Psaumes 21
Louis Segond 1910Translation
Louis Segond 1910
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Au chef des chantres. Psaume de David.
1Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David. Jahweh, in uw schutse verheugt zich de koning; Hoe blijde juicht hij om uw hulp!
2Éternel! Le roi se réjouit de ta protection puissante. Oh! Comme ton secours le remplit d’allégresse!
2Gij hebt zijn hartewens vervuld, De bede zijner lippen niet afgewezen.
3Tu lui as donné ce que désirait son cœur, Et tu n’as pas refusé ce que demandaient ses lèvres. — Pause.
3Neen, Gij tradt hem tegen met rijke zegen, En zette hem een gouden kroon op het hoofd.
4Car tu l’as prévenu par les bénédictions de ta grâce, Tu as mis sur sa tête une couronne d’or pur.
4Léven vroeg hij U: Gij hebt het hem geschonken, Lengte van dagen: voor eeuwig en immer.
5Il te demandait la vie, tu la lui as donnée, Une vie longue pour toujours et à perpétuité.
5Groot is zijn majesteit door uw hulp, Gij hebt hem met glorie en luister getooid;
6Sa gloire est grande à cause de ton secours; Tu places sur lui l’éclat et la magnificence.
6Want Gij hebt hem overstelpt met zegen voor immer, Hem met vreugde overstroomd voor uw aanschijn.
7Tu le rends à jamais un objet de bénédictions, Tu le combles de joie devant ta face.
7Ja, de koning blijft op Jahweh vertrouwen, Op de gunst van den Allerhoogste, zonder te wankelen!
8Le roi se confie en l’Éternel; Et, par la bonté du Très-Haut, il ne chancelle pas.
8Uw hand zal al uw vijanden treffen, Uw rechterhand al die u haten;
9Ta main trouvera tous tes ennemis, Ta droite trouvera ceux qui te haïssent.
9Gij zult ze doen blozen als een gloeiende oven, Wanneer gij maar een blik op hen werpt. Jahweh zal in zijn toorn ze verslinden, En het vuur ze verteren.
10Tu les rendras tels qu’une fournaise ardente, Le jour où tu te montreras; L’Éternel les anéantira dans sa colère, Et le feu les dévorera.
10Hun vrucht zult gij van de aarde verdelgen, Hun kroost onder de kinderen der mensen.
11Tu feras disparaître leur postérité de la terre, Et leur race du milieu des fils de l’homme.
11En als ze u kwaad willen doen, Of boze plannen beramen, bereiken zij niets;
12Ils ont projeté du mal contre toi, Ils ont conçu de mauvais desseins, mais ils seront impuissants.
12Want gij zult ze de hielen doen lichten, En met uw boog op hen mikken.
13Car tu leur feras tourner le dos, Et avec ton arc tu tireras sur eux.
13Sta op dan, Jahweh, in uw kracht; Dan zingen en prijzen wij uw macht!
14Lève-toi, Éternel, avec ta force! Nous voulons chanter, célébrer ta puissance.
no verse 14 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.