Psalmorum 25
Clementine Vulgate, 1598Translation
Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1In finem. Psalmus David. [Judica me, Domine, quoniam ego in innocentia mea ingressus sum, et in Domino sperans non infirmabor.
1Van David. Tot U verhef ik mijn ziel, O Jahweh, mijn God!
2Proba me, Domine, et tenta me; ure renes meos et cor meum.
2Op U blijf ik hopen; laat mij niet worden beschaamd, En den vijand niet de spot met mij drijven.
3Quoniam misericordia tua ante oculos meos est, et complacui in veritate tua.
3Neen, niemand die op U vertrouwt, wordt beschaamd; Alleen de afvalligen worden te schande.
4Non sedi cum concilio vanitatis, et cum iniqua gerentibus non introibo.
4Jahweh, toon mij uw wegen, En maak mij uw paden bekend;
5Odivi ecclesiam malignantium, et cum impiis non sedebo.
5Laat mij wandelen in uw waarheid, Onderricht mij, want Gij zijt de God van mijn heil. Op U blijf ik altijd vertrouwen, Om uw goedheid, o Jahweh!
6Lavabo inter innocentes manus meas, et circumdabo altare tuum, Domine:
6Gedenk uw barmhartigheid, Jahweh; En uw ontferming, want ze zijn eeuwig!
7ut audiam vocem laudis, et enarrem universa mirabilia tua.
7Wees niet de zonden mijner jeugd en mijn fouten indachtig, Maar blijf mij gedenken naar uw genade.
8Domine, dilexi decorem domus tuæ, et locum habitationis gloriæ tuæ.
8Jahweh is goed en minzaam: Daarom wijst Hij de zondaars terecht.
9Ne perdas cum impiis, Deus, animam meam, et cum viris sanguinum vitam meam:
9De nederigen houdt Hij in het rechte spoor, Den eenvoudige toont Hij zijn pad;
10in quorum manibus iniquitates sunt; dextera eorum repleta est muneribus.
10Alle wegen van Jahweh zijn goedheid en trouw, Voor wie zijn Verbond en zijn Wet onderhoudt.
11Ego autem in innocentia mea ingressus sum; redime me, et miserere mei.
11O Jahweh, om wille van uw Naam, Vergeef mij mijn schuld, hoe groot zij ook is.
12Pes meus stetit in directo; in ecclesiis benedicam te, Domine.]
12Iedereen, die Jahweh vreest, Leert Hij, welke weg hij moet kiezen:
no verse 13 in this text
13Hijzelf zal steeds in voorspoed leven, Zijn kinderen zullen het Land bezitten.
no verse 14 in this text
14Jahweh’s vriendschap geldt hun, die Hem vrezen, Hij maakt hen deelachtig aan zijn Verbond.
no verse 15 in this text
15Mijn ogen zijn altijd op Jahweh gericht; Want Hij trekt mijn voet uit de strikken.
no verse 16 in this text
16Wend U tot mij, en wees mij genadig, Want ik ben eenzaam, ellendig.
no verse 17 in this text
17Verlicht de druk van mijn hart, En bevrijd me van mijn benauwdheid!
no verse 18 in this text
18Blik neer op mijn ellende en jammer, En vergeef mij al mijn zonden.
no verse 19 in this text
19Zie, hoe talrijk mijn vijanden zijn, En hoe diep ze mij haten.
no verse 20 in this text
20Behoed mij, en red mij; Laat mijn vertrouwen op U niet worden beschaamd!
no verse 21 in this text
21Maar mogen onschuld en deugd mij beschermen; Want op U blijf ik hopen, o Jahweh!
no verse 22 in this text
22Verlos Israël uit al zijn ellenden, o God!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.