Psalm
Chapter 103
Bible Mutal (Kosraean)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Psalm 103

Bible Mutal (Kosraean)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Kaksakin LEUM GOD , O ngunik! Ma nukewa in nga, in kaksakin Ine mutal lal!
1Van David. Loof Jahweh, mijn ziel, Heel mijn binnenste zijn heilige Naam;
2Kaksakin LEUM GOD , O ngunik, Ac tia mulkunla lupan kulang lal.
2Loof Jahweh, mijn ziel, En vergeet zijn talloze weldaden niet!
3El nunak munas ke ma koluk luk nukewa Ac akkeyala mas luk nukewa.
3Hij is het, die al uw zonden vergeeft, En al uw zwakheid geneest;
4El moliyula liki misa Ac akinsewowoyeyu ke lungse ac pakoten.
4Die uw leven behoedt voor het graf, U kroont met genade en ontferming;
5El akkihpye moul luk ke ma wo Tuh nga in fusr na ac ku oana sie won eagle.
5Die al uw verlangens bevredigt, En als een adelaar uw jeugd verjongt!
6LEUM GOD El oru nununku lal in wi layen lun mwet akkeokyeyuk, El oru tuh nununku suwohs in orek nu selos.
6Jahweh oefent gerechtigheid uit, Schaft recht aan alle verdrukten:
7El akkalemye inkanek lal nu sel Moses Ac lela tuh mwet Israel in liye orekma kulana lal.
7Hij toonde Moses zijn wegen, Aan de kinderen van Israël zijn machtige werken!
8LEUM GOD El kulang ac pakoten, El tia sa in mulat, ac yoklana lungkulang lal.
8Maar Jahweh is ook barmhartig en genadig, Lankmoedig en rijk aan ontferming:
9El ac tia kaiyuk pacl nukewa, El tia kolla mulat lal nwe tok.
9Hij toornt niet voor immer, En wrokt niet voor eeuwig;
10El tia kai kut fal nu ke ma koluk lasr, Ku ase nu sesr ma fal nu ke orekma koluk lasr.
10Hij vergeldt ons niet naar onze zonden, En straft ons niet naar onze schuld.
11Tuh lungse lun God nu selos su sunakunul Oana fulatan kusrao nu faclu.
11Neen, zo hoog als de hemel Zich boven de aarde verheft, Zo groot is zijn goedheid Voor hen, die Hem vrezen!
12El usla ma koluk lasr loes liki kut, Oana lusen kutulap lac nwe roto.
12Zo ver het oosten staat van het westen, Werpt Hij onze schuld van Zich af;
13LEUM GOD El pakomutalos su akfulatyal, Oana ke sie papa el pakomuta tulik natul.
13Zoals een vader zich over zijn kinderen ontfermt, Ontfermt Zich Jahweh over hen, die Hem vrezen:
14God El etu lah mea kut orekla kac, El esam lah kut orekla ke kutkut.
14Want Hij kent onze aard, En bedenkt, dat wij stof zijn.
15A funu mwet uh, moul lasr uh oana mah. Kut kapak ac farngelik oana ros inimae,
15Als het gras zijn de dagen der mensen, Ze bloeien als een bloem op het veld:
16Na eng tuhyak nu faclos ac elos wanginla Ac tia sifil liyeyuk.
16Waait er een wind overheen, ze is weg, En men weet niet meer, waar ze stond.
17A nu selos su sangeng sin LEUM GOD , lungse lal oan nu tok ma pahtpat, Ac suwoswos lal nu sin fwil nu ke fwil —
17Maar van eeuwigheid is de goedheid van Jahweh, En tot in eeuwigheid blijft zij bestaan; Zijn barmhartigheid is voor hen, die Hem vrezen, En voor de kinderen van hun zonen:
18Nu selos su karinganang wuleang lal Ac oaru in akos ma sap lal.
18Voor hen, die zijn Verbond onderhouden, Zijn geboden gedenken en ze volbrengen.
19LEUM GOD El oakiya tron lal inkusrao; El tokosra fin ma nukewa.
19In de hemel heeft Jahweh zijn troon opgeslagen, En zijn koningschap beheerst het heelal;
20Kaksakin LEUM GOD , kowos lipufan kulana lal, Su akos sap ku lal, Ac porongo kas lal.
20Jahweh’s engelen zingen Hem glorie, De sterke helden, die zijn geboden volbrengen, Die gehoorzamen aan zijn bevelen!
21Kaksakin LEUM GOD , kowos un mwet ku lal inkusrao, Kowos mwet kulansap lal, su oru lungse lal.
21Looft Jahweh dan, al zijn legerscharen, Zijn dienaars, die zijn wil volbrengt;
22Kaksakin LEUM GOD , kowos su ma orekla lal In acn nukewa el leumi. Kaksakin LEUM GOD , O ngunik!
22Looft Jahweh, al zijn werken, In iedere plaats van zijn rijk; Loof Jahweh, mijn ziel!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.