Psaumes
Chapter 86
Louis Segond 1910
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Psaumes 86

Louis Segond 1910
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Prière de David. Éternel, prête l’oreille, exauce-moi! Car je suis malheureux et indigent.
1Een gebed van David. Luister toch Jahweh, en wil mij verhoren, Want ik ben zo ellendig en arm.
2Garde mon âme, car je suis pieux! Mon Dieu, sauve ton serviteur qui se confie en toi!
2Wees mijn behoeder, want ik ben uw vrome vereerder; Mijn God, kom uw dienaar te hulp, die op U hoopt.
3Aie pitié de moi, Seigneur! Car je crie à toi tout le jour.
3Ontferm U mijner, o Heer; Want ik roep tot U de ganse dag.
4Réjouis l’âme de ton serviteur, Car à toi, Seigneur, j’élève mon âme.
4Stort vreugde in de ziel van uw dienaar, Want tot U verhef ik mijn geest, o mijn Heer;
5Car tu es bon, Seigneur, tu pardonnes, Tu es plein d’amour pour tous ceux qui t’invoquent.
5Want Gij, o Heer, zijt goed en barmhartig, Rijk aan genade voor al wie U aanroept.
6Éternel, prête l’oreille à ma prière, Sois attentif à la voix de mes supplications!
6Jahweh, hoor mijn gebed, zie neer op mijn smeken;
7Je t’invoque au jour de ma détresse, Car tu m’exauces.
7Ik roep tot U op de dag van mijn nood, daar Gij mij verhoort!
8Nul n’est comme toi parmi les dieux, Seigneur, Et rien ne ressemble à tes œuvres.
8Heer, geen der goden komt U nabij, En niets gelijkt op uw werken!
9Toutes les nations que tu as faites viendront Se prosterner devant ta face, Seigneur, Et rendre gloire à ton nom.
9Alle volkeren, die Gij hebt geschapen, o Heer, Moeten U komen aanbidden en uw Naam verheerlijken!
10Car tu es grand, et tu opères des prodiges; Toi seul, tu es Dieu.
10Want Gij zijt groot, Gij doet wonderen; Waarachtig, Gij alleen zijt God!
11Enseigne-moi tes voies, ô Éternel! Je marcherai dans ta fidélité. Dispose mon cœur à la crainte de ton nom.
11Jahweh, toon mij uw weg, opdat ik wandele in uw waarheid, Vervul enkel mijn hart van de vrees voor uw Naam;
12Je te louerai de tout mon cœur, Seigneur, mon Dieu! Et je glorifierai ton nom à perpétuité.
12Dan zal ik U hartelijk danken, mijn Heer en mijn God, En uw Naam verheerlijken voor eeuwig!
13Car ta bonté est grande envers moi, Et tu délivres mon âme du séjour profond des morts.
13Want dan toont Gij mij uw grote ontferming, En redt Gij mij uit het diepst van de afgrond!
14O Dieu! des orgueilleux se sont levés contre moi, Une troupe d’hommes violents en veulent à ma vie; Ils ne portent pas leurs pensées sur toi.
14Mijn God, onbeschaamden staan tegen mij op, Een bende geweldenaars bedreigt mijn leven; Want ze houden U niet voor ogen!
15Mais toi, Seigneur, tu es un Dieu miséricordieux et compatissant, Lent à la colère, riche en bonté et en fidélité;
15Maar Gij zijt een barmhartig en genadig God, o mijn Heer, Lankmoedig en rijk aan goedheid en trouw:
16Tourne vers moi les regards et aie pitié de moi, Donne la force à ton serviteur, Et sauve le fils de ta servante!
16Wend U tot mij, en wees mij genadig! Verleen uw dienaar bescherming, En red den zoon van uw dienstmaagd.
17Opère un signe en ma faveur! Que mes ennemis le voient et soient confus! Car tu me secours et tu me consoles, ô Éternel!
17Geef mij een teken van heil; Opdat mijn haters tot hun beschaming aanschouwen, Dat Gij het zijt, Jahweh, Die mij bijstaat en troost!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.