, Van kindsbeen af mijn vertrouwen, o Jahweh;
6Descendet sicut pluvia in vellus, et sicut stillicidia stillantia super terram.
6Ik steunde op U van de moederschoot af, Reeds vóór mijn geboorte waart Gij mijn beschermer. In U heb ik altijd gejubeld,
7Orietur in diebus ejus justitia, et abundantia pacis, donec auferatur luna.
7Zodat ik velen een voorbeeld kon zijn. Gij zijt mijn machtige toevlucht geweest,
8Et dominabitur a mari usque ad mare, et a flumine usque ad terminos orbis terrarum.
8Mijn mond bleef vervuld van uw lof; Zo heb ik uw glorie bezongen, Uw heerlijkheid iedere dag!
9Coram illo procident Æthiopes, et inimici ejus terram lingent.
9Verstoot mij niet, nu ik oud ben; Verlaat mij niet, nu de kracht mij ontzinkt.
10Reges Tharsis et insulæ munera offerent; reges Arabum et Saba dona adducent:
10Want mijn vijanden houden al beraad over mij, En die mijn leven belagen, smeden samen hun plannen.
11et adorabunt eum omnes reges terræ; omnes gentes servient ei.
11Ze zeggen: “God heeft hem verlaten; vervolgt en grijpt hem; Want er is niemand, die hem kan redden!”
12Quia liberabit pauperem a potente, et pauperem cui non erat adjutor.
12O God, blijf niet ver van mij af; Mijn God, kom mij spoedig te hulp!
13Parcet pauperi et inopi, et animas pauperum salvas faciet.
13Laat schaamte en schande hen treffen, Die mijn leven belagen; Hoon en smaad hen bedekken, Die mijn ongeluk zoeken.
14Ex usuris et iniquitate redimet animas eorum, et honorabile nomen eorum coram illo.
14Maar ìk wil standvastig vertrouwen, En al uw glorie blijven verkonden:
15Et vivet, et dabitur ei de auro Arabiæ; et adorabunt de ipso semper, tota die benedicent ei.
15Mijn mond zal uw gerechtigheid melden, En altijd uw heil, want ik ken er geen maat van;
16Et erit firmamentum in terra in summis montium; superextolletur super Libanum fructus ejus, et florebunt de civitate sicut fœnum terræ.
16Ik zal de machtige daden des Heren verhalen, Jahweh, uw gerechtigheid roemen, de uwe alleen!
17Sit nomen ejus benedictum in sæcula; ante solem permanet nomen ejus. Et benedicentur in ipso omnes tribus terræ; omnes gentes magnificabunt eum.
17Gij hebt mij van jongsaf geleid, o mijn God, En tot nu toe heb ik uw wonderen verkondigd;
18Benedictus Dominus Deus Israël, qui facit mirabilia solus.
18Wil mij ook thans, nu ik oud ben en grijs, Toch nimmer verlaten, o God; Dan zal ik dit geslacht uw arm doen kennen, Heel het komend geslacht uw kracht.
19Et benedictum nomen majestatis ejus in æternum, et replebitur majestate ejus omnis terra. Fiat, fiat.]
19Uw rechtvaardigheid reikt tot de hemel, o God; Want Gij hebt grote dingen gedaan: wie is U gelijk, o mijn God!
20Defecerunt laudes David, filii Jesse.
20Wel liet Gij mij veel smarten en rampen verduren, Maar Gij zult mij nu doen herleven,
no verse 21 in this text
21Mij optrekken uit de diepten der aarde, Nog meer mij verhogen, en troosten.
no verse 22 in this text
22Dan zal ik op harpen U danken voor uw trouw, o mijn God; U, Israëls Heilige, op de citer bezingen.
no verse 23 in this text
23Mijn lippen zullen bij mijn lofzangen jubelen, Met mijn ziel, die Gij hebt verlost;
no verse 24 in this text
24Ook mijn tong zal iedere dag uw rechtvaardigheid melden, Als schaamte en schande hen treffen, die mijn ongeluk zochten!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.