Psalmorum 125
Clementine Vulgate, 1598Translation
Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Canticum graduum. [In convertendo Dominus captivitatem Sion, facti sumus sicut consolati.
1Een bedevaartslied. Die op Jahweh vertrouwen, zijn als de berg Sion, Die niet wankelt, maar eeuwig blijft staan.
2Tunc repletum est gaudio os nostrum, et lingua nostra exsultatione. Tunc dicent inter gentes: Magnificavit Dominus facere cum eis.
2Zoals Jerusalem van bergen is omringd, Omringt Jahweh zijn volk, van nu af tot in eeuwigheid!
3Magnificavit Dominus facere nobiscum; facti sumus lætantes.
3Neen, de schepter der bozen Mag niet blijven drukken op het erfdeel der vromen: Opdat ook de braven ten leste Hun handen niet aan ongerechtigheid slaan.
4Converte, Domine, captivitatem nostram, sicut torrens in austro.
4Wees dan goed voor de vromen, o Jahweh, En voor de oprechten van hart;
5Qui seminant in lacrimis, in exsultatione metent.
5Maar die een kronkelpad gaan, moge Jahweh verdelgen, Tegelijk met de bozen: Over Israël vrede!
6Euntes ibant et flebant, mittentes semina sua. Venientes autem venient cum exsultatione, portantes manipulos suos.]
no verse 6 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.