Psalm
Chapter 25
Bible Mutal (Kosraean)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Psalm 25

Bible Mutal (Kosraean)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1O LEUM GOD , nga sot insiuk nufon nu sum;
1Van David. Tot U verhef ik mijn ziel, O Jahweh, mijn God!
2God luk, nga lulalfongi kom. Nikmet lela in akmwekinyeyuk nga. Nikmet lela mwet lokoalok luk in aksruksrukyeyu!
2Op U blijf ik hopen; laat mij niet worden beschaamd, En den vijand niet de spot met mij drijven.
3Elos su tupan kom fah tia akmwekinyeyuk, A elos na su tuyak lain kom fah mwekin.
3Neen, niemand die op U vertrouwt, wordt beschaamd; Alleen de afvalligen worden te schande.
4Fahkak inkanek lom nu sik, O LEUM GOD , Luti nu sik innek lom.
4Jahweh, toon mij uw wegen, En maak mij uw paden bekend;
5Lutiyu in moul fal nu ke ma pwaye lom, Tu kom God luk su moliyula. Nga lulalfongi kom pacl e nukewa.
5Laat mij wandelen in uw waarheid, Onderricht mij, want Gij zijt de God van mijn heil. Op U blijf ik altijd vertrouwen, Om uw goedheid, o Jahweh!
6O LEUM GOD , esam pakoten ac lungse kawil lom Su kom akkalemye oemeet me.
6Gedenk uw barmhartigheid, Jahweh; En uw ontferming, want ze zijn eeuwig!
7Nimet esam ma sutuu ac ma koluk luk in len in fusr luk. A esamyu, O LEUM GOD , Fal nu ke lungse kawil ac pakoten lom.
7Wees niet de zonden mijner jeugd en mijn fouten indachtig, Maar blijf mij gedenken naar uw genade.
8Ke sripen LEUM GOD el suwohs ac wo, El luti mwet koluk ke inkanek elos in fahsr kac.
8Jahweh is goed en minzaam: Daarom wijst Hij de zondaars terecht.
9El kol mwet inse pusisel nu ke inkanek pwaye Ac lotelos ke ma lungse lal.
9De nederigen houdt Hij in het rechte spoor, Den eenvoudige toont Hij zijn pad;
10Ke oaru ac lungse, El kololos su Karinganang wuleang lal ac akos ma sap lal.
10Alle wegen van Jahweh zijn goedheid en trouw, Voor wie zijn Verbond en zijn Wet onderhoudt.
11LEUM GOD , nunak munas ke ma koluk luk, fal nu ke Inem, Tuh ma koluk luk arulana pus.
11O Jahweh, om wille van uw Naam, Vergeef mij mijn schuld, hoe groot zij ook is.
12Elos su sunakin LEUM GOD El ac fah luti nu selos inkanek su fal elos in fahsr kac.
12Iedereen, die Jahweh vreest, Leert Hij, welke weg hij moet kiezen:
13Elos ac fah kapkapak, Ac fwil natulos ac fah usrui facl selos.
13Hijzelf zal steeds in voorspoed leven, Zijn kinderen zullen het Land bezitten.
14LEUM GOD El mwet kawuk lalos su sunakunul Ac El ac fah akpwayeye wulela lal nu selos.
14Jahweh’s vriendschap geldt hun, die Hem vrezen, Hij maakt hen deelachtig aan zijn Verbond.
15Nga suk kasru sin LEUM GOD in pacl nukewa, Ac El moliyu liki mwe sensen.
15Mijn ogen zijn altijd op Jahweh gericht; Want Hij trekt mijn voet uit de strikken.
16LEUM GOD , ngetma nu sik ac pakomutuk, Tuh nga muku ac munas.
16Wend U tot mij, en wees mij genadig, Want ik ben eenzaam, ellendig.
17Akfisrasrye mwe fosrnga nu sik Ac moliyula liki mwe ongoiya.
17Verlicht de druk van mijn hart, En bevrijd me van mijn benauwdheid!
18Akilen fosrnga ac keok luk Ac nunak munas ke ma koluk luk nukewa.
18Blik neer op mijn ellende en jammer, En vergeef mij al mijn zonden.
19Liye pusiyen mwet lokoalok luk, Ac ke lupan srunga sulallal lalos nu sik.
19Zie, hoe talrijk mijn vijanden zijn, En hoe diep ze mij haten.
20Karinginyu ac moliyula: Nikmet lela in akmwekinyeyuk nga, Tuh nga tuku in moulla yurum.
20Behoed mij, en red mij; Laat mijn vertrouwen op U niet worden beschaamd!
21Lela ma wo ac suwohs luk in akwoyeyu, Mweyen nga lulalfongi in kom.
21Maar mogen onschuld en deugd mij beschermen; Want op U blijf ik hopen, o Jahweh!
22O God, molela Israel, mwet lom, Liki mwe ongoiya lalos nukewa.
22Verlos Israël uit al zijn ellenden, o God!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.