Psaumes
Chapter 103
Louis Segond 1910
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Psaumes 103

Louis Segond 1910
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1De David. Mon âme, bénis l’Éternel! Que tout ce qui est en moi bénisse son saint nom!
1Van David. Loof Jahweh, mijn ziel, Heel mijn binnenste zijn heilige Naam;
2Mon âme, bénis l’Éternel, Et n’oublie aucun de ses bienfaits!
2Loof Jahweh, mijn ziel, En vergeet zijn talloze weldaden niet!
3C’est lui qui pardonne toutes tes iniquités, Qui guérit toutes tes maladies;
3Hij is het, die al uw zonden vergeeft, En al uw zwakheid geneest;
4C’est lui qui délivre ta vie de la fosse, Qui te couronne de bonté et de miséricorde;
4Die uw leven behoedt voor het graf, U kroont met genade en ontferming;
5C’est lui qui rassasie de biens ta vieillesse, Qui te fait rajeunir comme l’aigle.
5Die al uw verlangens bevredigt, En als een adelaar uw jeugd verjongt!
6L’Éternel fait justice, Il fait droit à tous les opprimés.
6Jahweh oefent gerechtigheid uit, Schaft recht aan alle verdrukten:
7Il a manifesté ses voies à Moïse, Ses œuvres aux enfants d’Israël.
7Hij toonde Moses zijn wegen, Aan de kinderen van Israël zijn machtige werken!
8L’Éternel est miséricordieux et compatissant, Lent à la colère et riche en bonté;
8Maar Jahweh is ook barmhartig en genadig, Lankmoedig en rijk aan ontferming:
9Il ne conteste pas sans cesse, Il ne garde pas sa colère à toujours;
9Hij toornt niet voor immer, En wrokt niet voor eeuwig;
10Il ne nous traite pas selon nos péchés, Il ne nous punit pas selon nos iniquités.
10Hij vergeldt ons niet naar onze zonden, En straft ons niet naar onze schuld.
11Mais autant les cieux sont élevés au-dessus de la terre, Autant sa bonté est grande pour ceux qui le craignent;
11Neen, zo hoog als de hemel Zich boven de aarde verheft, Zo groot is zijn goedheid Voor hen, die Hem vrezen!
12Autant l’orient est éloigné de l’occident, Autant il éloigne de nous nos transgressions.
12Zo ver het oosten staat van het westen, Werpt Hij onze schuld van Zich af;
13Comme un père a compassion de ses enfants, L’Éternel a compassion de ceux qui le craignent.
13Zoals een vader zich over zijn kinderen ontfermt, Ontfermt Zich Jahweh over hen, die Hem vrezen:
14Car il sait de quoi nous sommes formés, Il se souvient que nous sommes poussière.
14Want Hij kent onze aard, En bedenkt, dat wij stof zijn.
15L’homme! Ses jours sont comme l’herbe, Il fleurit comme la fleur des champs.
15Als het gras zijn de dagen der mensen, Ze bloeien als een bloem op het veld:
16Lorsqu’un vent passe sur elle, elle n’est plus, Et le lieu qu’elle occupait ne la reconnaît plus.
16Waait er een wind overheen, ze is weg, En men weet niet meer, waar ze stond.
17Mais la bonté de l’Éternel dure à jamais pour ceux qui le craignent, Et sa miséricorde pour les enfants de leurs enfants,
17Maar van eeuwigheid is de goedheid van Jahweh, En tot in eeuwigheid blijft zij bestaan; Zijn barmhartigheid is voor hen, die Hem vrezen, En voor de kinderen van hun zonen:
18Pour ceux qui gardent son alliance, Et se souviennent de ses commandements afin de les accomplir.
18Voor hen, die zijn Verbond onderhouden, Zijn geboden gedenken en ze volbrengen.
19L’Éternel a établi son trône dans les cieux, Et son règne domine sur toutes choses.
19In de hemel heeft Jahweh zijn troon opgeslagen, En zijn koningschap beheerst het heelal;
20Bénissez l’Éternel, vous ses anges, Qui êtes puissants en force, et qui exécutez ses ordres, En obéissant à la voix de sa parole!
20Jahweh’s engelen zingen Hem glorie, De sterke helden, die zijn geboden volbrengen, Die gehoorzamen aan zijn bevelen!
21Bénissez l’Éternel, vous toutes ses armées, Qui êtes ses serviteurs, et qui faites sa volonté!
21Looft Jahweh dan, al zijn legerscharen, Zijn dienaars, die zijn wil volbrengt;
22Bénissez l’Éternel, vous toutes ses œuvres, Dans tous les lieux de sa domination! Mon âme, bénis l’Éternel!
22Looft Jahweh, al zijn werken, In iedere plaats van zijn rijk; Loof Jahweh, mijn ziel!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.